Slecht toezicht is duur voor burger

Bij elke aanstaande benoeming van een toezichthouder in Groot-Brittannië wordt altijd druk gespeculeerd over de deskundigheid van de betrokkene. Zal het zwaartepunt van zijn/haar expertise liggen in de mededingingseconomie of in het mededingingsrecht, vragen ingewijden zich af.

Ook in Nederland is zo'n benoeming altijd spannend. Maar de speculaties gaan anders. Hier was de vraag, bij de Zorgautoriteit in oprichting, of een ex-politicus (oud-minister F. de Grave) met de eer zou gaan strijken. Bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit kreeg een andere geziene notabele, oud-rechter P. Kalbfleisch, de baan.

Zeker is dat de meeste Nederlandse top-toezichthouders geheel maagdelijk zijn op het uiterst technische economische en juridische specialisme van mededinging. Vergeleken bij de machtige Britse onafhankelijke marktregulators staat het toezicht op geliberaliseerde markten in Nederland nog in de kinderschoenen. Het gebrek aan kennis wordt gecompenseerd door polderoverleg, waar Nederlandse topfunctionarissen wel bedreven in zijn. Het is dan ook geen verrassing dat eurocommissaris Kroes (VVD, mededinging) deze week in een brief aan het Financieele Dagblad schreef dat ze betwijfelt of Nederlandse toezichthouders als de NMa onafhankelijk genoeg zijn van de politiek. Het gevolg is dat Nederlandse consumenten voor diensten van commerciële oligopolies vaak hogere prijzen moeten betalen dan in landen waar het toezicht beter is georganiseerd. Dat scheelt enorm in het veelbesproken inkomensplaatje van alle burgers.

De hoge tarieven voor kabel-tv zijn resultaat van jarenlang gebrekkig toezicht. Het is onacceptabel dat een kleinschalig niet-commercieel kabelnet in Nederland voor 6,60 euro per maand per abonnee ruim kan rondkomen, terwijl grote commerciële kabelmaatschappijen als UPC en Casema na vele prijsstijgingen rond de 15 euro per maand kosten. In een interview met de Financial Times zei de eigenaar van het internationale kabelbedrijf UPC, John Malone, dan ook dat de winsten in Nederland zeer hoog waren.

De Consumentenbond en Tweede-Kamerleden protesteren tevergeefs tegen de prijsstijgingen, omdat het toezicht op post- en telecommunicatiediensten is uitbesteed aan de Opta. Deze Opta heeft voorgesteld een deel van de kosten van het digitaliseren van tv-diensten ook door te berekenen aan de grote meerderheid van klanten met een niet-digitaal standaardpakket. Een meerderheid van de Kamer is tegen dit voorstel van de Opta in opstand gekomen. Minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) stelt terecht dat hij niet over de Opta gaat en dat hij noch de Kamer tussenbeide kan komen. Het is te laat om de richtlijnen voor de Opta zodanig te wijzigen dat het voorgelegde ontwerpbesluit ongedaan wordt gemaakt.

Intussen heeft de Opta een bedenkelijk soort industriepolitiek bedreven. De gemeenten hebben de kabel verkocht om nieuwe investeringen aan de volgende eigenaar over te kunnen laten. Terwijl KPN op last van een strenge Opta zijn investeringen in ADSL en andere nieuwe diensten niet mocht betalen uit de opbrengsten van de traditionele inkomstenbronnen, geeft de Opta de kabelmaatschappijen ruimte voor zogeheten kruissubsidiëring om met KPN te kunnen concurreren. Dat betekent dat de televisieabonnee met zijn gedwongen winkelnering meebetaalt aan nieuwe digitale diensten die hij niet gebruikt. De minister had aan het verzoek van de Kamer in 2003 moeten voldoen en deze toegeeflijkheid van de Opta via beleidsregels moeten blokkeren.

Als ministers willen polderen over prijzen of industriepolitiek, moeten ze geen onafhankelijk toezichtsorgaan benoemen. Die kunnen niet door de Kamer ter verantwoording worden geroepen. Nu kan de minister zich achter zo'n orgaan verschuilen, terwijl het toezicht te wensen overlaat. Toezicht kost veel regels, geld en moeite. Voor de overheid weer een deelmarkt liberaliseert en daar `toezicht op zet', moet ze aantonen dat ze tot toezicht in staat is. Lagere kabeltarieven zijn de lakmoesproef.