Vallen en daarna weer opstaan

Psychische problemen kunnen ontstaan juist in de periode dat je begint met studeren. Geen paniek - het komt veel voor. Schuld en schaamte omdat de lat te hoog ligt.

Je studietijd is de leukste tijd van je leven. Dat wordt althans wel beweerd. Maar voor veel mensen gaat het helemaal niet op. ,,Het wordt zo makkelijk gezegd'', zegt Chris Dokter, studentenpsycholoog in Groningen. ,,Maar is het wel zo leuk? Er wordt zóveel van je verwacht: je moet succesvol studeren, een dijk van een cv opbouwen, contacten opdoen voor de rest van je leven en je moet het ook nog geweldig hebben. Dat is nogal wat. En die leeftijd, van 18 tot 22, is ook juist het moment waarop veel psychische problemen zich beginnen te openbaren.''

Studenten komen met heel uiteenlopende klachten bij studentenpsychologen, van studieproblemen tot depressies en angsten. Opvallend is volgens Dokter dat veel van hun problemen samenhangen met sterke gevoelens van schuld en schaamte. ,,Uit onderzoek onder studenten blijkt dat schuld en schaamte over onderpresteren op nummer een en twee staan van de problemen die ze zelf benoemen, meer nog dan onzekerheid over zichzelf, of relatievorming. Als therapeuten krijgen we in de praktijk vooral te maken met jonge mensen die een erg hoog streefniveau hebben, die veel van zichzelf vergen en menen dat hun leven maakbaar is of moet zijn, als ze maar voldoende hun best doen.''

Voor een deel zijn zulke gevoelens verweven met de persoonlijkheid van de betreffende student, zegt Dokter, maar volgens hem is er ook sprake van een meer algemene maatschappelijke trend. ,,De studietijd wordt steeds korter, de schema's strakker. Maar de keuzemogelijkheden zijn enorm: stages, studeren in het buitenland, alles kan. We zien dat mensen als gevolg daarvan panisch kunnen worden om een foute keuze te maken. Alle kansen liggen open voor mensen met een hoge vooropleiding, maar één ding hebben ze vaak niet geleerd: falen. Vallen, en daarna weer opstaan zonder zich rot te schamen, zonder zich schuldig te voelen. Want alle risico's moeten worden uitgebannen: je bent immers verantwoordelijk voor je eigen leven!''

Studenten komen ook vaak bij de psycholoog met problemen in hun contacten met anderen. Voor een deel heeft ook dat te maken met de manier waarop de studie is ingericht, zegt Dokter: ,,Er is meer nadruk op interpersoonlijke vaardigheden, studenten moeten vaker samenwerken, waardoor tekortschieten op dat vlak ook eerder merkbaar wordt – mensen die niet zo sociaal zijn, kunnen zich minder gemakkelijk op hun kamer terugtrekken met hun boeken.'' En het `losmaken van thuis' verloopt tegenwoordig heel anders dan vroeger. ,,Aan de ene kant zie je dat mensen heel zelfstandig zijn. Bijna iedere student heeft een bijbaan, ze zijn vrijwel allemaal financieel onafhankelijk, maar ze blijven wel thuis wonen. Of ze gaan elk weekend naar huis, mede vanwege de OV-kaart.'' Dus een vriendenkring in hun studentenstad bouwen ze niet op, zegt Dokter. ,,We zien veel eenzaamheid. En veel onvermogen om intiem contact aan te gaan; meer dan vroeger, heb ik de indruk. Ook op dit punt is er veel schuld en schaamte: mensen hebben het idee dat ze tekortschieten, dat ze niet leuk genoeg zijn.''

En juist die sociale contacten zijn zo belangrijk, zegt Maddy Meijers, studentenpsycholoog in Maastricht. ,,Je moet er niet alleen mee blijven zitten, als je een probleem hebt. Ga altijd met iemand praten, al neem je een familielid of een medestudent in vertrouwen, als er verder niemand is. In zo'n gesprekje kan hopelijk duidelijker worden hoe erg het is, of je echt meer hulp nodig hebt. Want het is ook heel belangrijk dat je op tijd hulp zoekt, om erger te voorkomen.'' Daarnaast is het belangrijk dat aankomende studenten zich voorbereiden op hun studentenleven: dat ze weten wat hun zoal te wachten staat, en dat hun studietijd niet alleen maar leuk en gemakkelijk hoeft te zijn.

Als het toch misgaat, hebben de studentenpsychologen allerlei manieren om psychisch ontspoorde studenten weer op de rails te krijgen. Individuele hulp natuurlijk: gesprekken met een therapeut, gedragstherapie. En groepsgewijze behandelingen. Maastricht heeft bijvoorbeeld een `rouwgroep', een `faalangstgroep', en een groep voor mensen met uitstel- en disciplineproblemen; Groningen kent zogeheten `focale groepen', waarin mensen praten over een of twee kernproblemen die ze met anderen hebben, en groepsgewijze assertiviteitstraining, om sociale vaardigheden aan te leren, van `nee zeggen' tot: `hoe spreek ik een meisje aan in een bar?'

Maar de eerste vraag die een behandelaar zich moet stellen, aldus Chris Dokter, blijft natuurlijk: moet er wel behandeld worden? ,,Ik heb de indruk dat de problemen waar mensen mee bij ons komen erger worden, maar voor een deel is er natuurlijk ook sprake van leeftijdsgebonden onzekerheden, klachten die vanzelf overgaan. En problemen die niet ernstig zijn, moet je vooral niet pathologiseren. We hebben hier een keer een student gehad die zich aanmeldde omdat hij er heel erg mee zat dat hij was vreemdgegaan – weer dat schuldgevoel, inderdaad. Maar die jongen was tot dan toe echt heel braaf geweest! Dus toen dachten wij: is dit nu niet gewoon een heel wenselijke ontwikkeling?''