SLAVENHANDEL OP DE WALLEN

De afschaffing van het bordeelverbod moest prostitutie uit de criminele sfeer halen. Maar op de Amsterdamse Wallen bloeit de vrouwenhandel. Zedencontroleurs van bureau Beursstraat klagen dat er niets tegen wordt gedaan. De politie, gebonden aan prestatiecontracten, mag de mensensmokkelaars alleen 'opjagen'.

'Wij kunnen de dagelijkse confrontatie met vrouwen die eigenlijk verkracht worden, niet meer aan.'

De namen van criminelen, kamerverhuurder en prostituees in dit artikel zijn om veiligheidsredenen gefingeerd. Ook de geciteerde agenten wilden niet met hun echte naam in de krant, omdat zij door criminelen uit de vrouwenhandel met de dood zijn bedreigd.

'We zitten hier middenin de moderne slavernij!' Ron, zedencontroleur op de Amsterdamse Wallen heft zijn handen naar de hemel en laat ze weer vallen. Hij werkt al jaren in het prostitutiecentrum van Amsterdam. Je zou verwachten dat dit beruchte gebied sinds de legalisatie van prostitutie wel gevrijwaard zou zijn van uitbuiting en geweld. Maar op bureau Beursstraat, net naast het Wallengebied, vertellen Ron en zijn collega Hans wat ze elke dag aantreffen: meisjes die onder de blauwe plekken zitten, of die jongensnamen op hun borsten getatoeëerd hebben en pooiers die met harde hand hun territorium verdedigen. De politie, vinden zij, doet veel te weinig om een einde te maken aan de gedwongen prostitutie met al zijn excessen.

Politieagent Hans controleert al vijf jaar ongeveer twintig à dertig prostituees per avond, vaak samen met Ron. Meestal doen zij dit in burger, om niet op te vallen, maar iedereen in het kleine gebied kent hun gezichten. Hans is een goedlachse rustige man en Ron heeft een rijzige gestalte en een bassige stem door de zware shag die hij rookt.

Sinds de legalisatie van de prostitutie in 2000 is prostituee een regulier beroep. Prostituees hebben allerlei arbeidsrechten en ze moeten belasting betalen. De controle en het toezicht op prostitutiebedrijven is verdeeld tussen de gemeenten en de politie. De gemeente verstrekt de vergunning en de politie controleert of zich strafbare feiten voordoen. Acht van de zeventig agenten van het politiebureau Beursstraat voeren de zedencontroles uit. Als de verblijfspapieren niet kloppen, dan mag de vrouw niet meer werken. Is de vrouw minderjarig, dan sluit de gemeente de tent.

Puma en Lion

Met 350 ramen en 125 bordelen zijn de Wallen een miljoenenbusiness. De jaarlijkse omzet van de prostituees werd in 2000 geschat op 182 miljoen gulden, ongeveer 83 miljoen euro. De jaarlijkse omzet van de kamerverhuurders op 45 miljoen gulden, ongeveer 21 miljoen euro.

Hans tikt op een raam. De vrouw achter het raam lacht naar hem. Barbera is Nederlands en heeft lang bruin haar. Voor hij goed en wel binnen is, begint ze te ratelen. 'Kom binnen, ik wachtte al op je. Hij is hier weer geweest, hij heeft mijn kastje gemold.' Barbera wijst op de kast naast de wastafel. Het deurtje hangt scheef. Ze heeft grote vriendelijke ogen. Hans pakt zijn schriftje erbij. 'Over wie heb je het?', vraagt hij haar. 'Ik heb al aangifte gedaan, weet je dat niet? Mijn Marokkaanse ex kwam hier een paar weken geleden langs. Hij was ooit mijn loverboy. Hij wilde geld. Hij forceerde de deur van de kast, op zoek naar mijn portemonnee. Ik probeerde hem te stoppen. Hij greep me bij de keel en wilde me wurgen. Bij bureau Beursstraat weten ze er van, ik heb aangifte gedaan en ze hebben foto's gemaakt.' Ze kijkt Hans aan terwijl ze praat en volgt hoe hij haar woorden optekent. 'Het werken wordt steeds gevaarlijker. Die pooiers, ze hangen hier de hele avond en nacht rond. Hun bijnamen zijn Puma en Lion. Tijdens mijn werk hoor ik gegil door de muren heen. Maar de vrouwen hier zullen het niet snel toegeven, ze zijn te bang.' Hans noteert alles wat ze zegt en controleert haar paspoort. 'Kun je navragen wat er met mijn aangifte is gebeurd?', roept Barbera als hij vertrekt.

'Wat kan ik daar nou op antwoorden?' Hans loopt de Bethlehemsteeg weer in. Bij de uitgang hangen een paar jongens rond met gouden ringen en kettingen om. Ze kijken even op als Hans langsloopt.

Op politiebureau Beursstraat is het om twee uur 's nachts een komen en gaan van agenten. Hans gaat achter een computer zitten en tikt Barbera's naam in. Inderdaad deed zij op 16 september 2004 aangifte van mishandeling. De dienstdoende agent liet foto's van haar verwondingen maken. 'De aangifte is doorgespeeld aan de Jeugd en Zeden Politie. Maar de kans dat zij het oppikken is nihil', verzucht Hans. Wat gaat er gebeuren met Barbera en haar aangifte. 'Niks.'

6-uurszaken

Zedencontroleurs hebben niet de bevoegdheid een onderzoek te starten. Alleen enkele speciaal daartoe opgeleide agenten mogen aangiftes van vrouwen opnemen. Bureau Beursstraat mag alleen zogenoemde 6-uurszaken afhandelen en zedenzaken zijn daarvoor in de regel te zwaar. De 'dienders van de straat' moeten vrouwenhandel signaleren en doorverwijzen, veelal naar de rechercheurs van het Jeugd en Zedenteam (jzp).

'Ik zie ze veel: jonge meisjes die werken onder slechte omstandigheden', vertelt Hans. 'Er werkte hier een meisje, Lisa heette ze. Ze zag er erg slecht uit, bleek en mager. Ik knoopte een praatje met haar aan. Ze zei dat het prima ging, niks aan de hand. Ik vroeg het aan haar vriendinnen. Ze slikt pillen en braakt bloed, vertelden zij. Ik probeerde een band met haar op te bouwen. Ze vertelde me dat ze wilde stoppen met de prostitutie, ze was het zat. Ik zei tegen haar: je weet waar het bureau is, je kan altijd langskomen.'

Maar Lisa kwam niet langs. Enige tijd later werd ze in coma naar het ziekenhuis gebracht. Vijf dagen later was ze dood. Twee weken voor haar negentiende verjaardag. Hans' gezicht betrekt. 'Als dit soort dingen gebeurt, wil ik ander werk. Dit gaat nergens heen, we kunnen niks doen. De jzp volgt dit soort zaken niet op.'

Het Jeugd en Zedenteam stelt dat er te veel lopende zaken zijn en dat ze te weinig menskracht hebben om iets te doen met aangiftes tegen loverboys, jonge jongens die kwetsbare meisjes versieren en hen na enige tijd onder dwang in de prostitutie laten werken. In een in mei 2005 verschenen onderzoek Loverboys of modern pooierschap in Amsterdam van criminoloog Frank Bovenkerk, gaf projectleider Harold Gelder van het jzp toe dat de opsporing van loverboys in het korps geen prioriteit heeft. Het hoorde volgens hem niet eens tot de kerntaken van zijn dienst. Bij de jzp houden elf agenten zich bezig met vrouwenhandel, waar de gedwongen prostitutie door loverboys onder valt, maar tot hun taken horen ook kinderporno en pedofilienetwerken. Gezien de beperkte menskracht vindt Gelder het opsporen en bestrijden van kinderporno belangrijker.

'Wij krijgen geen aangiftes van slachtoffers van loverboys, dus we kúnnen er ook niks aan doen', zegt een woordvoerder van de Amsterdamse jzp. 'Met geruchten en vage verhalen kunnen we niks. Ja, er zijn wel loverboys op de Wallen. Het zijn vooral Marokkaanse jongens, die strak in de kleren zitten, er goed uit zien en meisjes inpalmen.'

'Aangiftes liggen overal in Nederland te verstoffen, soms ook hier', zegt Ron aan zijn bureau op de tweede verdieping van bureau Beursstraat. Hij slaat met zijn hand op een stapel papier. 'Kijk, ze gaan zo de la in.' Wijzend op een map: 'Dit meisje deed aangifte van twee verdachten die haar in de prostitutie dwongen. Een van die jongens was Turks en zou door zijn banden met de Grijze Wolven ook vuurwapengevaarlijk zijn.' De jongens lieten haar werken in Utrecht, Eindhoven, Enschede en Amsterdam. Nooit bleef ze lang op een plek. De zedencontroleurs op de Wallen wonnen haar vertrouwen. Uiteindelijk was ze bereid aangifte te doen. Vrijwel direct daarna bedreigden haar pooiers haar met de dood en dook ze onder. 'Ik heb de zaak doorgegeven aan de jzp, maar ze hebben er geen aandacht aan kunnen besteden.' Het meisje belt vanuit haar onderduikadres in Eindhoven regelmatig met bureau Beursstraat, maar niemand kan wat voor haar doen. 'Wij laten haar stikken, maar in het systeem is deze zaak ingevoerd als 'opgelost' omdat er wel íets aan gedaan is.' Uiteindelijk lukte het Ron deze zaak onder te brengen in een andere regio. Daar is hij met succes afgerond.

Lisa

Hans is ervan overtuigd dat Lisa ook slachtoffer van loverboys was en dat die haar de dood in joegen. Haar pooier heette Lion, naar de leeuw die hij in zijn nek had laten tatoeëren. Maar er hingen meer jongens om haar heen. Een van hen was een 17-jarige bekende Nederlandse rapper.

Hans nam verklaringen af van vriendinnen die met Lisa werkten, haar kamerverhuurder en hij ging in Amersfoort op bezoek bij haar moeder. 'Ik heb haar moeder geadviseerd aangifte te doen van dwang en uitbuiting door loverboys en van moord, in Amersfoort en bij de Amsterdamse Jeugd en Zeden Politie.' Hans probeerde ook zijn teamchef ervan te overtuigen dat er een onderzoek gestart zou moeten worden. Maar niemand wilde eraan.

Lisa's moeder woont in een buitenwijk. Ze rookt de ene na de andere sigaret. Het huis waar Lisa opgroeide is een twee-onder-een-kap, in een stille onopvallende straat in een middenklassebuurt. Foto's van Lisa hangen aan de muur en staan op de tv. Ze heeft lang, steil geblondeerd haar, waar felgekleurde draden in zijn gevlochten. Lisa kijkt lachend in de lens, haar voortanden staan een beetje scheef. 'Op twee september vorig jaar belde ze. Ze vertelde dat ze met die rapper was', zegt Lisa's moeder. 'Hij zit te klooien, zei ze. Waar ben je? vroeg ik nog, maar ze hing meteen weer op. Vier september belde ze weer. Ze zei: ik ben ziek. Ik zei: neem een aspirientje, het komt wel goed. Een paar uur later kon ik me melden bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Lag Lisa daar. In doodsangst. Ze gilde nee, nee, nee! en vloekte de boel bij elkaar, tot ze in coma raakte. Binnen een week was het met haar gedaan.' Volgens de artsen stierf Lisa aan een acute leverontsteking, een natuurlijke dood. 'Dat kwam door de besmetting met het hepatitis b-virus. Maar ik zag ook dat haar hele lichaam onder de blauwe plekken zat. Ik heb Maria, haar vriendin, gevraagd: wat is er met Lisa gebeurd? Maria zei: Haar vriendin Belinda en die rapper hebben haar drugs gegeven, ook als ze niet wilde.' Lisa bleek tot 2 september met Belinda en de rapper in het Van der Valk hotel te hebben gezeten in Haarlem.

'Lisa was een moeilijke puber', zegt haar moeder. 'Ze zat op het vmbo en spijbelde, blowde, dronk en rookte. Als een jongen haar lief vond, ging ze gelijk plat.' Thuis liep het uit de hand. Toen Lisa 17 jaar was, werd ze verkracht door haar neef, die haar vervolgens in Utrecht dwong op straat te werken. Hoewel Lisa kroongetuige was in de rechtszaak tegen hem, stapte ze niet uit de prostitutie.

Op aanraden van Hans lichtte Lisa's moeder de Amersfoortse politie in. Daar zag men geen aanleiding voor een onderzoek. Ook bij de Amsterdamse Jeugd en Zeden Politie ving ze bot. 'Ze zeggen dat Lisa overleed aan een natuurlijke doodsoorzaak. Einde verhaal.'

Voosbinkies

Het spel van de loverboys en hun meisjes is ingewikkeld. Voor niet-ingewijden is onduidelijk wat precies de relatie is tussen de rondhangende jongens op de Wallen en de meisjes achter het raam. Wanneer ben je eigenlijk een loverboy? De schattig klinkende term is sinds enkele jaren in omloop. Maar er is niets nieuws onder de zon, zeggen prostituees, hulpverleners en andere betrokkenen. Vrouwen worden sinds jaar en dag de prostitutie in gemanipuleerd. Vroeger werden pooiers met wie de hoer naast een zakelijke overeenkomst ook een relatie aanknoopte 'voosbinkies' genoemd. Loverboys zijn Marokkaanse, Antilliaanse en Turkse knapperds die hetzelfde doen als de voosbinkies van weleer. Het is zo oud als de weg naar Rome.

In 2000 werd het souteneurschap uit het Wetboek van strafrecht geschrapt, prostitutie was immers een legaal beroep. Sindsdien is de politie niet langer bevoegd pooiers op te pakken die zich openlijk vertonen op de Wallen. De loverboymethode valt in het Wetboek van strafrecht onder mensenhandel. Uit de jaarlijks verzamelde data van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel blijkt dat ongeveer driekwart van het totaal aantal slachtoffers van mensenhandel buitenlands is, voornamelijk uit het voormalige Oostblok en Afrika. 59 van de 405 in 2004 bij de Stichting Tegen Vrouwenhandel (stv) aangemelde slachtoffers zijn Nederlands. Dat houdt meestal in dat zij slachtoffers van loverboys zijn.

Voor politie, justitie en de hulpverlening is het moeilijk een wig te drijven tussen een meisje en haar loverboy, omdat zij vaak een band met hem heeft en soms, ondanks zware mishandeling, blijft volhouden dat ze van hem houdt.

De Turken en de Duitsers

Op de Wallen zijn twee groepen pooiers actief, de loverboys en een groep die bekendstaat als 'de Turken'. Die laatste groep bestaat uit Nederlandse en Duitse Turken en hun handlangers. In 2002 sloot een andere groep zich aan bij de Turken. Het waren Duitsers uit Berlijn met crewcuts of kaalgeschoren hoofden, wat hen de bijnaam skinheads opleverde.

'Het meisje is een probleem', zegt een donkere man met een zwarte glimmende paardenstaart tegen een brede gespierde man met een blonde crewcut. Ze lopen gejaagd langs Hans een steeg in. Beiden hebben bomberjacks aan. Het is een koude en natte nacht eind oktober 2004 en erg druk op de Wallen. 'Die blonde jongen is een handlanger van een groep Duits-Turkse pooiers. Hij staat gesignaleerd bij de politie. Hij schopte tijdens het ek voetbal in 2000 een politieagent het ziekenhuis in. Die andere is een loopjongen voor de Turken. De Duitsers en Turken vormen een hechte groep.' De mannen gaan de hoek om.

Aan het hoofd van de Turkse groep staan de twee broers Dürdan en hun neef Serdar. In 1998 streken de uit Istanboel afkomstige broers Halit en Nejat en de uit Dortmund afkomstige Serdar neer in Amsterdam. Ze verbleven de eerste paar keer in Hotel Mevlana aan de Nieuwezijds Voorburgwal met twee vrouwen die zij in de prostitutie lieten werken. Ze brachten steeds meer vrouwen naar Amsterdam. Acht pooiers en een wisselende groep handlangers, loopjongens en 'beschermers' lieten zich regelmatig op de Wallen zien. Nejat had de hersenen, hij was charmant en deed de zakelijke kant. Hij had een lange zwarte paardenstaart en een ringbaardje. Halit had de spierkracht. 'Halit is oerlelijk, hij is twee meter lang, een kleerkast. Voor hem moest je echt oppassen', vertelt Amanda, die verschillende keren door de groep is bedreigd. Halit had in Turkije in het leger gezeten. Als er een conflict was, loste hij het met veel geweld op. Serdar was een mooie man, gespierd en goed verzorgd, de vrouwen vielen voor hem. Hij was halverwege de twintig en reed rond in een Porsche.

Op de Wallen startten de drie mannen een paar legale zaken, cafetaria King Döhner en een café, Harley Heaven. In Mannheim, Dortmund en Berlijn werkten ze samen met Turken en Duitsers. Vanaf 1998 zetten ze een lucratieve handel op in vrouwen uit het Oostblok. Rond 2000 vochten ze op de Wallen een territoriumstrijd uit met bendes uit Joegoslavië, Albanië en Rusland. In korte tijd kreeg de groep veel macht. 'Je zag steeds meer vrouwen met Halit, Nejat of Serdar op hun lichaam getatoeëerd. Dat was een signaal voor andere pooiers: afblijven', zegt Amanda.

Loopjongens

'Hoe heet je?' Ron staat bijna tegen de buik van een loopjongen van de Dürdangroep. Hij kijkt hem strak aan. De jongen mompelt. 'Mehmet.' Het is een dikke jongen met een felgekleurde leren jas aan en een zonnebril op zijn hoofd. Mehmet staat met een andere jongen tegen de muur van een café geleund. Eerder die avond zagen we hem langs de ramen gaan. Af en toe stak hij zijn hoofd om de deur en pakte wat aan van de vrouwen.

'Wat doe je hier?'

'Niks, dat ziet u toch, we wachten op een vriend.'

Ron controleert zijn papieren. Die zijn in orde. Hij wandelt weer verder. Bij een van de ramen waar Mehmet was gestopt, gaan Hans en Ron naar binnen. Een lang slank meisje staat in kanten ondergoed voor het raam. Ze ziet eruit als zestien. Hans vraagt of hij haar paspoort mag zien. 'Waar kom je vandaan?' Het meisje kijkt hem niet-begrijpend aan. 'Wanneer ben je in Amsterdam aangekomen?' Weer een hulpeloze blik. 'When did you arrive?' 'Wann sind Sie angekommen?' Het meisje raakt in paniek, ze vlucht het kamertje uit en komt terug met de andere vrouw die voor het raam stond. In een paar woorden Duits legt zij uit dat ze beiden uit Slowakije komen. Het meisje is net 19. Alle papieren zijn in orde: de inschrijving in de Kamer van Koophandel, uittreksels, immigratiepapieren. In een hoek van het kamertje bijt ze op haar nagels en kijkt toe hoe haar vriendin in het Duits worstelt met de vragen van de agenten. Hans en Ron lopen de koude nacht in. 'Hoe kan een 19-jarig meisje dat de taal niet spreekt, al die papieren hebben geregeld?'

'Mehmet, die dikke, is een van de loopjongens van de Turkse groep. Hij brengt de vrouwen en regelt alles voor ze', zegt Manuela, een kamerverhuurder. Zij houdt 'de kasten' bij, maakt ze schoon, haalt de huur op en kent iedereen die woont en werkt op de Wallen. 'Mannen mogen geen kamer voor een vrouw huren, dat moeten ze zelf doen. Op die manier hoopt men pooiers te weren.' Ze trekt er een cynisch gezicht bij. 'Maar de pooiers hebben hier de zaken in handen. Mehmet kwam een keer met een andere man en een Bulgaars meisje. Zij nam haar tassen met spullen mee achter het raam, alsof ze hier echt nét was aangekomen. Dat was raar. Ik zag dat zij niet wilde werken. De hele avond wachtten die mannen voor haar raam, controleerden of zij wel genoeg klanten kreeg. 's Ochtends moest ze weer met hen mee.'

Een fantastisch fiasco

Ron drong bij het wijkteam een jaar lang aan op een opsporingsonderzoek naar de groep-Dürdan. 'Wij kunnen de dagelijkse confrontatie met vrouwen die eigenlijk verkracht word- en, niet meer aan', zegt Hans erover. 'Begrijp me niet verkeerd, ik heb niks tegen prostitutie, maar het moet wel vrijwillig gebeuren.' Rons aandringen had succes. Een team van vier man werd op de zaak gezet. Drie rechercheurs en Hans begonnen in januari 2003 de Turks-Duitse organisatie in kaart te brengen. Ze kwamen erachter dat zij ook marihuana en cocaïne naar Duitsland smokkelden, maar hun voornaamste bezigheid was vrouwenhandel. Een Nederlander reed voor hen op en neer naar St. Petersburg, haalde daar vrouwen uit diverse Oost-Europese landen op en bracht ze naar Nederland. Een Nederlandse jongen van Turkse afkomst kwam regelmatig in Polen om vrouwen te ronselen. Van de vrouwen uit Rusland, Bulgarije, Polen, Roemenië en Slowakije die in Nederland arriveerden, werden de paspoorten afgepakt. De groep regelde verblijfsvergunningen voor hen via een advocaat in Alkmaar of ze kregen vervalste paspoorten. Ze werden aan het werk gezet op de Wallen. Daarnaast intimideerde en bedreigde de groep vrouwen die al op de Wallen werkten. Ook zij moesten voor hen gaan werken.

De groep-Dürdan creëerde een controlesysteem waarbij de vrouwen 24 uur per dag in de gaten werden gehouden. Met enkele vrouwen knoopten de Dürdan-broers en hun handlangers relaties aan. Zij genoten bepaalde privileges en kregen status binnen de groep. Deze 'vriendinnen' huurden kamers op strategische locaties waar ze zicht hadden over een groot aantal andere ramen waar de nieuwe Oost-Europese vrouwen werden neergezet. Regelmatig werden de vrouwen gerouleerd, ze moesten ook werken in Alkmaar, Antwerpen en in Duitsland. Ze konden dus geen band opbouwen met buurtbewoners of de politie. Amanda volgde de ontwikkelingen van dichtbij: 'Er waren vrouwen die verliefd werden op Halit, Nejat en de andere pooiers. In dat opzicht waren ze loverboys, want ze onderhielden relaties met deze 'vriendinnen'. Ik heb laatst een vriendin van me opgezocht die voor Halit werkt. Ik zei tegen haar dat ze van hem af moest, zelfstandig moest gaan werken. Halit slaat haar regelmatig tot moes en hij neemt al haar geld af. Tegen mij zei ze: ” Ja maar, Halit is mijn mannetje”. Een andere pooier trouwde in Turkije met een vrouw die hier tegen haar wil moest werken. Maar een ding was hetzelfde voor de nieuwe vrouwen en de 'vriendinnen': ze moesten werken of ze er wel of geen zin in hadden, ziek of niet, dat maakte niks uit. En als ze klaagden, dan zouden ze het wel voelen.'

'Het onderzoek was een fantastisch fiasco', zegt Hans. De rechercheurs richtten zich niet op het verzamelen van aangiftes van vrouwen, dat zou te lang duren. Wel tapten ze de telefoons van de pooiers en de vrouwen. 'Ik heb voorgesteld niet alleen de telefoons, maar ook hun internetverkeer te tappen', vertelt Hans. 'Wij kregen namelijk op een gegeven ogenblik te horen dat een groep vrouwen de volgende dag naar Antwerpen zou worden gebracht voor een borstvergroting, zonder dat wij daar ooit iets over hadden gehoord. Ze moeten het via de e-mail of msn hebben besproken.' Maar de projectleider vond het tappen van internet ook niet nodig. Hans stelde voor een aantal Bulgaarse vrouwen die naar Amsterdam waren gebracht en aan het werk gezet waren, een tijd te volgen. Maar weer was het antwoord: geen tijd, te ingewikkeld.

Eind juni 2003 kreeg het rechercheteam van de leiding te horen dat ze de zaak moesten afsluiten. Op dat moment waren ze nog volop bezig. Begin juli verrichtten ze overhaast enkele arrestaties. Vijf mannen, onder wie de broers Dürdan en Serdar, en een vrouw werden aangehouden. Maar de officier van justitie vond het bewijsmateriaal te mager. Halit stond dezelfde dag dat hij werd aangehouden alweer op straat, de anderen waren na twee dagen weer op vrije voeten. Zij zetten hun handeltje onverdroten voort.

Waarom mislukte het onderzoek? 'Wij worden geacht te 'scoren'. Er moeten meetbare prestaties worden geleverd', zegt Hans. Volgens nieuwe criteria mogen rechercheonderzoeken niet langer dan drie maanden duren. Het enige tastbare resultaat was de sluiting van cafetaria King Döhner en de bar Harley Heaven. Veel te weinig, vindt Hans. Maar het onderzoek kon worden ingevoerd als 'opgelost'. 'Men gaat over tot de orde van de dag.'

Het Sfinx-team

Het politieonderzoek naar vrouwenhandel werd vroeger anders aangepakt, blijkt uit het Sfinx-onderzoek uit 1998. Toen rivaliserende bendes uit het voormalige Joegoslavië, Albanië en andere Balkanlanden op de Wallen een conflict uitvochten dat uitmondde in een fatale schietpartij voor de deuren van de Pathébioscoop op het Leidseplein, startte de politie een onderzoek. Ron was een van de acht agenten die werden opgenomen in het team dat de codenaam Sfinx kreeg. De bendes waren actief in de vrouwen-, wapen- en drugshandel. Het aanpakken van de vrouwenhandel was prioriteit één. 'Het idee was dat we de vrouwen zouden helpen en de daders zouden pakken op grond van de aangiftes van de vrouwen.' Het Sfinx-onderzoek gold als een succes: door een vertrouwensband op te bouwen met de vrouwen kon de politie de bendes oprollen.

Het Sfinx-team kreeg anderhalf jaar de tijd. Het Interregionaal Team Noord-Holland/-Utrecht (irt) dat begin jaren negentig de 'Delta-organisatie' van drugsbaron Klaas Bruinsma onderzocht, kreeg zelfs onbeperkt de tijd. Maar nadat dit had geleid tot het doorlaten van grote partijen drugs (de irt -affaire), stelde een parlementaire onderzoekscommissie het eeuwig doorrechercheren aan de kaak. Rond 2000 kwam als reactie daarop de methode van de 'korte klappen' in zwang. De politie moest niet langer doorgaan tot de top van een crimineel netwerk blootgelegd was, maar meteen ingrijpen. Het arresteren van handlangers, loopjongens en koeriers zou de hele criminele organisatie destabiliseren, was de gedachte.

Die trend is doorgezet. Het accent is verschoven naar het 'tegenhouden' van criminelen en zoveel mogelijk boetes en aanhoudingen 'scoren'. De Turkse groep op de Wallen werd weggepest, opgejaagd, om te voorkomen dat ze hun misdrijven pleegden. De groep-Dürdan verplaatste de onderneming naar Utrecht en heeft nu een stevige voet aan de grond in de prostitutie van Antwerpen. In de Tweede monitor van de georganiseerde criminaliteit in Nederland (2002) staat dat de korte klappenmethode niet zaligmakend is. Het aantal zaken waarbij een crimineel samenwerkingsverband werd ontwricht bleef beperkt.

Maar het 'resultaten scoren' past ook in een politieke trend die is ingezet met de Fortuyn-revolte en aan kracht heeft gewonnen onder de dreiging van terreur. Een harde, repressieve aanpak moet leiden tot een zo groot mogelijk gevoel van veiligheid bij de burgers. Agenten in het Wallengebied, óók de zedencontroleurs, moeten elke dag twee procesverbalen binnenhalen: een boete voor een ontbrekend achterlicht; een straatverbod of het wegzenden van een illegaal. In juli 2003 sloten de ministeries van Binnenlandse Zaken, Justitie en de korpsbeheerders een prestatieconvenant. Dat zegt dat de politie in 2006 180.000 meer bekeuringen moet uitschrijven dan in 2002 en 40.000 zaken meer moet aanbrengen bij het openbaar ministerie. Voor de Amsterdamse politie houdt het onder meer in dat het aantal opgelegde boetes tussen 2003 en 2006 moet toenemen met bijna 22.000 per jaar. Ook moeten in 2006 4.800 misdrijven meer worden opgelost dan in 2002. Als een politiekorps de doelstelling niet haalt, krijgt het een korting op het budget.

Tippelzones

De onderliggende gedachte van het tegenhouden is dat een delict dat niet gepleegd is, ook niet opgespoord hoeft te worden. Het is een preventieve aanpak. Ook bij het 'schoonvegen' van de tippelzones werd die logica toegepast. Omdat de prostituees waren verdreven, kon er ook geen vrouwenhandel meer plaatsvinden.

De Amsterdamse burgemeester Cohen is een pleitbezorger van het tegenhouden. Hij beschouwt ook het uitzetten van de illegale prostituees van de tippelzones als een vorm van tegenhouden. Maar verschillende internationale en Europese verdragen, richtlijnen en kaderbesluiten verbieden Nederland slachtoffers van vrouwenhandel zomaar uit te zetten. Dus wordt er gegoocheld met woorden en termen, waarbij de vrouwen beurtelings daders en slachtoffers zijn. Cohen zei in 2002 tijdens een persconferentie naar aanleiding van de uitzetting van honderd vrouwen uit Amsterdam: 'Het uitzetten van illegale prostituees is niet primair bedoeld om vrouwenhandel tegen te gaan. De belangrijkste reden is dat de vrouwen iets doen wat verboden is, namelijk werken zonder werkvergunning. De meest effectieve manier om daar een eind aan te maken is door ze uit te zetten. Het uitzetten van prostituees kan je zien als een vorm van tegenhouden. De vrouwen komen buiten het bereik van de vrouwenhandelaars en daardoor kunnen die hen niet langer uitbuiten.'

Maar enkele maanden eerder noemde Cohen diezelfde vrouwen van de tippelzone vrouwen die redding en bescherming behoefden. Ter inleiding van een rapport van het Amsterdamse Netwerk Vrouwenhandel schreef hij: 'Internationale vrouwenhandel komt vaak voort uit armoede en het gebrek aan economische mogelijkheden in de landen van herkomst. De ongelijke machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen maken dat meestal meisjes en vrouwen hier slachtoffer van worden. Economische ontwikkeling en emancipatie van vrouwen zijn belangrijke factoren die deze vorm van slavernij uiteindelijk de wereld uit zullen helpen.'

Vrouwenhandel! Slavernij! Die morele mammoetbegrippen moesten wel leiden tot sluiting van de tippelzone. In de Amsterdamse gemeenteraad werd dan ook met veel nadruk besloten dat de stad deze inhumane toestanden niet kon tolereren.

Ook landelijk is zero tolerance het sleutelwoord. Het paradepaardje van de kabinetten Balkenende I en II, het veiligheidsprogramma Naar een veiliger samenleving opent met: 'De door veel mensen ervaren onveiligheid is ontoelaatbaar. De ergernis over berovingen, geweld, vernielingen en overlast is vaak zeer groot (...). Het kabinet ziet het als een centrale beleidsopdracht om werk te maken van deze indringende roep vanuit de samenleving.' De nadruk komt te liggen op het aanpakken van de zichtbare criminaliteit, waarmee de burger in de publieke ruimte wordt geconfronteerd.

Vrouwenhandel speelt zich niet af in de publieke ruimte. De bestrijding van mensenhandel en gedwongen prostitutie komt in Naar een veiliger samenleving nauwelijks aan bod. Er wordt alleen aangegeven dat de vreemdelingenpolitie meer capaciteit krijgt voor de opsporing van 'migratiecriminaliteit'.

Daaronder vallen behalve mensenhandel ook mensensmokkel én illegale immigratie. Vrouwenhandel wordt pas aangepakt als de uitbuiting en dwang zich wél in de publieke ruimte afspelen, zoals op de tippelzones.

Toch hebben de opsporing en vervolging van vrouwenhandel landelijke prioriteit, heeft minister van Justitie Donner herhaaldelijk gezegd. Een landelijk officier coördineert de vervolging van mensenhandelzaken. De in juli 2003 opgerichte Nationale Recherche en zes bovenregionale rechercheteams hebben mensenhandel hoog op hun prioriteitenlijst staan. Daarnaast is er een landelijk overleg met de projectleiders van de Jeugd en Zedenteams van de 25 regiokorpsen over prostitutiecontroles en de aanpak van mensenhandel.

Auto-ongeluk

'Hoe is het mogelijk?' Ron moet even lachen. Hij krijgt een e-mail binnen van de Duitse politie. Bij een auto-ongeluk op een Duitse snelweg zijn drie personen betrokken. Een is om het leven gekomen, een tweede is zwaargewond en een derde man is zwaargewond aan zijn gezicht. Het zijn de namen van de slachtoffers die Ron een minzaam lachje ontlokken. De zwaargewonde man is Serdar, de andere twee zijn handlangers. 'Als we ze niet kunnen opsporen en vervolgen, dan gebeurt er zo'n ongeluk.' Een paar dagen later blijkt dat Serdar de benen heeft genomen uit het ziekenhuis.

Een week na het ongeluk, eind oktober 2004, kocht de groep een Belgisch meisje. Iedereen op de Wallen heeft het erover, maar niemand weet waar het meisje nu is. Hans weet niet wat hij aanmoet met de zus van het meisje die maar blijft bellen. 'Wat kan ik tegen haar zeggen? We weten niet waar zij nu is, ze heeft geen aangifte gedaan.'

Het verhaal van Lisa

Hans' stijl van werken past slecht in het nieuwe politiebeleid. Hij bijt zich vast in zaken. De dood van Lisa laat hem niet los. Hans: 'Misschien wilde zij uit het leventje stappen, een nieuw begin maken. Ik denk dat haar pooier dat niet wilde en haar daarom dwong drugs te nemen.'

Maar de jzp weigerde een onderzoek in te stellen, net als de recherche in Amersfoort. Geen tijd. De zaak is afgedaan, kreeg Lisa's moeder te horen. De wijkteamchef van bureau Beursstraat Jos de Roos: 'Uitbuiting heeft altijd plaatsgevonden in dit gebied. Wij hebben slechts een verwijzende en signalerende taak. Meer kunnen we niet doen.' Ten einde raad diende Lisa's moeder op aanraden van Hans een klacht in tegen de Amsterdamse politie wegens nalatigheid. De Jeugd en Zeden Politie móést de zaak nu wel onderzoeken. Zij vroegen het amc een onderzoek te doen naar de doodsoorzaak. Een autopsie gaf hetzelfde resultaat: een natuurlijke dood. Een woordvoerder van de jzp: 'Er was geen misdrijf gepleegd, dus dan houdt het op.' Maar er waren duidelijke indicaties voor uitbuiting, dwang en geweld. Hoe zijn de blauwe plekken op haar lichaam te verklaren? Wat te denken van de getuigen die zeiden dat ze werd gedwongen en geslagen? 'Ja, we kunnen hier lang over discussiëren, maar daar heb ik geen zin in', antwoordt de woordvoerder geprikkeld. 'Hoe lang moet je doorgaan met onderzoeken, tot er iets blijkt van een loverboy?'

Hans houdt hardnekkig vol dat er meer aan de hand was dan alleen de dood van een junkie. Zijn vasthoudendheid kostte hem uiteindelijk zijn baan. Nadat Lisa's moeder een klacht had ingediend bij de politie, werd Hans op het matje geroepen bij de districtschef. Die vond dat hij te veel betrokken was bij het zedenwerk en dat was slecht voor zijn gezondheid. Wijkteamchef Jos de Roos: 'Hans had contacten met de familie van een overledene. Het liet hem niet los en dat is onprofessioneel.' Hans: 'Ik heb de zaak gewoon degelijk onderzocht. Ik heb alle getuigen, onder wie haar moeder, een verklaring laten afieggen. Ik beschouw het als politiewerk. De politietop wil de beerput blijkbaar koste wat het kost dichthouden.' Hij hield de eer aan zichzelf en solliciteerde naar een nieuwe baan. Hij is nu projectleider bij een andere afdeling van de politie.

Dit is een bewerkte voorpublicatie uit het boek 'Ik laat je nooit meer gaan' van Ruth Hopkins, dat volgende maand verschijnt bij uitgeverij De Geus. Op 7 november organiseert het Amsterdamse discussiecentrum De Balie een politiek debat over vrouwenhandel.

[streamers]

'Het werken wordt steeds gevaarlijker. Die pooiers hangen hier de hele nacht rond'

'Aangiftes tegen loverboys liggen overal in Nederland te verstoffen'

De methode van de loverboys is zo oud als de weg naar Rome

Halit was een kleerkast van twee meter lang en oerlelijk

Een Nederlandse jongen van Turkse afkomst ronselde regelmatig vrouwen in Polen

Ruth Hopkins is onderzoeksjournalist.

Caro Bonink is fotograaf.