Van Toorn lijkt landschap op slot te willen zetten

Voor wie worden die 50.000 huizen dan toch gebouwd, daar in dat mooie, lege land boven Alkmaar? Deze quasi-retorische vraag aan het einde van de bijdrage van Willem van Toorn in Opinie & Debat van 24 september is symptomatisch voor zijn rammelende betoog. In de eerste plaats omdat hij voorbijgaat aan de feiten, of die omwille van zijn betoog verdraait; in de tweede plaats omdat hij een feitelijke vraag in subjectieve en suggestieve bewoordingen verpakt.

Om Van Toorns laatste vraag te beantwoorden eerst twee feiten: ten eerste, de groei van de bevolking in Nederland is nog niet tot stilstand gekomen; dat zal pas over een jaar of twintig het geval zijn. En het aantal huishoudens blijft voorlopig nog harder groeien, van 7 miljoen nu, tot bijna 8 miljoen in 2020. Die huishoudens willen allemaal ergens wonen. Dat is vervelend, maar daarom nog niet minder waar.

Ten tweede, niet overal in Nederland is de bevolkings- en huishoudensgroei gelijk, en dus de druk op de woningmarkt en op het landschap even groot. Maar een wachtlijst van acht jaar (!) voor een huurwoning in Alkmaar (of all places) biedt mij in elk geval een deel van het antwoord op Van Toorns laatste vraag, ofschoon 50.000 woningen mij ook enigszins absurd in de oren klinkt.

Van Toorns zorg om de teloorgang en `banalisering' van het Nederlandse landschap is mij in principe sympathiek, maar de discussie daarover verzandt al heel gauw in meningen en opvattingen, in zachte feiten, zou ik bijna zeggen. Over mooi en lelijk, over oorspronkelijk en noodzakelijk, over ijkpunten en piketpaaltjes. Dat is onvermijdelijk, en ook Van Toorns verhaal is ermee doorspekt, maar daarbij mogen de harde feiten niet uit het oog worden verloren. Om het bij opnieuw twee feiten te laten: ten eerste, er bestaat niet zoiets als een oorspronkelijk landschap in Nederland. Dat is een waanidee, en levert dus nauwelijks referentiebeelden voor het gewenste landschap.

Ten tweede, het klimaat verandert, al gaat daar enige tijd overheen. De zomers worden warmer en natter en de zeespiegel stijgt. Dat vereist aanpassingen in het landschap, tot en met een Wieringerrandmeer aan toe.

Van Toorn lijkt het landschap van Nederland op slot te willen doen. Dat is niet alleen onmogelijk, het is ook elitair, paternalistisch en zelfs asociaal. Ik weet niet waar en hoe Van Toorn woont, maar ik heb slechts één vraag voor hem: als in 2020 alle Nederlanders net zo ruim en groot willen wonen als hij nu doet, hoe ziet Nederland er dan uit? Een beetje meer bescheidenheid van zijn kant was op zijn plaats geweest. En een beetje meer realiteitszin eveneens.