Punten halen over de grens

Er bestaan verschillende mogelijk- heden om in het buitenland te studeren. Het Nuffic in Den Haag helpt je op weg.

Je komt van de middelbare school en de wereld lijkt voor je open te liggen. Of in elk geval Europa, want dat is immers één zegt men. En op de open dagen van hbo en universiteit werd je er welhaast ook mee doodgegooid: `de internationalisering van het onderwijs.' Je zou er bijna je koffer al van gaan pakken.

Toch vallen de grenzeloze mogelijkheden van studeren in het buitenland in de praktijk tegen. Zeker als je een volledige studie buiten Nederland wil doen. Studeren met behoud van studiefinanciering kan dan alleen aan instellingen in de grensgebieden met België en Duitsland, of in een aantal Europese landen als het om bijvoorbeeld geneeskunde, tandheelkunde of architectuur gaat. Nederland telt te weinig beoefenaren van de bijbehorende beroepen en financiert daarom deze studies over de grens wel volledig. Maar wil je bijvoorbeeld een volledige studie Engels in de Verenigde Staten doen, dan zul je echt een suikeroom moeten zoeken.

Veel meer mogelijkheden heb je als je kiest voor een gedeeltelijke studie over de grens. Oriënteer je dan eens op de talloze uitwisselingsprogramma's van hogescholen en universiteiten. Die besparen je een boel kopzorgen, omdat de onderwijsinstelling al afspraken heeft gemaakt over erkenning van studiepunten, begeleiding, een dak boven je hoofd en verzekeringen. Je kunt vrijstelling voor collegegeld krijgen, de studiefinanciering behouden en soms gebruikmaken van een beurs. Er is één 'maar': je zit wat keuze betreft vast aan de instellingen waarmee jouw school of universiteit een uitwisselingsverband is aangegaan.

Per jaar vertrekken een kleine 25.000 studenten via een uitwisseling of voor stage naar met name Europese landen. Vaak is de uitwisseling een logisch gevolg van de studie: word je opgeleid tot leraar Duits, dan ligt het voor de hand een tijdje bij de oosterburen te verblijven en wie International Business and Language studeert, moet ook geen last van heimwee hebben.

De Europese Unie, de Nederlandse overheid, en een aantal particuliere fondsen en organisaties uit het bedrijfsleven verstrekken beurzen aan studenten die enige tijd naar het buitenland willen. Soms is de beurs gelieerd aan de onderwijsinstelling, zoals het beursprogramma Socrates/Erasmus van de Europese Commissie. Je kan alleen van deze beurs profiteren als jouw onderwijsinstelling én die in het buitenland aan het Erasmus-programma deelnemen. Gemiddeld bedraagt de beurs 450 euro voor drie maanden.

Een individuele en minder toegankelijke beurs is bijvoorbeeld die van het Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut in Florence, Italië. Alleen doctoraal studenten kunstgeschiedenis kunnen daar een cursus volgen. Per jaar stelt het instituut daartoe dertig beursmaanden beschikbaar en de vergoeding bedraagt 408 euro per maand.

Het Huygens Talentenprogramma van het ministerie van Onderwijs zit weer heel anders in elkaar. Dit is een beurs voor afgestudeerde studenten die maximaal twee jaar in het buitenland willen doorstuderen of onderzoek doen. Je mag hierbij zelf bepalen naar welk land en aan welke onderwijsinstelling je dat zou willen doen. Deze beurs is niet voor iedereen weggelegd: je studieresultaten moeten `uitmuntend' zijn en de onderwijsinstelling moet jou voordragen. Je krijgt er wel een riante beurs voor terug die voorziet in vergoeding van collegegeld, levensonderhoud, verzekering, visumaanvraag en reiskosten.

Er zijn nog een groot aantal andere beurzen. Op een speciale site van het Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs die onder andere beurzen beheert, vind je een overzicht: www.wilweg.nl. Op de site www.studie-punt.nl staat ook de nodige informatie over studeren in den verre en misschien wel het allerbelangrijkst: de ervaringen en tips van studenten die nu in het buitenland zijn of net zijn teruggekeerd.