Kartotheek

In het mooie boek van Euwe en Prins over het toernooi in Amsterdam in 1950 las ik laatst een passage die een verdwenen tijdperk beschrijft. Lodewijk Prins schreef over een bijeenkomst van spelers en journalisten: ,,Najdorf doet een sterk verhaal over Bronstein, de officiële uitdager van wereldkampioen Botwinnik, die hem dit jaar in Boedapest een kartotheek zou hebben laten zien met honderden partijen van elk zijner voornaamste rivalen, keurig gerangschikt als studiemateriaal. Wie zich zo voorbereidt is bijna niet te verslaan, dunkt hem, maar zoiets spreekt niet tot Reshevsky's gevoel van eigenwaarde. `Ik durf het onbekommerd tegen iedereen op te nemen', zegt hij zonder nadruk. `Laat iedereen zich toch op eigen kracht verlaten!' Dat konden alle deelnemers zich voorlopig als gezegd beschouwen.''

Het klink zelfs naar de maatstaven van 1950 naïef. Zou Najdorf het echt zo vreemd hebben gevonden dat Bronstein zich goed had voorbereid op het belangrijkste toernooi van zijn leven? En zou Reshevsky het echt in strijd met zijn gevoel van eigenwaarde hebben gevonden om zelf ook zoiets te doen? Dan had hij zijn ambities om wereldkampioen te worden beter kunnen begraven.

De moderne topspelers beschikken niet over honderden, maar duizenden partijen van hun voornaamste rivalen en als ze de computer met hun openingsanalyses kwijt zouden raken – maar natuurlijk hebben ze een back-up gemaakt – zouden ze zich voelen als een worstelaar van wie beide armen zijn geamputeerd.

Toch kom je de lichtzinnigheid in de geest van Reshevsky nog wel tegen, alleen geloven we er niet meer in. Aan alle deelnemers in San Luis werd gevraagd hoe ze zich hadden voorbereid. ,,Voornamelijk mentaal'', zei Peter Svidler. Dat klinkt als wat Kasparov `de catastrofale theorie van het heldere hoofd' noemde. Het idee dat het beter is om voor een belangrijke wedstrijd wat te mediteren en langs het strand te wandelen dan om openingen te analyseren.

Judit Polgar gaf een eerlijk antwoord. Ze had zich op iedereen intensief voorbereid, zowel met wit als met zwart. Dat geldt voor alle spelers, zelfs voor Svidler, denk ik.

,,Wat zal de FIDE doen als een vrouw het wereldkampioenschap wint?'', vroeg een Russische journalist aan Kirsan Iljoemzjinov. ,,We zullen haar bewonderen en adoreren'', zei Kirsan. Je kon ook moeilijk verwachten dat hij zou zeggen dat alle mannen in de schaakwereld seppoekoe zouden plegen vanwege het eerverlies.

Het zou een aardig nieuwtje zijn, een vrouw als wereldkampioen, maar de kans is klein. Polgar is vaak briljant, ze kan van iedereen winnen, heeft dat in het verleden tegen alle andere deelnemers aan het toernooi in San Luis ook regelmatig gedaan, maar aanzienlijk vaker heeft ze van hen verloren.

Polgar-Anand, WK, eerste ronde

1. e2-e4 c7-c6 2. d2-d4 d7-d5 3. Pb1-c3 d5xe4 4. Pc3xe4 Pb8-d7 5. Lf1-d3 Pg8-f6 6. Pg1-f3 Een kalme zet, eigenlijk niets voor Judit Polgar. Veel gebruikelijker is het agressieve 6. Pg5. 6...Pf6xe4 7. Ld3xe4 Pd7-f6 8. Le4-d3 Lc8-g4 9. Lc1-e3 e7-e6 10. c2-c3 Lf8-d6 11. h2-h3 Lg4-h5 12. Dd1-e2 Dd8-a5 Hij laat wit niet zomaar tot de lange rochade komen. 13. a2-a4 0-0 14. De2-c2 De penning van Pf3 was lastig, maar dit is wel een paardenmiddel. 14...Lh5xf3 15. g2xf3 Da5-h5 16. 0-0-0 Dat kan op den duur niet goed gaan, maar er valt moeilijk iets beters aan te geven. 16...Pf6-d5 16...Dxf3 zou wit onnodig kansen geven. 17. Kc1-b1 b7-b5 18. Td1-g1 f7-f6 Eerst even Tg5 eruit halen. 19. a4xb5 c6xb5 20. Le3-c1 Ta8-b8 Tegen zwarts aanval, beginnend met b5-b4, is op den duur geen kruid gewassen. 21. Dc2-e2 Tf8-e8 22. De2-e4 Kg8-h8 23. h3-h4 f6-f5 24. De4-e2 Dh5-f7 25. Tg1-g2 Ld6-f4 26. Th1-g1 Te8-g8 27. Lc1-e3 Df7-d7 28. De2-d2 Na 28. h5 b4 29. h6 Pxc3+ 30. bxc3 bxc3+ 31. Ka1 Tb2 32. Dd1 g6 komt zwarts aanval eerder. De variant is een aardige illustratie van zwarts mogelijkheden, al lijkt het uitgesloten dat Anand het in de partij zo riskant aangepakt zou hebben. Lf4-d6 29. Ld3-c2 Dd7-b7 30. Le3-g5 b5-b4 31. c3-c4 b4-b3 32. Lc2-d3 Ld6-b4 33. Dd2-e2 Db7-a6 34. Lg5-h6

MdMmMmjf

aMmMmMag

kmMmgmMC

mMmhmgmM

McGAMmMA

mgmImGmM

MAMmKAJm

mLmMmMDM

34...Pd5-c3+ Dit hing al lang in de lucht. 35. b2xc3 Lb4xc3 36. Kb1-c1 Da6-a3+ Hij ziet een duidelijke winst en let er daardoor niet op dat 36...b2+ 37. Kc2 Da2 sneller is. 37. Kc1-d1 Da3-a1+ 38. Lh6-c1 b3-b2 39. De2-e3 Lc3xd4 40. De3-d2 b2xc1D+ 41. Dd2xc1 Da1-a2 Wit gaf op.