Vooral tergend weinig vrij

,,Wat zal dat heerlijk zijn, een bevrijding van die eeuwige schoolse benauwdheid'', schreef een vriend me vlak voor mijn eindexamen, in mei van dit jaar. Het waren veelbelovende vooruitzichten: na de zomer zou ik een nieuw, vrij leven beginnen, als dartelende geschiedenisstudent in het bruisende Amsterdam. Zestien uurtjes college in de week, en verder maar doen waar ik zelf zin in had. Nu het oktober is, blijkt dat ik dat opgewekte beeld toch een beetje moet bijstellen. Weinig gedartel of gebruis en vooral tergend weinig vrij.

Er moet huiswerk gemaakt worden. Studeren houdt niet op na de colleges. Mijn eerste vrijdag moest ik meteen een tekstanalyse inleveren van een Engelstalig historisch artikel over Duitse bedelaars in de achttiende eeuw. De maandag daarop moest ik twintig vragen gemaakt hebben die tijdens de les – pardon, tijdens college – besproken werden. Huiswerk moet zonder uitzondering gemaakt zijn, aanwezigheid is verplicht. Anders kun je volgend jaar terugkomen en het opnieuw proberen, dreigde de docent met een olijk lachje.

Een andere docent verordonneerde dat we voor zijn hoorcollege een kwartier eerder dienden te arriveren dan op het rooster stond – nota bene om negen uur maandagochtend. Het rooster houdt rekening met een `academisch kwartiertje', waarin je naar een andere collegezaal kunt wandelen of koffie kunt drinken. Dat gold niet voor ons. En wie toch te laat kwam, ook al was het een minuut, mocht het tweede college-uur terugkomen. Laatkomers gaven zo ontzettend veel onrust in de zaal, lichtte de docent toe. Onrechtvaardig is het niet, daar gaat het me niet om, maar het is zo schools. En uit een selecte steekproef blijkt dat het bij andere studies niet veel anders werkt.

Het wordt allemaal nog benauwender doordat je in universiteitsgebouwen uitstekend kunt verdwalen, met al die doodlopende gangetjes en trappetjes en onderdoorpoortjes en een lift die weigert op de tweede verdieping te stoppen. Ik voel me verlegen als een brugklasser en tegelijkertijd arrogant als een ex-scholier, dus dool ik nog liever rond dan dat ik iemand de weg vraag. Natuurlijk, wat dacht je – eerstejaars studenten zijn toch zeker zelfstandige, volwassen mensen! Alleen voelt het even niet zo. Studeren aan de universiteit voelt nu nog schoolser dan school.