Kamperen of wonen op stand

Op kamers gaan wonen kost geld maar als je uitwonend bent, krijg je een hogere studiebeurs. Alle mogelijkheden op een rij.

Op een miezerige donderdagavond zit de `fusie' van het studentenhuis aan de Klikspaanweg gezellig vol. Acht kamerzoekenden hebben de regenachtige wandeling naar de flats net buiten het centrum van Leiden getrotseerd. Het is hospiteeravond. Flesjes goedkoop bier moeten het `kennismaken' met de bewoners van `De Klik' vergemakkelijken. Over een uur moeten zij beslissen welke student hun nieuwe huisgenoot mag worden.

In Leiden is de kamernood groot. Op een studentenbevolking van bijna 24.000 wordt het aanbod van kamers door studenten (bron: Choice) gewaardeerd met een 5,7. Bovenaan de lijst van kamernood-steden prijken traditioneel Amsterdam en Utrecht. Maar, er is hoop: het ministerie van VROM heeft woningcorporaties laten beloven de komende vijf jaar in heel Nederland 15.000 studentenkamers te realiseren. Tot die tijd blijft het gewoon hard zoeken. De mogelijkheden op een rij.

Hospiteren in een studentenhuis is één van de klassieke manieren om aan een kamer te komen. De huisbewoners organiseren een open avond en beoordelen of je past in het huis. Aan het einde van de avond `stemmen' zij voor een nieuwe bewoner. ,,Dat is best eng in het begin'', zegt Mariska (19). Ze heeft al tientallen hospiteeravonden achter de rug. ,,Nu draai ik gewoon mijn verhaal af.'' Soms zijn er drie andere gegadigden, soms wel vijfenveertig. Toch loont het de moeite: kamers in studentenhuizen zijn meestal goedkoop én het is gezellig om met andere studenten samen te wonen. ,,Een soort camping-gevoel'', vindt Mariska.

De oproep voor de Klikspaanweg ontdekte Mariska op de website www.kamernet.nl. Per jaar helpt Kamernet zo'n 65.000 studenten aan een kamer. Elke dag worden 200 kamers in heel Nederland aangeboden. Vooral bewoners van studentenhuizen adverteren er, op zoek naar een nieuwe huisgenoot. Alle advertenties worden nagebeld oplouche verhuurders. Kamernet houdt zelf een zwarte lijst bij.

,,Zonnige kamer voor ruimdenkende studente, huur in overleg'' haalt het niet op een andere kamersite: www.kamerhulp.nl. Studenten letten vooral op de huurprijs, daarna of inschrijving op het nieuwe adres mogelijk is. Dat laatste is belangrijk in verband met de studiefinanciering, omdat je voor een uitwonendenbeurs moet kunnen bewijzen dat je niet meer thuis woont. De oppervlakte van de kamer is nauwelijks een factor.

Op de Klikspaanweg hangt `Stemlokaal' boven de deur van de wc, `I love Minerva' prijkt op een poster. ,,Dat is een trofee, gepikt van het studentencorps'', zegt bewoonster Suzanne Verhaar (22). ,,Maar we zijn verder helemaal niet vereniging-achtig. We willen zelfs liever geen leden van een vereniging.'' De nieuwe huisgenoot moet dan ook een mbo-opleiding volgen, om de verhouding mbo/hbo/wo in evenwicht te krijgen. ,,Er zijn genoeg huizen die alleen wo-studenten toelaten, of MQA in hun advertentie zetten: dan moet je lid zijn van de verenigingen Minerva, Quintus of Augustinus.''

Voor een stijlvolle studentenkamer aan het oogstrelende Rapenburg in Leiden of een monumentaal pand in Delft is het inderdaad slim om lid te worden van een van de grotere studentenverenigingen. De disputen of genootschappen beheren panden op de mooiste plekjes van de stad. Dat kost meestal wel een aantal weken groentijd, én vele jaren bier drinken met je `vrienden voor het leven'.

Voor zo'n felbegeerd huis, word je gevraagd. Een goed onderhouden netwerk van kennissen is daarbij onontbeerlijk. Ook moet je voldoen aan het mysterieuze criterium `pas je in het huis'. Bijvoorbeeld in de textielbaronnen-villa 't Pott in Enschede, waar negen Twentse studenten zich moderne Gatsby's wanen. Volgens oud-huisbewoner Kjell Sipkema is het belangrijk dat de nieuwe bewoner ,,een goeie baas'' is. Geduldig blijven hopen tot je wordt uitverkoren is het enige wat er op zit.

Wie niet wil wachten tot het lot hem toelacht, kan uit diverse experimentele woonvormen kiezen. In voormalige asielzoekerswoningen, bovenin een torenflat met dakterras of fitnesszaal, op een hofje, in een zeecontainer, een `spacebox' of een oud cruiseschip met ligstoelen aan dek: bijna elke stad heeft wel een oplossing gevonden om studenten – al dan niet tijdelijk – onderdak te bieden. De bewoners krijgen `campuscontracten' aangeboden: uiterlijk een half jaar na afstuderen moet de bewoner plaats maken voor een nieuwe student.

Studentenhuisvester Duwo is de belangrijkste aanjager van zulke projecten. Nieuw is een doe-het-zelf-methode: in een voormalig stadsdeelkantoor in Amsterdam worden 49 studentenkamers gerealiseerd, door studenten zélf. Om in aanmerking te komen voor die kamers (gemiddelde huurprijs 200 euro) moeten studenten twee weekenden zelf meehelpen aan de verbouwing van het pand. Een gipsplaat monteren, tussenwandjes optrekken. Bureau Magnus is de grondlegger van dit idee. ,,Tussenwandjes hoeven niet perfect te staan, dat kun je best zelf doen'', zegt Ton Provoost van Magnus. Dat drukt de kosten en versterkt het saamhorigheidsgevoel. Uiteindelijk wonen de studenten allemaal in één gebouw en delen ze keuken en douches. Wederom met een campuscontract, tot aan de sloop van het complex in 2010.

Hee psst kamer kopen? knipoogt de website van www.studentenstudio.nl uit Utrecht. Ook al heb je geen inkomen, als je ouders borg staan kun je voor een hypotheeklast van zo'n 350 euro per maand eigenaar zijn van een kamer. Het bedrijf Koopstudio maakt in herenhuizen studentenkamers en verkoopt ze apart. Het gaat dan wel alleen om kamers, de badkamer en keuken zijn gedeeld. Na het afstuderen verkoop je de kamer weer.

Volgens notaris Ariën Nilsen is het kopen van een woning voor studenten een aantrekkelijke optie. Nilsen: ,,Ouders maken gauw het rekensommetje: een studerend kind blijft een kostenpost, of je nu bijdraagt in de huur of een hypotheek. Dan kun je beter een woning kopen, die wordt alleen maar meer waard.'' Volgens de notaris valt met banken goed te praten over de aankoop van zo'n `tweede huis'.

Er zijn net zo veel soorten kamers als studenten. Mariska weet precies wat ze wil: een leuk Leids studentenhuis, en geen hospita. Maar voor de eerstejaars studente in Rotterdam is de drempel van een studentenhuis hoog. Huisbewoners zoals op de Klik, die openstaan voor mbo-studenten die zelfs niet in Leiden studeren, zijn dun gezaaid. Helaas is Mariska niet `ingestemd' maar ze houdt de moed erin. ,,Een studentenhuis is net als een team: daar moet je tussen passen. Ik zoek gewoon verder.''