Met ladders naar Fort Europa

De Spaanse enclaves in Marokko zijn veranderd in vestingen, nadat deze week de grenzen werden bestormd door Afrikanen.

Vier jaar geleden verliet Famoussa Traoré zijn geboorteland Mali op weg naar een betere toekomst in Europa. Nu zit de dertigjarige man in een groen trainingspak van het Spaanse leger achter de formicatafel met een glas water. Zijn scheenbeen is volgeplakt met verbandgaas, net als enkele vingers van zijn linkerhand. Het prikkeldraad van de hekken aan de grens hebben er diepe sneden in gemaakt. Prikkeldraad met vlijmscherpe mesjes: je wordt opengesneden als een banaan, zeggen agenten hier aan de grens. ,,Eerst voelde ik het niet'', zegt Traoré. ,,De pijn kwam pas later.''

Aan de lange ontbijttafel in opvangcentrum Cruz Blanca van de Spaanse enclave Ceuta, aan de Marokkaanse noordkust, zitten tien Malinezen. Hier is een klein deel van de Afrikanen ondergebracht die donderdagochtend in alle vroegte vanuit Marokko de grens bestormden. De mannen zijn stil, ze lijken nog steeds niet helemaal te beseffen wat hun is overkomen. Maandenlang hadden de groepjes Malinezen, Ghanezen en Nigerianen hun kans afgewacht in geïmproviseerde kampementen.

,,We kregen te eten van de mensen uit de buurt'', zegt Dabo Dossoké (23). ,,Maar het was zwaar.'' De Marokkaanse politie maakte hun de laatste tijd het leven steeds zuurder. En dus ontstond het plan om de grens met eigengemaakte houten ladders vanuit de bossen te bestormen. Ze klauterden de drie meter hoge hekken op, de politie aan beide zijden van de grens werd overrompeld door de stormloop van zo'n zeshonderd man. Volgens de officiële telling wisten 214 Afrikanen uit Ivoorkust, Niger, Nigeria en Mali de Spaanse kant te bereiken. De helft moest worden behandeld aan verwondingen.

De kustbewaking in Zuid-Spanje is verbeterd, zodat het aantal bootjes dat vanaf Noord-Afrika de zee oversteekt is afgenomen. Bestorming van de grens op het Marokkaanse vasteland is in opkomst. De afgelopen weken zagen de bewoners van de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla hoe enorme groepen immigranten uit landen van onder de Sahara de dubbele hekwerken aan de grens beklommen. Tussen 1998 en 2004 waren er vijf bestormingen, waaraan 350 immigranten deelnamen. De afgelopen anderhalf jaar telde alleen al Melilla meer dan 25 aanvallen, waaraan volgens het stadsbestuur zo'n 15.000 immigranten deelnamen.

De gevolgen van de grensbestorming afgelopen week waren dramatisch: er vielen vijf doden. Drie op Marokkaanse bodem, twee aan de Spaanse kant. Ibrahim Jalou (18) uit Equatoriaal Guinea was juist over het eerste hek geklommen toen hij vanaf de grond zag dat een jongen die net over het prikkeldraad klom, in zijn hoofd werd geschoten. ,,Het was een Marokkaanse politieman die schoot met een geweer'', zegt Jalou. ,,Die jongen kwam uit Mali, geloof ik''. Zelf kwam hij afgezien van een kleine schram op zijn gezicht ongeschonden het hekwerk over.

De grensbestormingen dreigen, zeker nu er doden zijn gevallen, de verhoudingen tussen Spanje en Marokko onder druk te zetten. De Spaanse premier Zapatero en zijn Marokkaanse ambtgenoot Jettou waren eind deze week juist bijeen voor het tweejaarlijkse topoverleg tussen beide landen. Zij beloofden in een persconferentie een gezamenlijk onderzoek naar de omstandigheden waaronder de doden zijn gevallen. Maar daar hield de eendracht op: terwijl Spaanse forensische experts gisteren uitsloten dat de dodelijke verwondingen door munitie van de Spaanse politie was veroorzaakt, wees het Marokkaanse staatspersbureau MAP de beschuldigende vinger naar Spanje. De ergernis ligt diep. Want Ceuta en Melilla mogen dan al eeuwen in Spaanse handen zijn, Marokko maakt onverminderd aanspraak op de enclaves. `Operatie Hek' zou wel eens een handje geholpen kunnen zijn doordat van Marokkaanse zijde een oogje werd dichtgeknepen, zo laat het Spaanse wantrouwen zich samenvatten.

Bij de hekken is het een bonte verzameling van Spaanse uniformen. Tussen de dubbele hekwerken patrouilleren soldaten van het reguliere leger met rode baretten, de Guardia Civil in hun groene uniformen staan op wacht aan de binnenzijde van de grens. Genietroepen plaatsen een bouwkeet, verderop is het vreemdelingenlegioen met hun kwastjesmutsen ingezet bij de bewaking. Het hekwerk wordt verhoogd tot zes meter en moet volgens een gisteren genomen kabinetsbesluit ,,efficiënter en minder gevaarlijk'' worden.

Vooral de militaire inzet leidde tot kritiek, niet in de laatste plaats van de lokale autoriteiten. Soldaten zijn niet geschikt om de illegalen tegen te houden die met de moed der wanhoop, maar ongewapend, de hekken over klauteren, zo stelde het autonome stadsbestuur van Melilla. Maar de gouverneur van Ceuta bezwoer gisteren tijdens een persconferentie dat zowel politie als leger de grensoverschrijders uitsluitend te lijf gaat met hun ,,rellenuitrusting'' van knuppels en traangas. Die boodschap had de grens kennelijk niet bereikt, waar de soldaten met hun stenguns tussen de hekken paradeerden.

Ondanks alle daadkracht was nergens optimisme te bespeuren dat de druk van illegale immigranten op de Spaanse enclaves – Afrikaanse voorposten van het Fort Europa – daadwerkelijk zal afnemen. Armoe is een krachtige drijfveer. Onmiddellijke uitzetting zal volgens de president van het autonome stadsbestuur van Ceuta, Juan Jesús Vivas, helpen de toestroom in te perken. Maar de landen van onder de Sahara zijn meestal niet bereid mee te werken. Ook Marokko voelt er niets voor de illegalen terug te nemen.

Gedwee laten Dabo Dossoké en Famoussa Traoré hun namen registreren door de vreemdelingenpolitie, die na het ontbijt Cruz Blanca aandoet. Ze krijgen een papier met een nummer, hun naam, nationaliteit en een vingerafdruk. Het is een eerste stap in een lange weg van verveling in de opvanghuizen, met de hoop op overplaatsing naar het Spaanse vasteland. Wellicht vinden ze daar illegaal werk en kunnen ze in de toekomst een verblijfsvergunning krijgen. ,,Ik wil werken'', zegt Dossoké, terwijl hij met zijn papier naar buiten wandelt. ,,Het geeft niet wat.''