Ontploffende eter

Dit schoolplein ligt ongeveer anderhalve meter hoger dan het aangrenzende straatje. Het is begrensd door een stevig traliehek. Aan de andere kant van het straatje is een snoepwinkeltje. Iedere werkdag omstreeks vijf voor half elf staan de mevrouw van het winkeltje en haar volwassen zoon klaar voor de slag. De munitie ligt opgestapeld onder handbereik. Half elf. De bel voor de pauze rinkelt, de kinderen stormen naar buiten, steken hun armen tussen de tralies door en schreeuwen hun bestellingen. Tientallen uitgestrekte armen. Ze hebben de centjes in hun warme knuistjes. Mevrouw en haar zoon ontwikkelen een bedrijvigheid die met koortsachtig zwak uitgedrukt is. Het geheel heeft iets alarmerends, het doet denken aan het voederen van de apen in de dierentuin, maar ook aan de foto uit Joegoslavië van een jaar of tien geleden, het kamp met uitgemergelde gevangenen achter het prikkeldraad. Honger en begeren.

Bij de lagere scholen die ik me uit mijn kindertijd herinner, was geen snoepwinkel gevestigd. Wel tegenover het Rotterdamsch Lyceum aan de Pieter de Hoochstraat 10. Dat winkeltje werd gedreven door een oude dame met een begin van Parkinson. Als je er binnenkwam was links de toonbank, stopflessen met gomballen, drop en kauwgum, en rechts een groot petroleumvat met een pomp op het deksel. Op je beurt wachtend, verdreef je de tijd door een beetje te pompen. De straal blauwe brandstof verdween zonder spetteren via een rooster weer in het vat. De mevrouw werd boos. ,,Als de heren niet van de pomp af kunnen blijven, heb ik ze liever niet als klant'', zei ze.

Word je dik van drop en gomballen? Als je er heel veel van eet, wordt je dik van alles. In de oorlog was er steeds minder van alles en dus waren er ook steeds minder dikke mensen. De foto's leveren het onomstotelijk bewijs. Negen van de tien kinderen op dit schoolplein zijn te dik tot veel te dik en een enkele is wanstaltig dik. Alle kinderen rennen. Hoe dikker ze zijn, hoe moeilijker dat gaat. Ze zwaaien hun armen verder van de romp, ze moeten meer vlees meezeulen, het gaat allemaal wat sukkelig en natuurlijk minder hard. Een schoolplein vol vrolijk rennende dikkerdjes is een beetje treurig om te zien.

In december 2002 heb ik hier voor het eerst een stukje over dikke mensen geschreven. Het ging over twee meisjes die ik op de Amerikaanse televisie had gezien. Die van 14 woog 95 kilo; de andere, 19, verklaarde snikkend dat ze 130 woog. Iedere dag werden ze door McDonald's verleid tot het eten van een Big Mac en appeltaart met slagroom. Nu wilden ze schadevergoeding en een gratis operatie. Ze hadden een advocaat te hulp geroepen. Die had zijn sporen verdiend in processen tegen de tabaksindustrie. Hij had goede moed dat hij McDonald's, Pizza Hut en Kentucky Fried Chicken ook een paar miljoen lichter zou kunnen maken. Ik weet niet hoe het is afgelopen.

Intussen was het onze overheid opgevallen dat er steeds meer dikke Nederlanders komen. Wordt bij ons een misstand ontdekt, dan treedt er een proces in werking waaruit na verloop van tijd een slagzin komt. Weet u het nog? Het is al drie jaar geleden. Na lang brainstormen vonden de copywriters de oplossing: Maak je niet dik! Dat zou erin hakken. In de tram die 's ochtends de jeugd naar school vervoert, gaf ik mijn oren en ogen de kost. Meer krakende zakjes en wikkels, meer kauwende kinderen, meer dikke Turkjes, Surinamertjes, Marokkaantjes en autochtoontjes. Integratie door snoepen.

Een jaar later maakte TNO bekend dat 48 procent van alle Nederlanders `te zwaar' was: bijna acht miljoen. Het bedrijfsleven had een nieuw gat in de vrije markt ontdekt. Een reisbureau, Arke, bood speciale vakanties voor dikke mensen aan. Dat begon al in het vliegtuig met stoelen voor grote maten. In de hotelkamers was het meubilair aangepast, brede deuren, langs het zwembad extra sterke hangmatten, de waterspiegel misschien iets lager, en uitgebreide maaltijden. En er zijn ook verenigingen voor dikke mensen, die natuurlijk hun eigen belangen hebben.

Op 25 september was het Wereld Hartdag. In de hele internationale gemeenschap riepen de dokters de mensheid op gezonder te leven. In het oude Europa bleek Griekenland het zorgwekkendst te zijn: 63 procent te dik, en 19 procent nog erger. Twee uitdrukkingen uit de oertijd schoten me te binnen: `Zoals de ouden zongen, piepen de jongen' en `Jong geleerd, oud gedaan'. Daarmee wilden de mensen in vroeger eeuwen zeggen, dat kinderen het voorbeeld van de ouderen volgen, en dat wat je als kind leert, je je leven lang bijblijft. Laten we het beknopt uitgedrukte ervaringswetenschap noemen.

In de slijpsteen werd een paar dagen geleden in een verhaal over de bejaardenwoning van de toekomst de verwachting uitgesproken dat ,,rond 2030 half Nederland 70-plussend en gebrekkig achter de genetisch gemanipuleerde geraniums zit.'' Deze kamerolifantjes van het schoolplein zijn nu een jaar of tien. Ik waag een andere hypothese. Rond 2035 zit de helft van de westelijke wereld 40-plussend in zijn Sports Utility Rolstoel achter zijn dubbele Big Mac naar een opvoedkundig programma van BNN te kijken. Daar zien ze hoe een generatiegenoot zich helemaal uit elkaar vreet en ontploft. Het is de bedoeling van BNN, op deze manier de beschaving te redden. Hoe dat afloopt weten we nog niet.

In mijn vorige stukje heb ik Woutertje Pieterse tegen juffrouw Laps laten zeggen dat ze een zoogdier was. Van welwillende zijde word ik erop attent gemaakt dat niet Woutertje maar zijn broer, de schoolmeester Stoffel dit heeft gezegd. (Ideeën 392). De daardoor ontstane paniek werd gesust door de komst van de oudere schoolmeester, meester Pennewip, die met onaantastbare autoriteitbevestigde dat juffrouw Laps inderdaad een zoogdier was: ze woonde niet in een oesterschelp, had geen kieuwen, en kon geen eieren leggen.(Ideeën 393).