Ramadan: alarmcode rood

De ramadan, de islamitische vastenmaand, is in aantocht. Een bijzondere maand waarin de contrasten in een sacrale sfeer samen kunnen gaan: veel eten (tussen zonsondergang en zonsopgang ), ondraaglijke honger en dorst (gedurende de hele dag), geen seks (weer tussen zonsopgang en zonsondergang), wél seks (ná de zonsondergang). Ramadan symboliseert de almachtige Allah die in staat is alle mogelijke tegenstellingen in zich te verenigen. Allah belichaamt de vergeving en de wraak, de woestijn en de zee.

Hoe verenigt Allah al deze tegenstellingen? Met de tijd. Hij is de meester van de tijd. Allah deelt de tijd in en begrenst de tijd: de tijd van eten en drinken, niet eten en drinken, geen seks, en weer wel seks. Deze zeer gedisciplineerde, bijna militaristische afbakening van de tijd maakt de tijd beheersbaar. Ik heb zo'n gevoel dat u mij niet begrijpt. Welaan, we beginnen opnieuw.

Allah leert zijn mensen, ieder jaar gedurende dertig dagen, de wijze waarop ze moeten omgaan met hoop (eten, drinken, seks ná de zonsondergang en met wanhoop (dorst, honger en verlangen). Overdag leer je het fysieke lijden kennen. Tegelijkertijd doet je dat inzien dat het lijden wel in de tijd is begrensd. Het lijden wordt op die manier een overzichtelijk avontuur. Het is een training in de eindigheid van het lijden.

Bij de zonsondergang leer je dat het geloof wordt beloond. De moslim moet in afgebakende en tegenstrijdige tijden leven. En dit is precies een levendige voorstelling van het paradijs en de hel. De dagelijkse (ramadaanse) ontberingen roepen enerzijds de hel in herinnering en verstrekken anderzijds de vastberadenheid en het geduld. De nachtelijke feestelijkheid van ramadan doet denken aan het eeuwige leven. Daarom leert de moslim de persoonlijke en maatschappelijke mislukkingen ook in een afgebakende tijd te plaatsten. De nacht van de overwinning komt er ook aan. Ramadan is de maand van een training die in een militair gepolitiseerde religie ook een politieke betekenis krijgt. Niemand is uit het paradijs of de hel teruggekomen om ervan te kunnen getuigen. Hoe moet men daar dan in geloven?

Elk jaar, tijdens de ramadan, ervaart de moslim hoe de hel en het paradijs geconstrueerd zijn. Geloof wordt een kwestie van fysieke training met de koranische geestelijke zorg. Inderdaad is de politiek-theologische anatomie van de islam complexer dan men zou kunnen veronderstellen op grond van die simplistische commentatoren die, uit vrees voor Allah, zeer braaf zijn. Zelfs was Mohammed gelukt wat het katholieke Europa nooit is gelukt: het immanent maken van het transcendente. Het transcendente betekent, simpel gezegd, datgene wat de ervaring te boven gaat, en het immanente houdt datgene in wat ons bewustzijn niet te boven gaat. Mohammed is er dus in geslaagd het goddelijke, het onbereikbare, te incorporeren in het aardse, het hier en nu.

Het islamitische geloof is een politiek-opvoedkundig mozaïek. Het is daarom een manier van leven, die de moslim leert de tijd in vakjes te delen om ze vervolgens te beheersen. Vandaar kon Mohammd B., in de ramadan van 2004, net één dag voordat hij Theo van Gogh afslachtte, nog volop bezig zijn met de trouwerij in de Hofstadgroep. Dit is een absolute vorm van maakbaarheid: de heerschappij over de tijd.

Ik daag Allah uit om te bewijzen dat de islamo-fascisten de gewelddaad van de maakbaarheid niet van Hem hebben geleerd. Kom met een antwoord en stuur geen gewapende Mohammed op me af.

Ramadan is ook Laylat al-qadr: de nacht van beslissing. In Soerat al-qadr zegt Allah: ,,Wij hebben hem (de koran) neergezonden in de nacht van de beslissing. En hoe kom jij te weten wat de nacht van de beslissing is? De nacht van de beslissing is beter dan de duizend maanden. De engelen en de geest dalen erin neer met toestemming van jouw Heer voor elke beschikking. Vol vrede is hij tot aan de opkomst van de dageraad.''

De nacht van beslissing verloopt vreedzaam tot de opkomst van de zon. Waarom is Allah bang voor de zon, voor het licht?

Het is ook de maand van terugkeer naar de koran. Het hele boek wordt opnieuw gereciteerd. Ramadan reduceert de politieke, niet-religieuze macht in de islamitische landen tot bijna niets. Mohammed, zijn boek en zijn imams zijn gedurende de ramadan de ware machthebbers. Hierdoor is de ramadan de rekruteringsmaand waarin de orthodoxe moslims door de dagelijkse training van hel en paradijs, wanhoop en beloning, meer dan ooit geschikt zijn om gerekruteerd te worden voor het leger van de jihad, voor moord, en voor het nachtelijke genoegen. Ramadan is hetzij de voorbereiding op de jihad in de gewapende vorm, hetzij de hevige voortzetting van de jihad die volgens de jihadleiders natuurlijk altijd een defensief karakter heeft!

De jihad was zo defensief van aard dat de oerjihadisten per ongeluk in Perzië en Sicilië waren terechtgekomen. Kortom, gedurende de ramadan staat de alarmcode in de hele islamitische wereld op rood. Het is te hopen dat ook hier de veiligheidsdiensten de jihadisten, de jihadistische moskeeën, stichtingen en de mogelijke doelwitten van jihadisten (individuen en openbare objecten) strenger zullen bewaken.

In deze maand van Allah is het niet toegestaan te vechten, maar moet men te allen tijde de islam en de moslims verdedigen zodra ze worden aangevallen. En dit is heel ruim. Wanneer men een beroep doet op deze clausule, vallen er, wegens de sacrale aspecten van de ramadan, veel martelaren.

Zo ging het ook in de oorlog tussen Iran en Irak en in het Palestijns-Israëlische conflict. Toch ziet de meerderheid van de moslims de ramadan slechts als een verplicht volksfeest. Zelfs vasten miljoenen moslims niet. Zodra de moslims de trucjes van Allah doorhebben, begint het echte feest: de ontmanteling van Allahs nachtelijke beloften van buitensporig eten, drinken en vrijen. Tot die dag staan, ook bij mij, alle alarmcodes op rood.