Plan-Stevens vermeldt maar deel van belastingwaarheid 1

Prof. Stevens wil het eigenwoningregime onderbrengen in Box 3. Hij vindt dat ,,rechtvaardiger en veel eenvoudiger'' dan de nu geldende regeling van de hypotheekrenteaftrek en de door het kabinet voorgestelde nadere eisen aan de verstrekking van tophypotheken (NRC Handelsblad, 22 september).

Ik ben van mening dat zijn voorstel onjuist is, de systematiek van Box 3 zeer bemoeilijkt en onrechtvaardig uitwerkt voor een grote groep huiseigenaren.

In Box 3 (sparen en beleggen) wordt het rendement op vermogen belast. Introductie van de eigen woning in Box 3 suggereert dat deze rendement genereert. Dit is duidelijk niet het geval, evenmin als een auto, zeiljacht of een kunstverzameling dat doet. Het onderbrengen van de eigen woning in Box 3 zou een systeemfout betekenen en is dus onjuist.

Bovendien zal ter compensatie van diverse nadelige inkomenseffecten voor de huiseigenaren Box 3 moeten worden opgetuigd met een complex systeem van vrijstellingen en heffingskortingen. Het voorstel van Stevens is erop gericht een eind te maken aan de begunstiging van de midden- en hogere-inkomensgroepen, aan wie de bijna 9 miljard euro belastingsubsidie toevalt in het vigerende belastingregime waarbij het huis in Box 1 valt.

Er is echter ook een grote groep (vooral ouderen), die geen of weinig hypotheekschuld meer heeft en zelfs door de wet-Hillen wordt aangemoedigd deze schuld volledig af te lossen. Deze groep, die geen renteaftrek claimt en verlost is van het huurwaardeforfait, zou in het plan-Stevens geheel ten onrechte opnieuw worden belast.

Maar het kan anders en beter: breng de eigen woning, als een fiscale categorie sui generis, onder in een nieuw te creeren box: Box 4. Ik heb eerder een voorbeeld gegeven voor een geleidelijk in te voeren Box 4-belastingregime voor de eigen woning. Hierin wordt voorgesteld dat, ongeacht het inkomen, een belastingaftrek zal gelden van 30 procent van de rente betaald over een hypotheekschuld van maximaal 300.000 euro. Dit einddoel zou in 15 jaar worden bereikt door de maximaal voor aftrek in aanmerking komende hypotheekschuld jaarlijks met ca. 50.000 euro te verminderen (uitgaande van 1.000.000 euro als beginwaarde) en het tarief met ca. 1,5 procent.

Het zal duidelijk zijn dat in dit schema de grote leners met de hoogste inkomens het eerst en het meest inleveren. Leners met kleine inkomens profiteren als hun renteaftrekpercentage geleidelijk stijgt naar 30 procent.