Juul Kraijer: 'Mijn vrouwen mogen niet te mooi zijn'

In deel 5 van een serie over beeldend kunstenaars en de kunst die hen inspireert Juul Kraijer over een Indiase miniatuur uit circa 1830.

'Ik was een jaar of zestien toen ik met mijn vader een bezoek bracht aan Londen en in het Victoria & Albert Museum geraakt werd door de schoonheid van Indiase miniaturen. Vooral de enorme verfijning van de schilderingen sprak me aan, het vaak onrealistische kleurgebruik, de gratie van de figuren, hun mooie gestileerde houdingen. Alles was heel gedetailleerd neergezet, maar op een vereenvoudigde manier. Perspectief en realisme waren niet belangrijk, alles ging om de intrinsieke schoonheid.

'Ik had toen al wel interesse in kunst en droomde ervan om naar de kunstacademie te gaan. Maar ik dacht dat die droom niet te verwezenlijken was, wist niet zeker of ik het kon. Twee jaar later kreeg ik een boek met de titel Indian Love Paintings. Mijn oog viel direct op deze schets. Hij is gemaakt door een anonieme negentiende-eeuwse kunstenaar uit Guler, een klein vorstendom in de zuidelijke uitlopers van de Himalaya. De miniaturen uit die tijd zijn bijna nooit gesigneerd. De meeste vorsten hadden verschillende schilders in dienst die werkten in een vergelijkbare stijl, een stijl die gangbaar was aan dat hof. Kenners kunnen aan de hand van de stijl determineren aan welk hof en wanneer de miniaturen gemaakt moeten zijn.

Kussen

'Ik denk dat ik toen al een voorliefde had voor tekeningen, want het is een van de weinige getekende werken die in het boek staat. Het is ongetwijfeld een voorstudie geweest voor een schildering, maar uit het feit dat hij bewaard is gebleven kun je wel afleiden dat het werk destijds ook gewaardeerd werd. Het is een schets die met veel aandacht op papier is gezet. De decoratie die je op andere tekeningen wel ziet, is hier helemaal weg. Je ziet alleen een indicatie van een cilindervormig kussen. De achtergrond is niet meer dan een eenvoudige tweedeling in licht en donker.

'Je kunt in deze tekening heel mooi het werkproces van de kunstenaar zien, hoe de twee figuren uiteindelijk tot stilstand gekomen zijn op het papier. Je ziet aan de vlekken en half weggehaalde lijnen dat ze ook andere posities hebben ingenomen en dat de kunstenaar heeft gezocht naar de juiste houding. De compositie is heel samengebald, het zijn niet zomaar toevallig geplaatste vormen. De figuren zijn samen bijna symmetrisch. De twee ruggen spiegelen elkaar. De twee gezichten liggen boven elkaar, en de ledematen vormen precies een kruis. Haar uitstekende voeten krijgen een echo in het kleed dat op de andere helft van de tekening op de grond ligt. De houdingen zijn eigenlijk heel onnatuurlijk, met haar hoofd zo ver opzij gebogen. Het is helemaal geconstrueerd, maar dat is juist wat ik er zo mooi aan vind. Alles draait om de vorm die ze samen aannemen. Het wordt een symbool voor intimiteit, versmelting, tederheid.

'Toen ik deze schets voor het eerst zag, had ik nog geen idee hoe mijn werk er later uit zou moeten zien. Nu is de gelijkenis met mijn werk evident. Ik heb er in de loop der jaren steeds op teruggegrepen, steeds weer dat boek geopend om deze ene tekening te zien. Het is een soort gidsafbeelding geworden. Ik heb hem nooit in het echt gezien. Hij bevindt zich in de privé-collectie van de Duitse auteur van het boek. Wel heb ik sindsdien talloze andere Indiase miniaturen gezien in musea. Maar nog steeds ga ik helemaal voor deze. Hij blijft heel dicht bij mijn werk staan. Mijn werk is er als het ware onbewust naar toe gegroeid. Dan kwam ik hem na een paar jaar weer tegen en dacht ik: jeetje, de gelijkenis is wel opvallend.

'Ook in mijn werk zijn altijd nog de resten van lijnen te zien. Er is in deze tekening een duidelijk verschil tussen zachte en harde lijnen. Er is één definitieve lijn, alsof de kunstenaar dacht: dit is de plek. Maar de rest mag nog blijven staan. Ook de stilering van het menselijk lichaam herken ik. Deze kunstenaar heeft heel vloeiende lijnen gebruikt, veel vloeiender dan het menselijk lichaam in werkelijkheid is. Het is net of er geen botten in de lichamen zitten. De lijven voegen zich naar de geometrie, ze zitten gevangen in de vorm, maar daardoor wordt de uitdrukkingskracht alleen maar geïntensiveerd. Dat geldt trouwens voor de meeste Indiase miniaturen.

Te lief

'Wat opvalt bij deze tekening is hoe gracieus de personen zijn. De gezichten zijn net iets te lief. Mijn figuren zijn minder mooi. Zodra ze bij mij te mooi worden, geef ik ze een iets te grote kin of neus. Het mogen geen fotomodellen zijn. Bij mij zie je trouwens ook nooit verschillende geslachten. Als er al meerdere personen op mijn voorstellingen staan, dan gaat het om een verdubbeling van dezelfde figuur. En het zijn sowieso allemaal vrouwen. Ik teken altijd 'dezelfde' vrouw. Maar het is niet zo dat ik haar gezicht intussen uit mijn hoofd ken. Het is nog steeds een worsteling om het op papier te krijgen. De gelaatstrekken veranderen wel. Ik heb een periode gehad dat de gezichten heel Aziatisch oogden, niet Indiaas, maar meer Japans. Sommige zijn een beetje negroïde. Ik hoop dat mijn figuren universeel zijn, iets neutraals hebben. Het zijn geen individuen, maar personificaties - belichamingen van gemoedstoestanden. Soms is dat woede, of schaamte, meestal een intense concentratie.

'Na mijn academietijd kreeg ik een beurs aangeboden voor een reis naar India. Dat was puur toeval. Dat verblijf, maar ook latere reizen, hebben mijn werk enorm beïnvloed. De huidskleur van mijn figuren veranderde. En er kwamen nieuwe houdingen. In India ontdekte ik de gehurkte houding.

Tot dan toe stonden mijn figuren altijd, of was het alleen een kop of een halffiguur. Zo'n verandering lijkt heel miniem. Maar voor iemand met zo'n beperkt vocabulaire als ik, is dat heel wat. Je zou het een revolutie kunnen noemen.'

In 2006 krijgt Juul Kraijer een solotentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum.