Zelfbewust

Na zijn correspondent- schap in Indonesië zoekt Dirk Vlasblom weer aansluiting in Nederland. Zijn derde verslag, deze keer uit de metro.

De metro in de ochtendspits is gestoffeerd met weggooikrantjes. Passagiers buigen zich slaapdronken over supermodellen aan de drugs en sportuitslagen en converseren niet. Tijdens deze snelle, massale en zwijgzame verplaatsing heb ik de sterkste sensatie van vervreemding tot nu toe. Dit is ondenkbaar in Bandung of Jakarta: zoveel mensen en zo weinig contact.

Dat verandert tijdens de retourrit. De scholieren hebben wat beleefd, die dag, en praten honderduit. In het Turks, Arabisch en – overwegend – Rotterdams. Er stapt een kluwen grut in. Een meisje van een jaar of tien wordt half omvergelopen door een opgeschoten jongen met een ringbaardje, die zijn oog heeft laten vallen op een lege zitplaats. Zowel het meisje als de jongen heeft mediterrane krullen en ze hebben kennelijk nog meer gemeen.

Zij dringt zich naar de plek waar hij is neergestreken, kijkt hem met felle, donkere ogen aan en maakt hem hardop uit voor `hufter'. Hij grijnst breed, maakt een wegwerpgebaar en begint een gesprek in het Arabisch met zijn kameraad. Getergd door zoveel grote-jongensarrogantie, steekt de kleine meid van wal in robuust Rotterdams. Ze besluit haar tirade met de schimpscheut: ,,En je zou ook welles Nederlands kenne lere.''

De omstanders reageren eerst niet op de eruptie, maar raken gaandeweg geamuseerd. Twee donkere vrouwen glimlachen breed. Ze zeggen niets, maar je ziet hen denken: ,,Goed zo, meid!'' Als ze zien dat ook ik mijn lachen niet kan houden, is het plotseling gezellig in de metro.

Mediterrane meiden, stel ik vast, onverschillig of hun ouders uit Marokko of Turkije komen, staan steviger in het het Nederlandse leven dan een jaar of tien terug. Dat valt me op omdat ik, onwillekeurig, op hen let. Zij doen me denken aan het land waar ik gewoond heb, want ze komen uit voor hun geloof.

Het nieuwe zelfbewustzijn blijkt uit de hoofddoek. Dat is niet langer een non-descripte lap waarmee ze hun jonge-vrouwenharen aan het oog onttrekken, maar een volwaardig kledingstuk, dat ze met zwier dragen. De kleur trekt juist de aandacht en is vaak smaakvol afgestemd op die van broek, tuniek of jasje.

Busana muslim, heet dat in Indonesië, islamitische mode, en ik zie tot mijn genoegen dat ook moslima's van de Lage Landen eraan meedoen. Een accessoire dat kennelijk bedoeld is om op te vallen heeft niets van doen met vrouwenonderdrukking, want daarmee is de door oude heren zo geroemde schuchterheid voorbij.

De eerste twee afleveringen zijn terug te lezen op www.nrc.nl