Liever de Hummer dan de trein. Want de auto laat zien wie wij zijn

Zelden is de automobilist zo gelukkig als wanneer hij tóch een vrij parkeerplekje midden in het centrum vindt. De bus- of treinreiziger daarentegen is overgeleverd aan anderen: tegenslagen worden niet goedgemaakt door een persoonlijke bijdrage. In de auto herkent de mens zichzelf.

Het kan op onze wegen niet zo blijven als het is. Een immer stijgend aantal auto's verbrandt schaarser en duurder wordende aardolie. Luchtvervuiling, waarvan verkeer de voornaamste bron is, verandert steden en stadswijken in Nederland in bedreigingen voor de gezondheid. Binnen Europa is Nederland een blackspot wat betreft roetdeeltjes en NOx, vervuiling die we (inclusief de CO2 via onze overheersende westenwinden voor een groot deel bij onze buren dumpen. De files zijn slechts het kortetermijnprobleem. Op de lange termijn leidt het gebruik van de automobiel tot een verlies aan leefruimte, vervuiling en kapitaalverkwisting aan verplichte olie-import. Voor die problemen zullen onze kinderen de uiteindelijke rekening gaan betalen.

Er is wel een oplossing: door het gebruiken van meer duurzame manieren van transport voorkomen wij een veel grotere crisis in de toekomst. Maar duurzamer samenleven vereist uitstappen en overstappen: politici beseffen het, de meeste burgers ook. Tot ze in hun auto gaan zitten. Geen honderd argumenten voor duurzaam leven wegen op tegen wat er dan gebeurt. De automobilist begeeft zich, vanaf het starten van de motor, welbewust in een infrastructureel casino. Hij kiest in de file juist wel of niet de goede baan, komt wel of niet op tijd, vindt wel of niet een parkeerplaats. Als het tegenvalt, maakt het strijdlustig. Als het meevalt, maakt het gelukkig. Hoe dan ook, er gebeurt iets. Psychologen gebruiken het begrip `flow'. Het bewustzijn, dat voortdurend oordeelt en heen en weer springt tussen heden, toekomst en verleden, is er even niet. Het chaufferende brein doet niets anders dan primair reageren op wat er gebeurt. Even lekker niks. Autorijden, in voor- en tegenspoed, is daarmee goed vergelijkbaar met een bezoek aan een casino of een partijtje voetbal: of je nu wint of verliest, je hebt wél iets meegemaakt. Iets buiten jezelf. Exact dat is wat iemand mist zodra hij of zij met het openbaar vervoer reist. Trein en bus zijn duurzamer, goedkoper en voor veel individuen zelfs sneller dan de eigen auto. In de trein kan je bovendien lezen en ander (voor)werk doen, waarmee je in economische zin juist weer tijd wínt. Helaas, ook in de meest comfortabele omstandigheden ontbreekt er iets aan openbaar vervoer: het opwindende, het onvoorspelbare, het element pech en geluk en de persoonlijke duiding daarvan.

In dat laatste – door psychologen `attributie' genoemd – zit bij ons mensen een irrationele kronkel: de gemiddelde mens zal de oorzaak van tegenvallers in eerste instantie buiten zichzelf leggen. Wie geluk heeft, schrijft dat succes juist aan de eigen voortreffelijkheid toe. De winst van dit zelfbedrog is een aangenamer zelfbeeld, of op zijn minst een ego zonder extra deuken. Voor wie in een auto zit, loont dat subtiele schuiven met schuld en verdienste. Extra file? Schuld van die voetbalwedstrijd. Drie keer achter elkaar groen? Lekker pittig gereden. De persoonlijke heldenrol maakt veel ellende goed.

De bus- of treinreiziger daarentegen is overgeleverd aan anderen: tegenslagen worden niet goedgemaakt door een positieve, persoonlijke bijdrage. Tenzij je in de cabine kruipt en eigenhandig de trein langs een toevallig gevonden vrij perron op Den Haag CS parkeert, daarmee het ongelijk van de verkeersleiding bewijzend. Wie reist met openbaar vervoer verliest controle zonder er bij vlagen persoonlijke voldoening voor terug te krijgen. Zo niet de automobilist. Zelden zijn mannen zo gelukkig als wanneer ze, ondanks het rationeel prima onderbouwde protest van hun echtgenote, tóch een vrij parkeerplekje middenin het centrum vinden. En hoe groter de uitdaging – vermindering van parkeerplekken, éénrichtingsdoolhoven – des te groter de beloning.

Is dat nu werkelijk irrationeel gedrag? Nee, niet als je de mens óók als competitief, risicozoekend wezen ziet, dat altijd blij te maken is met een cadeautje. De trein is eigenlijk te betrouwbaar om te kunnen boeien, daar komt het op neer. Je krijgt hoogstens wat je verwachtte, maar nooit iets méér. Autorijden daarentegen is een belevenis, en juist de onzekerheid creëert de emotie. Je kunt zelfs kiezen hoevéél je daarvan wilt.

De jonge man in de zwarte Volkswagen Golf GTI (iedere weggebruiker kent hem, al is hij qua merk-keuze een gedateerd genrevoorbeeld) heeft de grootste behoefte aan opwinding. Zijn invoegen is uitdagen, ieder stoplicht is een startstreep. Behalve spelen wil hij indruk maken op andere mannen (rivalen) en kracht en moed uitstralen naar vrouwelijke automobilisten. Boetes noch ongevallen zullen hem ooit in de trein krijgen, hooguit in de gevangenis.

Tot hij ouder wordt, gaat trouwen en overstapt op de degelijke gezinsbak. Ook die bestuurders maken onderweg het een en ander mee, maar streven er niet langer naar de inzet en daarmee de spanning van het verkeersspel hoger te maken. Zij zijn tevreden met hoe het is. Ook al zeggen ze in ANWB-enquêtes van niet, uit hun gedrag blijkt dat ze met hun auto en doe-het-zelf-mobiliteit hun levensgeluk per saldo bevorderen.

Tot slot zijn er de eigenaren van een Hummer. Qua gewicht, vermogen en omvang mogen we bijna spreken van een trein zonder rails. Er zijn ook would-be-Hummers in omloop, net als de échte turbotankbestuurders noemen ook berijders daarvan de veiligheid van het voertuig als een van de belangrijkste argumenten voor aanschaf. Kan de NS, met de eigen, veel betere, veiligheidsstatistieken, hieraan tippen? Tuurlijk niet. Zelfs bij veiligheid gaat het, ten diepste, om de eigen prestatie in deze: het kunnen betalen van een Hummer en het kundig manoeuvreren daarmee. De machtservaring die ontstaat wanneer de blikken zee zich opent en er veilige ruimte ontstaat is een hoera-ervaring waar geen file tegenop kan.

We weten het natuurlijk allang: het is niet de menselijke ratio maar onze psyche en `condition humaine' die ons in de auto houdt. De automobiel is een collectieve prestatie van de menselijke soort: Benz bedacht de benzinemotor, Ford de lopende band, Van Doorne de traploze transmissie.

In ieder onderdeel, van welke auto dan ook, schuilt het menselijk genie. De auto kwam voort uit de dromen van velen, uit een universeel jongetjesverlangen naar het definitief verbeterde paard. De trein is een door de overheid ontwikkelde nutsvoorziening. Treinen zijn er, meer niet. Auto's bieden gelegenheid tot identificatie, met Enzo Ferrari, met merkgenoten, met heldendaden uit heden en verleden.

In de auto, herkent de mens zichzelf. De rest is ratio.

Justus van Oel

Schrijver en journalist