Yangshuo

Nu de Prins van Oranje en prinses Máxima zondag het Amsterdam China festival openen, verklapt Paul Steenhuis waar hij deze zomer in China het meest genoot

De mooiste plek die ik in China heb bezocht, is Yangshuo. Het is een landelijk stadje in subtropisch Zuidoost-China, een paar honderd kilometer van de grens met Vietnam, en het ligt in een bocht van de zilveren rivier de Li.

Het is vooral het landschap dat Yangshuo sprookjesachtig maakt. Het stadje is omringd door grillige, groen begroeide kalksteen bergpieken van het Karstgebergte. Ze steken puntig uit een verder vlak land, vol groene rijstvelden en bamboebossen. Op de rivier varen vissers op smalle, langgerekte bamboevlotten – het is alsof je in een Chinese inkttekening of ansichtkaart terecht bent gekomen.

Daar waar de stad grenst aan de rivier, en een beek bruisend van een rots de rivier in stroomt, is een wandelkade gemaakt. Daar zwemmen mensen en doen ze de was. Aan de overkant heb je een weids panorama van de bergen en bamboebossen. Waterbuffels waden aan de overkant van de rivier door het water, op zoek naar verkoeling.

Op de wandelkade zit een oude Chinese visser die voor tien eurocent (een yuan) zijn twee hulpjes op je schouder zet, voor de foto: twee grote aalscholvers die aan een bamboestok vastgebonden zijn. 's Avonds laten de vissers van Yangshuo de aalscholvers vanaf hun bamboevlotten naar vis duiken. Toeristen mogen mee op nachtelijke aalscholvers-visvangsten – de toeristen leveren meer op dan de visvangst.

Want hoe ouderwets landelijk Chinees de sfeer in Yangshuo nog is, zoals treffend beschreven in Cees Buddingh's gedicht:

ZEER VRIJ NAAR HET CHINEES

de zon komt op, de zon gaat onder

langzaam telt de oude boer zijn kloten

Toeristisch is het natuurlijk inmiddels wel in Yangshuo. Maar is dat erg? De prachtige natuur en de vele mogelijkheden om er te varen, bergbeklimmen, fietsen, grotten bezoeken en wat dies meer zijn, hebben er in de afgelopen twee decennia, toen China langzaam openging voor toeristen, voor gezorgd dat het stadje een ware trekpleister voor jonge, actieve rugzaktoeristen geworden is. En ook voor minder actieve reizigers zoals ik is het prettig om een paar dagen in Yangshuo te verblijven.

AALSCHOLVERVISSEN

Al eeuwen vissen de Chinese vissers in deze streek met hulp van aalscholvers. De vogels worden afgericht om vanaf bamboevlotten te duiken naar vis in de rivier, die afkomt op de lampen die 's nachts op de boot worden gehangen. De aalscholvers hebben een ring om hun nek, zodat ze hun buit niet zelf doorslikken. De vogels hebben een touw aan de poot, waarmee de visser ze regelmatig aan boord trekt, om de krop met vis te legen in een mand op het vlot. Als de aalscholvers niet af en toe zelf een vis mogen doorslikken – iedere zevende gevangen vis, volgens de gidsen – vertikken ze het te werken.

Iedere avond kun je vanaf de kade in Yangshuo mee met bootjes om naar aalscholvervissers te kijken. Maar gewoon op de wandelkade blijven staan kijken kan ook. Af en toe komt een visser op zijn vlot de stroom af, met om hem heen een als een kleine school dolfijnen duikende, vissende aalscholvers.

RIVIERTOCHTEN

Vanuit Yangshuo zijn stroomop- en -afwaarts boottochten te maken om nog meer van het mooie berglandschap te zien. Veelbevaren is het traject stroomopwaarts tussen het plaatsje Xingping, waar je met minibusje vanuit Yangshuo naartoe kunt, een klein uurtje rijden. Vandaar met een ronkend dieselbootje de rivier op, langs een reeks spectaculaire bergpieken, die van de Chinezen allemaal een typisch Chinees-poëtische, gelijkenis suggererende naam hebben gekregen, zoals de Vissenstaart Piek, de Handschoen Heuvel of Opa die een appel bekijkt. Niet dat ik een berg heb herkend, maar dat doet aan de `natuurervaring' weinig af. Je vaart tussen hoge krijtsteenrotsen, badende buffels. Je kunt je ook een eindje op een bamboevlot laten varen. Langzamer, maar aanmerkelijk stiller dan in een knetterende diesel.

FIETSEN

Ondanks de vele bergen is de omgeving van Yangshuo bij uitstek fietsgebied, omdat het toch voornamelijk plat land is. Vanuit de stad zijn met en zonder gids eindeloze fietstochten te maken – fietsverhuur bloeit in Yangshuo. Gidsen zijn meestal mensen uit de omgeving, die met je langs leuke plekken rijden. Ze nemen je ook mee naar hun eigen familie in hun eigen dorp, waar je dus mee kunt eten met een echte Chinese familie. Zonder gids fietsen kan ook. Rijden over verharde en onverharde wegen, dijkjes langs rijstvelden en dorpjes,waar boeren buffels uitlaten en op het land werken. Een van onze wegen stopte ineens bij een rivier (behalve de Li stroomt ook de Yulong rivier langs Yangshuo), en aan de overkant lagen bamboevlotten te wachten. Voor een klein bedrag word je met fiets en al overgezet.

BERGBEKLIMMEN

Sommige bergen rond Yangshuo, zoals de bekende Moon Hill, een berg met een halvemaanvormige uitsparing, kun je al wandelend opklimmen. Maar echt bergbeklimmen kan ook volop. Vandaar dat in Yangshuo winkels met hippe bergsportartikelen te vinden zijn, en speciale klimmershotels en -café's. Hoogzomer, dus juli/augustus, is een minder geschikte tijd om te klimmen, omdat het dan te warm is in Yangshuo.

SHOPPEN

De drukste winkelstraat in Yangshuo, die vanaf het busstation tot aan de Li rivier loopt, is de Xi Jie – vrij vertaald de Westerstraat. Het is de internationale `toeristenstraat', met veel levendige zijstraatjes. Vol cafés, hotels, veel winkels met Chinese souvenirs, zoals de onvermijdelijke zijden kleding en Chinees `antiek'. Ook zijn er verschillende kraampjes waar tekenaars op T-shirts vrolijke tekeningen maken. Opvallend afgelopen zomer waren de vele T-shirts waarop het hoofd van Bin Laden was getekend – de beste manier om aandacht van Westerse toeristen te trekken. En backpackerscafé's, onder meer met Engelse boeken die bezoekers achterlieten, om uitgehongerde lezers te voeden: in communistisch China valt weinig Engelstalig nieuw leesvoer aan te schaffen. Voorbeeld van backpackers-humor is de naam van een van de Xi Jie-café's: Minnie Mao's Café. Parallel aan de toeristenstraat zijn straatjes met markten en stalletjes waar de Chinezen hun eten en kleren kopen; kappers en schoenmakers werken ook op straat.

ETEN

Natuurlijk zijn er veel Chinese eethuizen in Yangshuo, waar ze bijna allemaal de lokale specialiteit serveren: riviervis in bier. Wie veilig Frans wil eten kan Le Vôtre in de Xi Jie proberen. Een toprestaurant, zowel wat betreft eten als uitzicht als plaats, is restaurant Bellevue, dat aan de rivier ligt, op de rots met waterval. Er is een terras met een prachtig uitzicht op rivier en Karstgebergte. Vanaf het terras kun je 's avonds de aalscholvervissers voorbij zien komen. Aan de wandelkade kun je ook eten. Wie niet bang is om bij kraampjes op straat te eten, zoals de Chinezen doen, kan onder meer terecht op het plein voor het busstation, bij de berg Xilang, midden in het stadje. Daar worden op straat kippen voor je geslacht of vissen of kikkers voor je doodgeslagen, zodat je gegarandeerd vers eten krijgt. Voor vegetariërs: ook de noodles worden van vers deeg voor de gasten op straat gemaakt.

HOE ER TE KOMEN?

De makkelijkste manier om in Yangshuo te komen, is per trein of vliegtuig naar de nabijgelegen grote stad Guilin te reizen. Vandaar is het per bus of taxi 65 kilometer naar Yangshuo.