Stopwoordjes enzo

Het stopwoordje `enzo', bedacht door de patatgeneratie, maakt steeds meer furore.

`Enzo'. Het was een van de meest gebruikte stopwoordjes uit mijn jeugd. Meestal spraken we het op een wat lamlendige manier uit. Als we na een middag spelen moe thuiskwamen en onze moeders vroegen ons wat we hadden gedaan. ,,Met de soldaatjes gespeeld enzoo.'' Waar we waren geweest. ,,Naar het zwembad enzoo.'' Wat we daar hadden gegeten. ,,Nou, patat enzoo.''

Op een ranglijst van stopwoordjes van de patatgeneratie zou `enzo' hoog scoren.

Maar de patatgeneratie groeide op, ging werken, en verdiende goed. Er wordt nog wel eens een patatje gegeten – na het uitgaan of in de trein op weg naar huis – maar een echte traktatie is het niet meer. Die plaats is ingenomen door andere gerechten, bijvoorbeeld door tapas. Geen feestje kan nog zonder de tapenade, de rauwe tonijn, de olijven, de chorizoballetjes, de gamba's of de kabeljauwfilets met knoflooksaus. De patateters van weleer geven zich er met liefde aan over.

Maar sommige oude gewoonten vallen slecht af te leren. En dus eten ze hun tapas in restaurantjes met namen als Tapas enzo. Halen ze hun kaas bij Kaas enzo. Eten ze soep bij Soup enzo. En kopen ze olijfolie bij Olie enzo.

`Enzo' kon van alles en niets betekenen. Soms was het slechts een stopwoordje, in andere gevallen kwam het van pas om de precieze gang van zaken een beetje in het vage te houden. En zo blijkt `enzo' nog steeds dienst te doen. Want heeft het tapasrestaurant iets anders op het menu staan behalve tapas? De mexicano? Leverworst met mosterd misschien? Nee, Tapas enzo verkoopt puntitas de solomillo, albondigas con salsa de tomate, en nog 38 andere mediterrane hapjes. Tapas dus. De `enzo' is een wassen neus.

Bij Soup enzo is het van hetzelfde laken een pak. De gast kan er soep eten, geen kalfsoesters of gevulde artisjokken. De naam is langer, maar de inhoud blijft hetzelfde. Dunne soep.

Kaas enzo maakt zijn `enzo' waar. Behalve kaas verkoopt de winkel wijn, nootjes, kaasbolletjes, kortom het complete assortiment voor de ouderwetse zondagmiddagborrel. Kaas enzo heette tot voor kort nog Den Besten. ,,Maar sinds anderhalve maand zijn we van naam veranderd'', vertelt bedrijfsleider Peter Blonk van Kaas enzo in Leidschendam. ,,Den Besten was een beetje oubollig geworden. Kaas enzo is veel hipper.''

Alle winkels van Den Besten – het is een franchiseorganisatie – ondergaan momenteel de transformatie naar Kaas enzo. Met een nieuwe inrichting en frissere kleuren. Ook de Den Hollander-winkels, van dezelfde keten, moeten eraan geloven. Den Hollander en kaas, een droomcombinatie zou je zeggen. Maar geen merk te sterk voor het `enzo'-virus.

Toch biedt de nieuwe naam een groot voordeel. ,,Je kunt er van alles mee verkopen'', zegt Peter Blonk. ,,Je legt je niet vast. Als je ook andere producten in het assortiment wilt opnemen, hoef je niet gelijk van naam te veranderen.'' Kaas enzo kan dus ook als volgt worden gelezen: wij verkopen in ieder geval kaas, maar verder houden wij alle opties open.

Zou daarin de aantrekkingskracht van `enzo' schuilen? In de oningevuldheid, de altijd aanwezige ontsnappingsclausule? Leo Beenhakker vond het woord `patatgeneratie' begin jaren tachtig uit, en hij bedoelde daarmee dat de jeugd te verslapt was om nog te bikkelen op het voetbalveld.

Nu staat diezelfde generatie – en de generaties na hen – bij sociologen bekend als de groep die vóór alles in het leven keuzevrijheid wil. Een relatie? Prima, maar zonder te trouwen, want dan leg ik me vast. Een vaste baan? Natuurlijk, maar niet voor langer dan een paar jaar. Het kan vandaag zus zijn, maar morgen zo. De wereld verandert ook zo snel.

Er bestaat trouwens een chiquere variant van `enzo': `et cetera'. Deze krant heeft sinds bijna vier jaar een katern op de zaterdag: Leven &cetera. Je zou het ook `Leven enzo' kunnen noemen, maar daar zouden veel lezers vermoedelijk niet zo blij mee zijn. De krant is een meneer.