Turkse lobby in Brussel wil resultaten zien

De Turkse lobby in Brussel is de fase van nederigheid voorbij. Eind jaren tachtig verschenen de eerste lobbyisten. Nu staan de onderhandelaars klaar.

Turkse drankjes en hapjes waren volop aanwezig toen begin oktober vorig jaar in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel de tentoonstelling Moeders, godinnen en sultanes werd geopend. Een expositie over de ontwikkeling van de vrouw in Turkije vanaf de prehistorie tot aan het Ottomaanse Rijk. De door de Turken met miljoenen euro's gesubsidieerde tentoonstelling was één grote demonstratie van de verwevenheid van Turkije en Europa. Maar dat was dan ook de bedoeling van de expositie, die niet voor niets zou worden geopend door de Turkse premier Tayyip Erdogan en zijn Belgische collega Guy Verhofstadt.

Zij lieten op het laatste moment verstek gaan waardoor de politieke boodschap noodgedwongen aan anderen moest worden overgelaten. ,,De vrouwenrechten in Turkije stemmen overeen met de westerse normen'', verklaarde de Turkse minister Erkan Mumcu van Cultuur en Toerisme. Waarop namens de Belgische minister van Sociale Integratie, Christian Dupont stelde dat de onderhandelingen met Turkije konden beginnen.

Een paar dagen later zou de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, in een langverwacht rapport stellen dat Turkije inderdaad klaar was voor besprekingen over het felbegeerde lidmaatschap. Een causaal verband tussen expositie en aanbeveling was er niet. Maar toevallig was de timing van de expositie, die deel uitmaakte van een drie maanden durend Turkije-festival in de Europese hoofdstad, niet. Op het moment dat Turkije politiek in de schijnwerpers kwam te staan, was een tenstoonstelling over de historisch verankerde moderniteit van het land van groot belang.

Turkije heeft vanaf het eind van de jaren tachtig al het mogelijke gedaan om de Europeanen mild te stemmen over het lidmaatschap van de Unie. Over een breed front is een jarenlange, intensieve lobby-campagne gevoerd. De Turken waren massaal aanwezig in Europa om hun zaak te bepleiten. Conferenties, seminars, beurzen, exposities, allemaal met financiële steun van de Turkse overheid of het bedrijfsleven, hebben Europa overspoeld. ,,Overal hadden en hebben ze hun mensen op strategische plaatsen'', zegt een fractiemedewerker van de Europese christen-democraten.

Centrale boodschap: Turkije is een Europees land met Europese waarden en dus ook met Europese aspiraties. Internationale reclamebureaus werden ingeschakeld voor het vervaardigen van kleurige en glanzende folders waarin vooral niet werd vergeten Turkije als vakantieland aan te prijzen. Het materiaal dat massaal via Turkse ambassades en verkeersbureaus werd verspreid heeft zijn uitwerking niet gemist, want Turkije is momenteel één van de snelst groeiende vakantiebestemmingen.

Maar een vakantieland is nog geen EU-land. Daarvoor was een krachtige economische en politieke lobby nodig. Het is geen opvallend kantoor waarin de Turkse werkgeversorganisatie Tusiad in Brussel is gevestigd. Bahadir Kalegaise staat er aan het hoofd van een vier man sterke delegatie. ,,Wij zijn een non-gouvernementele belangengroep voor de Turkse regering'', geeft hij toe. Hoe? ,,Door de voordelen van een Turks lidmaatschap voor de EU duidelijk te maken'', zegt hij.

De Turkse wergeversorganisatie draait inmiddels volop mee in het samenwerkingsverband Unice van de Europese werkgevers. Alsof Turkije al lid is van de EU wordt meegepraat in de talloze werkgroepen. ,,Noem het ondernemersdiplomatie'', zegt Kalegaise die behalve bij Unice ook bijna dagelijks mensen spreekt bij de Europese Commissie en het parlement. Maar hij benadrukt dat Brussel niet de enige plek is waar het moet gebeuren. Niet voor niets heeft Tusiad ook kantoren in Berlijn en Parijs. Kalegaise: ,,Daar hadden we gesprekken met de Duitse bondskanselier en de Franse premier.''

Al in 2002 was duidelijk dat de Europese regeringsleiders eind 2005 zouden besluiten of de gesprekken met Turkije over het lidmaatschap van de Unie konden beginnen. Om die reden besloot het Turkse parlement begin vorig jaar drie groepen van elk vijf afgevaardigen samen te stellen die in alle EU-landen moesten verkondigen dat Turkije aan de voorwaarden had voldaan om de onderhandelingen met de Unie te kunnen beginnen. Tegelijk werd de deur wijd opengezet voor politici die naar Turkije wensten te komen. De Nederlandse europarlementariër Joost Lagendijk (GroenLinks) die voorzitter is van de Contactcommissie Turkije heeft de ervaring dat iedereen met hem wilde praten. Dat geldt ook voor het contact met Turkse mensenrechtenorganisaties en vakbonden. Lagendijk: ,,Het is geen georganiseerde lobby, maar ze hebben wel allemaal dezelfde boodschap dat Turkije lid moet worden van de Unie.''

Inmiddels is dat voor de Turkse politici een vanzelfsprekendheid geworden en is de fase van nederigheid voorbij. Het lidmaatschap is een belofte die dient te worden nagekomen, is nu de Turkse houding. Turkije is niet langer de vragende partij, maar de onderhandelende partij. Deze week reisden de Turkse parlementariërs Yasar Yakis en Murat Mercan af naar het Europees Parlement in Straatsburg dat zich voor de zoveelste maal boog over de toetredingsonderhandelingen. Europarlementariërs die extra voorwaarden wilden stellen van de Turkse politici te horen dat daar geen sprake van kon zijn. ,,Oncceptabel'' zei Mercan tegen de christen-democratische parlementsleden Elmar Brok en Camiel Eurlings.

Het verbaast oud CDA-europarlementariër Arie Oostlander allemaal niets. Hij was in 2004 eerstverantwoordelijke voor het rapport waarin het standpunt van het parlement over het Turkse lidmaatschap werd verwoord. Bij het horen van de woorden Turkse lobby begint hij te schateren. ,,Ik geloof dat ze wel zes ambassadeurs op me hebben afgestuurd. Ze gedroegen zich gewoon als keiharde onderhandelaars. Ik heb vaak bij mezelf gedacht dat dit toch ver voorbij het gewone diplomatieke werk ging.''