Mijn kleine nieuwe wereld

Samen met vijf van mijn nieuwe vrienden zit ik op een terrasje bij de Dom een kort toneelstukje te schrijven. Wij zijn zes leerlingen aan het Utrechts Centrum voor de Kunsten, zes leerlingen van de Vooropleiding Theater. Vijf bier op tafel, vijf schoudertassen op de grond. Met mijn commandogiecheltje en mijn nieuwe schoudertas stapte ik gisteren mijn kleine nieuwe wereld in, een wereldje waarin ik duidelijk niet de enige ben met zo'n glimlach en een schoudertas.

Het is een eigenzinnig wereldje. Een hecht wereldje met stijl, maar ook rivaliteit en kritiek. Maar vanaf de eerste minuut een ontzettend leuk wereldje.

Ik ben eigenlijk een gesloten ventje, wat ik al achttien jaar weet te verbergen door te grappen, vooral veel en hard. Na de eerste les liet ik in de kleedkamer mijn deodorant vallen. Het witte busje rolde onder een onbekend paar vrouwenbenen. ,,Sorry mevrouw. Ik weet dat het een smerig voorstel is, maar ik moet even onder u door.'' De vijftigplusser kon er niet om lachen. Mijn mooie blonde klasgenootje gelukkig wel. Wat is het trouwens lekker zeg om te zweten voor school. Heb jij ooit zitten zweten, ik bedoel echt met bakken, bij wiskunde of biologie? Ik geen druppeltje. In zes jaar atheneum.

Ik heb op drie toneelscholen geauditeerd en in vijf toneelstukken gespeeld. Nu ik uiteindelijk in mijn eigen stad ben beland, doe ik alsof ik daar erg trots op ben. Zo moet dat namelijk. Maar eerdere prestaties maken op mijn nieuwe `opleiding' niet meer uit, mijn houding wel. Iedereen moet zich opnieuw bewijzen. Dat ik in Amsterdam een appeltaart met heimwee heb geïmproviseerd maakt hier niets uit. Zelfs de Nederlandse nasynchronisatie van Harry Potter, één van mijn veertien nieuwe klasgenoten, begint met nul. Ik hoop dat het op de universiteit anders is. Ik ben reteblij met alles op mijn nieuwe school en ik zou nog reteblijer zijn als ik weet dat alles op de universiteit anders is. Want anders dan goed, moet slecht zijn.