Ouders zijn nu eenmaal gek op beroepstesten

De schooldecaan komt al in actie als leerlingen in de derde klas een profiel moeten kiezen. Aan het eind van de rit organiseren ze eigen activiteiten zoals beroepsstages, proefstuderen of uitzoeken wat de Kamerleden hebben gestudeerd.

Schooldecanen worden overspoeld met folders, posters en gidsjes van hogescholen en universiteiten, reclame voor de meest uiteenlopende opleidingen. Of zo'n marketingoffensief de keus van de leerling beïnvloedt, betwijfelen decanen. Maar een klinkende naam doet wonderen: ,,Zodra er `management' in voorkomt, zijn ze geïnteresseerd'', zegt decaan Henk Pelgrum van het Willem de Zwijgercollege in Bussum.

De functie van decaan op de middelbare school is de laatste jaren veranderd. In de derde klas moeten leerlingen al een profiel kiezen. Dat gebeurt meestal onder begeleiding van de mentor. In die profielkeuze ligt vaak al de vervolgstudie besloten. De decaan komt aan bod `als tweede lijn', wanneer een leerling nog steeds twijfelt.

Volgens Henk Pelgrum was kiezen vroeger een stuk gemakkelijker. Het opdelen van studies in aparte bachelor- en masteropleidingen heeft de mogelijkheden flink uitgebreid. De decaan probeert vooral alle informatie die op scholieren afkomt een beetje te relativeren. Pelgrum: ,,Soms ligt in de voorlichtingsprogramma's te veel nadruk op `wat wil je', terwijl natuurlijk ook essentieel is `wat kun je'?''

Decaan Frans Sloet van het Rotterdamsch Lyceum voert zo veel mogelijk individuele gesprekken met eindexamenleerlingen. ,,LOB (loopbaanorientatie en begeleiding) heeft veel meer gewicht gekregen'', zegt Sloet. ,,De studiekeuze wordt belangrijker, het gaat ook vaak mis. Als je later nog wilt veranderen van studie kost dat geld en je hebt nu minder tijd om te studeren dan vroeger.'' Studenten krijgen studiefinanciering voor vier jaar, wie er langer over doet, moet lenen of ervoor gaan werken.

De Rotterdamse decaan bespeurt ook overmoed bij de keuzes die scholieren maken. Vooral in de havo-klassen: ,,Sommige leerlingen beschouwen het als een uitgemaakte zaak dat ze naar een hogeschool gaan, terwijl ik me soms afvraag of ze dat aankunnen. Het kost sommige scholieren al veel moeite om te slagen voor hun examen.''

De studiekeuze begint met het kiezen van het juiste profiel. Voor klassen van 3-havo of 3-vwo is van allerlei lesmateriaal voor handen. Keuzebeleiding van uitgever EPN of Optie van LDC zijn twee populaire methodes om leerlingen te helpen een profiel te kiezen. Volgens de internetpagina van LDC: ,,De geïntegreerde methodiek vertaalt de drie aandachtsgebieden – leren leren, leren kiezen en leren leven – naar leercompetenties, loopbaancompetenties en sociale competenties''.

Decaan Pelgrum beaamt dat er veel ,,keurige methodes'' zijn om een studiekeuze te begeleiden, maar dat te vaak tot wet wordt verheven wat er in staat terwijl de meeste keuzes intuïtief worden gemaakt. Volgens decaan Erik Baronner van het Haarlemse Stedelijk Gymnasium is ,,in decanenland'' de cd-rom Loopbaan Traject van uitgever LDC het standaardinstrument. De methode omvat een beschrijving van 2.200 beroepen, de benodigde capaciteiten en het interesseprofiel dat bij het beroep hoort. Alle mbo-, hbo- en wo-opleidingen staan beschreven.

Op internet is meer informatie voorhanden om leerlingen te helpen met de studiekeuze. Op pagina's van bijvoorbeeld schoolweb.nl, leren.nl en 123test.nl kunnen scholieren zelf aan de slag om een studie- of beroepskeuzetest te doen. Ook op de pagina's van universiteiten (onder meer Utrecht, Twente, Leiden) en hogescholen (bijvoorbeeld Fontys, InHolland) worden ze op weg geholpen. ,,Magisch'' noemt decaan Erik Baronner van het Haarlemse Stedelijk Gymnasium de website van schoolweb.nl. Hij weet dat veel collega's interessetesten inkopen die worden aangeboden door de uitgever van schoolweb. Ook leerlingen weten de weg te vinden naar de ,,overdosis'' informatie op die site. ,,Niemand leest meer boekjes'', zegt Baronner. Dat vindt hij persoonlijk dan wel weer jammer.

Sloet vertrouwt in de bovenbouw graag op ,,eigen fabrikaat'' als methode voor studiekeuze ,,Ik laat leerlingen een bezoek aan de studiebeurs goed voorbereiden, ze moeten er ook een verslag van maken.'' Leerlingen van 4-havo en 4-vwo kunnen een `beroepsoriënterende stage' volgen, bijvoorbeeld meelopen met een tandarts of in een bedrijf. Ook gaan vwo-leerlingen van het Rotterdamsch Lyceum op bezoek bij de rechtbank of de Tweede Kamer, hij laat ze uitzoeken wat voor studie de Kamerleden hebben gevolgd. ,,In de klas houden ze een presentatie over hun studieplannen. Maar als een leerling met een rugzak een jaar naar Australië wil, mag die presentatie ook daarover gaan: hoe organiseer je zo'n reis, wat komt er allemaal bij kijken.''

Ook op het Haarlemse Stedelijk Gymnasium is de strategie veranderd. Vroeger werden er `beroepenavonden' georganiseerd, waar oud-leerlingen of ouders hun verhaal vertelden. Die zijn nu vervangen door `buitenlandavonden'. Organisaties geven voorlichting over vrijwilligerswerk in Australië, studeren in de VS of een half jaar een taalcursus volgen in Spanje. ,,De beroepenavonden waren iets te `hapsnap','' zegt Baronner. ,,Het was een willekeurige verzameling van beroepen. Onze leerlingen gaan eerst een opleiding volgen, een beroep is dan nog te ver weg.''

Ron van der Spoel is ,,nog groen'' als decaan op het Noordik College in Almelo. Hij is dit jaar aangesteld om de eindexamenkandidaten te begeleiden in hun studiekeuze. Van der Spoel probeert de hoeveelheden informatie voor de leerlingen te ,,filteren''. Tot nu toe is hij vooral enthousiast over de mogelijkheid tot `proefstuderen'. Aan veel universiteiten en hogescholen kunnen scholieren een dagje meedraaien. Een middag college volgen, opdrachten maken. Zo kan een leerling in de praktijk beoordelen of het niveau of de inhoud van de studie overeenkomt met wens en kunde. ,,Proefstuderen staan we helemaal achter, daar wijzen we leerlingen graag op. En verder sturen we ze naar zo veel mogelijk open dagen.''

Op het Rotterdamsch Lyceum kent decaan Sloet de realiteit: ,,Je moet leerlingen wel actief en geïnteresseerd krijgen. Sommigen zijn heel enthousiast, anderen passief. Lesmethodes zijn op een bepaald moment ook uitgewerkt. Dan wordt het meer `voldoen aan de verplichting' dan dat leerlingen werkelijk over de grote vraag `wat ga ik later doen' nadenken.''

De meeste decanen maken gebruik van beroepsinteressetesten. Capaciteitstesten zijn voorbehouden aan psychologen, ,,daar huren we bureaus voor in'', zegt de Haarlemse decaan Baronner. ,,Vroeger werkten we met de BIT (Beroeps Interesse Test), nu hebben we de HIT (Hogere Interesse Test): die is beter geijkt.'' Over de BIT was Baronner niet zo te spreken: op vragen als `wat doe je liever: een rechtszaak voorbereiden of een taart bakken?' bleek het antwoord niet altijd representatief voor de werkelijke carrièrewensen van de leerling.

Maar de meeste testen zorgen niet voor verrassingen. ,,Dan zegt een leerling: ,,Meneer, er komt uit wat ik al dacht!' '', vertelt Baronner. ,,Ze hebben het dan ook eerst zélf ingevuld...'' De toegevoegde waarde van interessetesten is de belangrijke bevestiging die de twijfelende leerling krijgt. ,,En de bevestiging voor de ouders'', voegt Baronner toe, ,,ouders zijn gek op testen.''