Isabel van nu en straks

De generatiekloof in de popmuziek verandert: ouders luisteren naar Eminem, kinderen kennen Abba allang. Joost Zwagerman over de gevolgen van de alomtegenwoordigheid van pop

Alle knuffels, Little Pony's en poppen van mijn dochter van drieëneenhalf jaar heten Isabel. Op momenten van vliegende verbeelding noemt zij ook haar moeder en beide oma's zo. Mijn dochter schijnt niet het enige meisje van drie te zijn dat verzot is op juist deze naam. Een aantal van haar vriendinnetjes op de peuterspeelzaal leeft eveneens in een verisabelliseerde wereld. Isabel is kennelijk een tot de meisjesverbeelding sprekend logo, een vignet met behulp waarvan een wereld van paardjes, poppen en nabije personen naar believen kan worden herschikt. Zelfs Barbie heet geen Barbie maar is een pseudoniem van Isabel.

Geen gekke keuze destijds van Alain de Botton om de hoofdfiguur in zijn boek uit 1995, De biograaf, Isabel te noemen. Hoofdfiguur in De biograaf is namelijk een jonge vrouw die tot in alle details samenvalt met de snoezigheid van haar voornaam. De biograaf is een fictieve biografie, niet van een alombekende grootheid maar van een anoniem meisje, een goede vriendin van de ikfiguur uit het boek. Naar het model van een reguliere biografie schetst Alain de Botton in De biograaf het leven van de fictieve Isabel Rogers, geboren in 1968 en werkzaam als produktie-assistent bij een handelsfirma in Londen. De Botton zit zijn Isabel opmerkelijk dicht op de huid; lichtvoetig maar vasthoudend verhaalt hij over Isabels jeugd, ouders, eetgewoonten, Proustiaanse herinneringen, haar tics en eigenaardigheden, haar liefdes natuurlijk en ook haar muzieksmaak.

De herhaalde verschuivingen binnen Isabels muzieksmaak vormt een apart hoofdstuk in De biograaf. Het boek is alweer tien jaar oud, en De Bottons Isabel is als gezegd van 1968 en wat opvalt bij herlezing van het hoofdstuk over muziek, is dat Isabels smaak inmiddels bijzonder gedateerd overkomt.

Love and Affection van Joan Armatrading kan ze niet terughoren zonder zich telkens te herinneren dat zij op een feestje was waar iedereen worstjes met een scherpe saus at en waar een jongen van haar leeftijd ze was toen veertien – haar had willen zoenen. Zoiets klinkt voor tegenwoordige meisjes van veertien vermoedelijk al een tikje oudbakken, maar de passage die erop volgt is echt geheel en al afkomstig uit een inmiddels voorgoed voorbije tijd een tijd die overigens ook de míjne was, want ik ben maar vijf jaar ouder dan de fictieve Isabel.

Dit schrijft De Botton over de eerste muziek die ze kocht: `Isabel was al vroeg in de puberteit haar eigen muziek gaan aanschaffen.' Haar eerste cassettebandje, aldus De Botton, kocht ze op haar dertiende en was: Abba, The Hits.

Naar huidige maatstaven is Isabel er met dit koopgedrag juist opvallend laat bij. Maar het wordt nog ouderwetser. Op haar veertiende ging Isabel over van Abba op Blondie, en op haar vijftiende verruilde Isabel haar minirok voor wijde broeken en zei ze tegen haar moeder dat zij niet om dit leven had gevraagd. Ze luisterde toen naar Greatest Hits van Leonard Cohen. Isabels eerste vriendje Stuart liet haar kennismaken met albums van Bob Dylan waar ze korte tijd aan verslingerd raakte, waarna ze haar tienerjaren afsloot met de het derde vioolconcert van Mozart en met bandje met hoogtepunten uit diens Don Giovanni en Die Zauberflöte.

Van Abba via Blondie en Dylan naar Mozart het was tien, vijftien jaar geleden een conventionele muzikale ontwikkeling. Het enige atypische is misschien dat Isabel een tijdje van Bob Dylan hield, naar wie vrouwen jonger dan vijfendertig toch echt niet luisteren, is mijn indruk.

Maar wat tien jaar na dato vooral opvalt is de soberheid van Isabel als muziekconsument. Voor het eerst muziek kopen op je dertiende het zal op de tegenwoordige dertienjarigen een bijna onwerkelijk Spartaanse indruk maken. Stel dat De Botton in 2015, precies twintig jaar na De biograaf, de biografie van een `nieuwe' Isabel ontwerpt, en dan eentje die geboren is in 1988 in plaats van 1968 het zou een radicaal gewijzigd muziekconsumptiepatroon opleveren. De Isabel uit De biograaf II zou op haar zesde op haar verjaardag haar eerste cdtjes hebben gekregen, zou op haar elfde of twaalfde complete albums zijn gaan downloaden en op haar zestiende een iPod met duizenden nummers bij elkaar hebben geshopt. Jongens van een jaar of negen volgen anno 2005 Eminem en 50 Cent op de voet, meisjes van die leeftijd draaien Di-Rect of Maroon 5 muziek die de oude Isabel uit 1968 pas op haar veertiende een beetje zou hebben geapprecieerd.

Door de overweldigende beschikbaarheid van popmuziek via verschillende kanalen bezitten sommige dertienjarigen nu al meer muziek dan ik op mijn dertigste bij elkaar had gekocht laatst nog attendeerde onze kinderoppas van veertien ons op het nieuwe album van Franz Ferdinand. Ook liet ze via de mp3 haar favoriete nummers van Green Day horen. Ouders van zes- tot twintigjarigen verdiepen zich,anders dan vroeger, met oprechte interesse in de muzieksmaak van hun kinderen ze voelen wel na dat Eminem onder veel jochies van tien een held is en proberen die jochies wegwijs te maken in de wereld van Run DMC, Rolling Stones en Nick Cave.

In popmuziek drukt de generatiekloof zich radicaal anders uit dan voorheen. De laatste Nederlandse schrijver die nog geloofwaardig kon neerzetten dat een vijftigjarige man niet begreep dat zijn dertigjarige minnares van de Red Hot Chili Peppers hield, was Maarten 't Hart in Onder de korenmaat. Zo zal het niet meer gaan. Een vijftiger doet er alles aan om in LCD Soundsystem sporen van Velvet Underground en Joy Division te ontdekken. De Isabel van de toekomst zal niet in stilte tegen haar ouders strijden door Leonard Cohen te draaien, maar zal meesmuilend reageren op de verwoede pogingen van haar ouders haar in te wijden in de geheimen van Tuxedomoon, New Order of de Talking Heads – bands die zij dan allang vluchtig zal hebben beluisterd via iPod of nog een kwestie van tien jaar, schat ik – pijnloze muziekchip-implantatie vlak onder de schedel. Voor de opvolgster van Alain de Bottons Isabel zullen Abba en Blondie een kwestie zijn van achteloze en vluchtige muziek-archeologie, terwijl Dylan en Mozart zullen zijn gestold tot twee onderling makkelijk in te wisselen grootheden, te scharen onder éen noemer: de niet-eenentwintigste-eeuwse muziek, onwrikbaar klassiek.