Rosiri: Vroeg thuis

Rosiri woont half bij haar moeder en half bij haar vader. Een feuilleton van Iris Koppe (20) over een modern kind van gescheiden ouders

Terwijl Rosiri haar as van het balkon aftikte, zag ze een junk een blikje in haar rode fietstassen stoppen. Het was haar moeder geweest die de zakken aan haar bagagedrager had gehangen. Dat het er niet uitzag, had Caro niet willen horen. Ze wilde niet dat haar dochter later rugklachten zou overhouden aan haar eigen scheiding en daarom mocht Rosiri haar schoolboeken niet allemaal op haar rug dragen wanneer ze naar haar vader ging. In het begin had ze zich vreselijk geschaamd, maar uiteindelijk had Rosiri gemerkt dat het toch wel handig kon zijn. Vooral als ze zakken met vuile was moest vervoeren. Gooide ze bij haar moeder zelfs haar duurste bloesjes nonchalant in de wasmand, bij haar vader durfde ze nog niet eens een gewone spijkerbroek te laten wassen. Bang om die drie keer zo klein terug te krijgen.

Met het stof op haar vingers van het raamkozijn liet Rosiri zich loom van de trap glijden. Hoe lang duurde het nog voor ze zouden thuiskomen? Ze wierp een blik in een van de kinderkamers en trok de deur verder dicht. In de keuken inspecteerde ze de kastjes. Ze was als oppas gewend om te pakken wat ze wilde, dat zei de vrouw des huizes immers altijd op de momenten dat ze hooggehakt en in een walm van parfum de deur achter zich dichttrok. Rosiri vond het vooral spannend om in het medicijnkastje boven de afzuigkap te kijken. Zo was ze erachter gekomen dat zij homeopathische middeltjes tegen neerslachtigheid slikte en hij al maanden te kampen had met een voetschimmel die maar niet wilde verdwijnen. Om de zoveel weken stond er een nieuw poedertje dat jeukvrije tenen beloofde.

Met een blikje olijven in haar hand nam Rosiri plaats aan de grote rechthoekige tafel in de achterkamer. Op het moment dat ze haar wiskundeboek opende hoorde ze een sleutel in het slot. Verbaasd keek ze op haar horloge.

,,Hoi, schrik niet, ik ben wat eerder.''

In het ganglicht stond Ton.

,,Hoe was de opera?'', vroeg Rosiri. ,,En waar is Sarah?''

Ton liep de keuken binnen en haalde een fles whisky te voorschijn. ,,Weet je, zo'n opera van drie uur trek ik niet. Dan krijg ik zo'n ongelooflijke last van m'n rug. Ik ben in de tweede pauze weggegaan. Sarah wilde hem uitzitten.'' Hij schonk zichzelf joviaal in en met opluchting in z'n ogen ging hij naast Rosiri aan tafel zitten. ,,Zo, en hoe ging het hier?''

,,Gezellig samen uit, samen thuis'', wilde Rosiri zeggen, maar ze hield zich in. In plaats daarvan vertelde ze over de racebaan die ze met zijn zoons had gebouwd. Maar dat ze nu liever snel naar huis wilde gaan. Ze had morgen een wiskunde PTA.

In de deuropening trok ze haar jasje verkeerd om aan. Ton lachte om haar gekluns. Plots boog hij zich naar haar toe en fluisterde: ,,Toe, geef me eens een kusje.'' En voor ze het wist voelde Rosiri de natte dranktong van Ton tegen haar gehemelte. Geschrokken stapte ze naar achter en struikelend bereikte ze de straat. Zonder dat ze betaald was voor het naar bed brengen van zijn kinderen, sprintte ze over de gracht. De ogen van Ton op de drempel prikten in haar rug. Haar fietstassen weerspiegelden in het water.

Wordt vervolgd