`Wees gerust: er is ook wijn en vis voor jullie'

Ruim een op de vijf Israëliërs leeft in armoede. Voor hen begint een gelukkig nieuwjaar in de rij voor de voedselbank.

De boodschappenkarretjes met Schotse ruit staan netjes geparkeerd op de stoep voor het wijkgebouw en een synagoge aan de Yehuda Leib Pinskerstraat in Rishon Lezion, een voorstad van Tel Aviv. Mannen in korte broeken en opgetrokken sokken en vrouwen die hun gelijnde, strakke hoofden hebben verpakt in boerse hoofddoeken keuvelen op gedempte toon. Padvinders, soldaten en mondaine vrijwilligsters zijn aan de andere kant van de hekken in de weer met dozen aardappelen, komkommers, tomaten, uien, aubergines en avocado's. Aan lange tafels worden voedselpakketten samengesteld. Vis, kip en vlees gaan in aparte zakjes. Een stevige vrouw met een tatoeage op haar bruine schouder en een pistool op de heup waakt over de dozen met zoete rode wijn.

,,Als we om zes uur opengaan, staan de Russen er om twee uur, de Ethiopiërs om drie uur en de Israëliërs schuiven op het laatste moment aan'', grijnst Jacov Duschitz als hij, in het Russisch en het Hebreeuws, de wachtenden heeft gevraagd alvast een rij te vormen. Tegen zessen is de queue gegroeid tot aan het kruispunt, een paar honderd meter verder. Vrachtwagens met verse groente veroorzaken files. ,,We verwachten vanavond zeker 3.000 mensen'', zegt Jacov, een vrijwilliger van Lev HaChesed (Hart van Goedertierenheid), de organisatie achter deze voedselbank. Een jonge sefardische vrouw staat vooraan. ,,Ik schaam me dood dat ik hier moet zijn. Maar ik zou niet weten hoe we zonder pakket de feestdagen door moeten komen. Ik werk als een hond zo hard, maar met 18 shekel per uur komen we nooit uit'', zegt ze.

De 34-jarige Sarah Sharabi werkt in de bejaardenzorg, haar man is werkloos en zij hebben twee kinderen. Zij krijgt het minimumloon van 3.335 shekel (606 euro) en haar man brengt een tijdelijke werkloosheidsuitkering van 355 euro binnen. In een land met Europese prijzen, hoge huren en dito belastingen om een groot leger in stand te houden, is dat armoe. Sarah mag daarom wekelijks een doos met levensmiddelen afhalen.

Eind september, begin oktober is een toptijd voor de voedselbanken in Israël. Bij synagogen en `matnas', de wijkcentra, vormen zich aan de vooravond van Rosh Hashanah (het joods nieuwjaar) en met Yom Kippur (Grote Verzoendag) en Sukkot (het loofhuttenfeest) in het vooruitzicht, lange ,,broodlijnen''. De kranten staan vol met bedeladvertenties van liefdadigheidsorganisaties; scholen organiseren inzamelingen; soldaten krijgen verlof om hand- en spandiensten te verlenen en politieke partijen lanceren dagelijks nieuwe armoedebestrijdingsplannen. Het King David Hotel in Jeruzalem laat chef-kok Gabriel Shachar koken in een nieuwe gaarkeuken in Jeruzalem.

,,In Israël gaat niemand dood van de honger. Maar vraag niet hoeveel inspanning dat kost'', zegt Ronen Zinger, de potige, ultraorthodoxe directeur van Lev HaChesed. Met een aanstekelijk lach, gebedshemd en keppel drijfnat van het zweet, dirigeert hij de vrijwilligers, terwijl hij intussen met twee mobiele telefoons gesprekken voert met donateurs in Tel Aviv, Moskou en New York en met vertraagde leveranciers. De vrachtwagen met bevroren vis kon in de avondspits de weg niet vinden. ,,Vanwege Rosh Hashanah is iedereen heel erg gul en kunnen we mooie pakketten samenstellen, maar in de maanden zonder feestdagen hebben we daar het geld niet voor en dan worden de pakketten kariger.''

Ruim 1,4 miljoen van de 6,5 miljoen Israëliërs leven op of onder de armoedegrens van 520 euro voor een gezin met twee kinderen. Volgens dr. Yigal Ben-Shalom van het Nationale Verzekeringsinstituut (Bitach Leumi) groeit één op drie kinderen op in een arm gezin. ,,We hebben in de geïndustrialiseerde wereld de koppositie overgenomen van de Verenigde Staten. En het zijn beslist niet alleen de kinderen in de grote Arabische en ultraorthodoxe gezinnen. Armoede is de nieuwe vijand van Israël'', zegt Ben-Shalom. Zijn cijfers worden door de regering niet betwist, maar gerelativeerd met het argument dat het probleem vooral ligt bij Arabische en ultraorthodoxe families en niet bij de economie of de overheid.

In de steeds langer wordende rij in de Pinskerstraat is geen Arabier te zien en de enige haredim (de godvrezenden) zijn de vrijwilligers Jacov en Ronen. Hier staan sabra's (in Israël geboren Israëliërs), bejaarde, Russische veteranen met speldjes van het Rode Leger op hun revers, een werkloze architect, 45-plussers zonder vast werk, een jonge vrouwelijke beroepsofficier die als gescheiden moeder van drie kinderen te weinig verdient en Ethiopische immigranten. Een legertruck komt pakketten voor tientallen families van getrouwde soldaten ophalen.

,,Als de liefdadigheidsorganisaties en de vrijwilligers er niet waren, zou er al lang een sociale explosie hebben plaatsgevonden, Het gaat namelijk nog steeds slecht met de economie'', benadrukt Naomi Ahimot, hoofd van de sociale dienst in Rishon Lezion (235.000 inwoners). ,,Dankzij de industrieën hier is er werk en daarom is het aantal uitkeringsgerechtigden hier relatief laag. Maar wie werk heeft en het minimumloon verdient, moet vaak ook tot de armen worden gerekend. Daarom zijn de rijen voor de voedselbanken zo lang.. We zien de laatste tien jaar in Israël het aantal werkende armen snel toenemen'', zegt Ahimot. De voedselbanken helpen mee om het probleem ,,beheersbaar te houden''.

Zij vertelt dat de regering met stevige bezuinigingen op sociale uitgaven in 2003 en 2004 voor grote onrust heeft gezorgd. Dat daarbij de Defensie-begroting grotendeels is gespaard, is in Israël geen verrassing. ,,Meer mensen tot werken dwingen is goed. Het leidt alleen niet tot minder armoede als het minimumloon laag blijft en de kosten van onderwijs, gezondheidszorg en wonen alleen maar stijgen'', zegt Ahimot.

Goed betaald, vast werk. Dat is de oplossing. Een kwestie van tijd, zeggen minister van Financiën Olmert en de president van de centrale bank, Fischer. Na de presentatie van de groeiprognoses voor 2005 (5,1 procent) en 2006 (4,5 procent) zeiden zij dat verwacht mag worden dat de werkloosheid (9,1 procent) daalt.

Daar denken mevrouw Ahimot van de sociale dienst in Rishon, Jacov, Ronen en de wachtenden in de rij in de Pinskerstraat anders over. ,,We hebben hier een aantal hele sterke bedrijven, maar de groei wordt vooral bereikt in de high-techsector en de financiële diensten. Een werkloze architect of een bejaardenverzorgster heeft daar niet zo veel aan. We voelen ook de concurrentie van China en India. Niet iedereen kan nog leren vissen'', zegt de bijbelvaste Ahimot.

Ronen: ,,Ik die cijfers gezien. Mooi. Goed voor Israël. Maar een andere werkelijkheid: rijken worden rijker en armen worden armer. Wij hebben het ieder jaar drukker hebben en de rijen worden langer We hebben ons werk uitgebreid naar twee scholen omdat de kinderen daar 's ochtends met honger binnenkomen. Gelukkig geven rijken ook meer weg.''

Als de uitdeling begint, leidt dat tot geduw en getrek. De Russische Raisa, klein, gezet en zwaar opgemaakt, roept dat ,,alle voordringers oplichters zijn''. Als zij, hoorbaar, klaagt zo te verlangen naar Rusland ,,waar het goed was tot Gorbatsjov ons kapot maakte'' sussen Jacov en Ronen haar. ,,Wees niet ongerust, er is genoeg, écht waar, er is ook vis én wijn.''

Na die geruststellende woorden valt een kalme berusting over de rij. Hier en daar klinkt een plichtmatig `shana tova', gelukkig nieuwjaar.