Ranglijsten zijn helemaal in

Het vergelijkend onderzoek `Kennis in kaart' is niet bedoeld om een rangorde van universiteiten te geven. Toch wordt het onderzoek wel zo geïnterpreteerd. Tot woede van de instellingen.

Aan de leerlingen van het Stedelijk Gymnasium in Leiden zijn ze niet besteed, de ranglijstjes met beste en minder goede universiteiten, volgens schooldecaan Geerte van Munster. ,,De keuze van een universiteit is voor onze leerlingen vrij overzichtelijk. Ze gaan naar Leiden of Utrecht. Alleen als ze iets willen studeren dat daar niet kan, gaan ze verder weg.''

Naar Maastricht bijvoorbeeld, de universiteit die steevast hoog eindigt op ranglijsten. Vorig jaar was Maastricht de officieuze winnaar van Kennis in Kaart, een nieuw vergelijkend onderzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daar was Jo Ritzen, voorzitter van het college van bestuur, heel blij mee. Maar hij denkt niet dat hij daarom dit jaar weer meer eerstejaars kon verwelkomen. ,,Scholieren kijken niet zozeer naar die incidentele berichten. Ze komen af op onze reputatie in het algemeen. Zoals sommige merken ook een goede naam hebben.''

Ranking is de naam. Het vergelijken van prestaties van onderwijsinstellingen, en vervolgens onderbrengen in een ranglijst. Er is iets vreemds mee aan de hand. Niemand denkt dat scholieren hun keuze voor een hogeschool of universiteit laten afhangen van de plaats van die instelling op ranglijsten, toch wordt er steeds meer waarde gehecht aan het fenomeen ranking. Opeens, zo lijkt het. Sinds een paar jaar vliegen de lijstjes je om de oren. Media besteden er veel aandacht aan, instellingen adverteren gretig met mooie scores. Met de populariteit neemt ook de kritiek toe. Want kun je instellingen wel met elkaar vergelijken? En is het zinvol om te doen?

Twee keer ja, zegt degene die mooi scoort. Twee keer nee, zegt degene die onderaan bungelt. Jo Ritzen van de Universiteit Maastricht vindt de toegenomen aandacht voor ranking niet vreemd. ,,Het is juist vreemd dat er eerder zo weinig belangstelling voor was. Ik beschouw het als een nuttige toetsing van je eigen ambities. Je kunt zien of studenten tevreden zijn over de aspecten die je als instelling zelf belangrijk vindt. Als dat niet zo is, moet je ingrijpen.'' Ritzen vindt de lijstjes ,,op hoofdlijnen'' betrouwbaar, niet in de cijfers achter de komma.

Dankzij creatief cijferen van journalisten kwam de Universiteit Leiden vorig jaar als grote verliezer naar voren uit de eerste editie van Kennis in Kaart. Tot woede van rector magnificus annex collegevoorzitter Douwe Breimer. ,,We weten niet in welke mate, maar die publiciteit speelt zeker een rol bij de daling van het aantal eerstejaars dit jaar. Vooral ouders pikken dat op.'' Leiden voelt zich onheus bejegend door het ministerie, dat begin november met de tweede editie van Kennis in kaart naar buiten komt. Alleen opleidingen kun je vergelijken, vinden ze in Leiden, niet instellingen. Bovendien baseerde OCW zich op gegevens van jaren geleden. ,,De gegevens over onze rechtenfaculteit waren achterhaald.''

Ook al is het onvermijdelijk dat gebruikers dat wel doen, uit zichzelf brengt Kennis in Kaart geen rangorde aan. Het ministerie wil vergelijkende informatie bieden, maar spreekt geen waardeoordeel uit. Twee Nederlandse rankings, die allebei de komende maand hun nieuwe editie publiceren, doen dat wel.

De Keuzegids Hoger Onderwijs geeft op basis van omvangrijke enquêtes oordelen van studenten en deskundigen per opleiding. De scores zijn uitgesplitst: je kunt bijvoorbeeld zien hoe de docenten van een bepaalde opleiding worden gewaardeerd, of de lesruimtes. Bron van de keuzegids is de database StudieKeuzeInformatie van het Leidse centrum Choice, dat door OCW wordt gesubsidieerd. Staatssecretaris Rutte, verantwoordelijk voor het hoger onderwijs, wil de subsidie voor de Keuzegids afbouwen. In plaats daarvan komt er voor het einde van dit jaar een `website studiekeuze', met complete informatie over kwaliteitsverschillen tussen instellingen. Goede beschikbaarheid van dit soort informatie is een van Rutte's prioriteiten.

De studentenoordelen uit de nieuwe Keuzegids kwamen eind augustus al naar buiten. In Wageningen ging de vlag uit, want die universiteit stond op nummer 1. Die uitslag zegt echter niets over de onderwijskwaliteit van Wageningen. Het zegt alleen dat de Wageningse studenten tevredener zijn dan studenten elders.

Concurrent Elsevier – over twee weken ligt het thema Studeren in de winkel – baseert de ranglijsten eveneens op enquêtes onder studenten en deskundigen. Vanaf dit jaar zijn dat niet alleen hoogleraren, maar ook universitair hoofddocenten. Verantwoordelijk redacteur Arthur van Leeuwen weet niet hoe intensief de bijlage door scholieren wordt gebruikt voor hun studiekeuze. ,,Maar uit andere onderzoeken blijkt wel dat de kwaliteit van de opleiding en kansen op de arbeidsmarkt zwaarder gaan wegen.'' Als dat waar is, gaan de rankings gouden tijden tegemoet. Kan Van Leeuwen alvast iets verklappen uit het Elsevier-onderzoek van dit jaar? ,,Utrecht scoort heel goed.''

Wie zijn toekomst echt serieus neemt, kijkt naar een heel ander soort ranking. Internationale rankings gaan niet over onderwijs, maar over onderzoek. Zij baseren zich vooral op `citation indexes', het aantal keren dat wetenschappers van een universiteit worden geciteerd in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften. Dit wordt algemeen aanvaard als een goede indicatie voor de wetenschappelijke prestaties van een instelling, met de aanzienlijke beperking dat het publiceren in tijdschriften vooral gangbaar is in de natuurwetenschappen. Universiteiten die uitblinken in alfa- of gammawetenschappen komen er bekaaid vanaf.

Bij de mondiale onderzoeksrankings gaat het om twee serieuze partijen. De ranglijst van de Times Higher Education Supplement uit Londen leunt sterk op oordelen van vakgenoten. Dat maakt hem oncontroleerbaar en vatbaar voor subjectiviteit. Interessanter is de ranking die de Jiao Tong Universiteit in Sjanghai sinds 2003 produceert, en die in de hele wereld in rap tempo aan gezag wint.

Wat de internationale rankings vooral duidelijk maken is dat Nederlandse universiteiten uitstekend presteren als het gaat om onderzoek. Het Leidse onderwijs mag in eigen land onder vuur liggen, in de Chinese top-100 van Europese universiteiten staat Leiden op nummer 22, wereldwijd op nummer 72. Maar het kan nog beter. De student die naar de beste universiteit wil, hoeft binnen Nederland niet te aarzelen. Die moet naar de Universiteit Utrecht. Nummer 6 in Europa, nummer 41 wereldwijd op de Academic Ranking of World Universities 2005. Zelfs Jo Ritzen uit Maastricht vindt dat dat gevierd moet worden.