Beschermd wonen vormt tussenvorm tussen opname en zelfstandigheid

De wachtlijsten voor psychiatrische patiënten die `beschermd' moeten wonen, zijn de afgelopen twee jaar weer gegroeid. Ongeveer 6.500 mensen wonen beschermd, terwijl nog ruim 4.800 mensen wachten. Ze staan gemiddeld een jaar op een wachtlijst, soms zelfs twee jaar.

Belangrijkste oorzaak voor de wachtlijsten is dat de woningmarkt vast zit. Mensen die eraan toe zijn alleen te gaan wonen, kunnen geen betaalbare huurwoning vinden en blijven dus beschermd wonen. Anderen blijven daardoor op de wachtlijst.

De patiënten op de wachtlijsten zijn nu nog opgenomen in een – veel duurder – ziekenhuis of wonen in een commercieel pension, bij hun ouders of alleen. Ze veroorzaken soms overlast, maar de meesten lijden vooral zelf aan het gebrek aan begeleiding.

De kosten voor beschermd wonen worden vergoed door de AWBZ en de uitkering van de patiënt zelf. Het gaat om patiënten met verschillende stoornissen variërend van schizofrenie en depressiviteit tot autistisme. Ze worden begeleid door hulpverleners van regionale instelling beschermd wonen (RIBW). Die hulpverleners zijn 24 uur bereikbaar.

De wachtlijsten blijken uit een landelijke inventarisatie van de 24 zelfstandige `RIBW's'. Van de wachtenden heeft de helft al officieel recht op beschermd wonen (een `indicatie'). De andere hebben nog geen officiële indicatie maar krijgen die naar verwachting wel.

In totaal zijn er in Nederland 40 RIBW's waarvan er 16 zijn verbonden aan een psychiatrisch ziekenhuis.

RIBW's hebben per patiënt 290 euro per maand aan huur te besteden, zegt directeur Fer Haak van de RIBW in de Haarlemmermeer. ,,Terwijl alleen al een kamer in de Randstad 500 euro per maand kost.''