Pieter Kottman’s Frankrijk 2

Graag wil ik reageren op bovengenoemd artikel. Zelf ben ik Belgische, mijn hele schoonfamilie woont al jaren in Frankrijk, respectievelijk in Parijs en in andere delen van het land. Ik kom er vaak en mag beweren dat ik het land en zijn cultuur redelijk goed ken. Daarbij komt dat ik zelf jaren in Wallonië heb gewoond en zeer vertrouwd ben geworden met de Franse media, vooral door televisie en tijdschriften.

Allereerst complimenten aan Pieter Kottman. Het artikel typeert op een beknopte, duidelijke en treffende manier Frankrijk en de Fransen. Toch heb ik de nodige opmerkingen.

Te beginnen met de gezondheidszorg. Het mag dan inderdaad zo zijn dat er grote tekorten zijn, maar tot nu toe is ze inderdaad nog altijd één van de beste van de wereld. Door eigen ervaring en deze van naaste familie kan ik erover meepraten. Klassengeneeskunde (zie artikel van Piet Borst in wetenschapsbijlage van NRC van 24 september) zoals in Nederland bestaat in Frankrijk niet. Iedereen heeft recht op goede zorg, op alle behandelingen (ook zwaar technologische) die noodzakelijk zijn en op goede en dure medicijnen. Ziekenhuizen, vooral in de grote steden, beschikken trouwens over de modernste medische technologie en zeer goed opgeleide medici en specialisten.

Wachtlijsten zijn er nauwelijks. Het verplegend personeel, zowel thuisverpleging als in de ziekenhuizen is over het algemeen zeer voorkomend en meelevend en vertoont grote inzet. Huisartsenposten bestaan er niet en zelfs in afgelegen dorpjes op het platteland zijn de mensen in de meeste gevallen verzekerd van snelle en goede medische hulp, ook in het weekend, 's avonds en 's nachts. Het neonatale sterftecijfer is in Frankrijk één van de laagste van Europa (Nederland staat ergens bovenaan)! Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. En ja, als u mij zou vragen waar ik liever zou worden geopereerd, in Frankrijk of in Nederland, dan kies ik voor Frankrijk!

Wat betreft de Franse `discretie' als aspect van de hofcultuur. Deze valt in veel gevallen zeer te prefereren boven de Hollandse onhebbelijkheid om, ook via de televisie, alles met elkaar te delen, zelfs de intiemste dingen. Een ander voor mij zeer aangenaam aspect van deze hofcultuur zijn de gewone dagelijkse omgangsvormen. Steeds weer opnieuw als ik in Frankrijk kom, valt mij op hoe beleefd en voorkomend je wordt behandeld in winkels en horeca, of gewoon aan de benzinepomp. Aan kinderen wordt nog geleerd dat ze met twee woorden dienen te spreken, dat ze moeten zwijgen als volwassenen praten en er worden hun nog tafel- en andere manieren bijgebracht.

Parijs is inderdaad een kille stad, maar welke grote stad is dat niet? Vergelijking met Nederland kan niet want wij hebben geen echt grote (grootse?) steden. De kans dat je via een sportclub aan vrienden of kennissen komt is uiterst klein, niet alleen in Frankrijk.

Ook Nederlanders leven in clans van familie en vrienden. Sinterklaas én Kerstmis buiten de familiekring vieren is hier te lande misschien nog ondenkbaarder. Om over de terreur van de verjaardagen nog maar te zwijgen.

Een heleboel dingen zijn in Frankrijk misschien echt per definitie uitstekend. Hun taal, bovengenoemde gezondheidszorg, het nog steeds zeer goede onderwijs, kinderopvang, de technologie, de posterijen, de spoorwegen en de rest van de infrastructuur. Daar mogen ze ook best trots op zijn en voor mij zelfs een tikkeltje arrogant. Zonder deze trots of arrogantie zouden projecten zoals de TGV en bijvoorbeeld de nieuwe brug bij Millau niet zo gauw tot stand zijn gekomen.

In Nederland zou een beetje meer nationale trots op projecten zoals in het bijzonder de Deltawerken zeker niet misplaatst zijn.