Inzicht wordt veroorzaakt door een gaslamp, een boek en een glasvezelkabel

De wereld is rond. Dankzij internet is ze ook plat, dat wil zeggen dat we elkaar moeiteloos kunnen bereiken.

Een lamp kan het verschil maken. Ik had deze zomer op vakantie een heel oude gaslamp uit een erfenis meegenomen, misschien al twintig jaar niet meer gebruikt. Kousjes zaten er los bij. Helaas: er fakkelde een gele gasvlam uit het kousje, die alleen maar warmte gaf en geen licht en waarbij nog geen gebruiksaanwijzing gelezen kon worden. Nog eens met een tweede en een derde kousje geprobeerd. Niets hielp. Dat werd lezen bij zaklamplicht.

Nu wordt het even technisch: ik heb op vakantie altijd twee soorten boeken bij me. Non-fictie en fictie. De eerste soort lees ik met een potlood in de hand, ik wil voortdurend discussiekrabbeltjes in zo'n boek kunnen maken, de andere zonder. Ik was bezig in Thomas Friedmans The World Is Flat (met potlood) en Anna Enquists De thuiskomst (zonder potlood, hoewel niet geheel fictief).

Ik heb maar twee handen, dus het werd Anna Enquist in de ene hand, een zaklamp in de andere (soms omgeruild voor een zakdoek).

De volgende dag kocht ik onderweg verse kousjes, en herkanste 's avonds. Tevergeefs, dus verder lezen in de fictie. Het moest wel aan de lamp liggen, dus op de derde dag ben ik een splinternieuwe lamp gaan kopen, vol ongeloof want het principe is nog precies als in de vorige eeuw. Maar deze deed het!

In het gaslicht las ik over de wereld die volgens Friedman heel onlangs plat is geworden. Hij bedoelt dat wereldwijd individuen met elkaar kunnen samenwerken, handeldrijven, enzovoort. Die zaken gebeurden al heel lang wereldwijd, maar eerst tussen staten en toen tussen multinationals. Nu dus ook tussen losse mensen, zonder hiërarchie, plat. Dankzij internet en alle hard- en software eromheen. Een recent verschijnsel, het boek heeft als ondertitel Abrief history of the twenty-first century.

Friedman laat zien dat voor veranderingen verschillende oorzaken nodig zijn, niet alleen technologische vernieuwing maar ook bijvoorbeeld het verdwijnen van natiestaten of welvaartsverschillen. Het is boeiend om te lezen hoe hij de samenloop van wel tien platmakers nodig heeft om de wereld echt plat te maken, zoals de val van de Berlijnse Muur, de oprichting van Netscape, die de eerste platform-onafhankelijke browser maakte, het uiteenspatten van de dotcom-bel, een spotgoedkoop mondiaal glasvezelnet achterlatend, het ontstaan van nieuwe software en van nieuwe manieren om bedrijfsprocessen te organiseren. Kortom, een mix van politieke, culturele, economische én technische ontwikkelingen. Maar de techniek heeft hier wel steeds een sluisdeureffect: aan de achterkant vult zich een bassin vol potentiële sociale ontwikkelingen, en als de sluisdeur dankzij een nieuwe uitvinding opengaat, breekt de vernieuwing door.

Dit alles vermoedde ik natuurlijk al, maar pas toen het gaslicht werkte, kon ik dit opgestuwde vermoeden omzetten in inzicht. Anna Enquist had intussen ook een duit in het zakje gedaan, of liever, dankzij haar, James Cook, de Engelse ontdekkingsreiziger wiens vrouw Elizabeth in Enquists boek centraal staat – ik laat haar eigen hartverscheurende verhaal nu buiten beschouwing, al doe ik de roman daarmee groot onrecht. James Cook beschouwt, in Enquists woorden, de medaille die hij van de Academie van Wetenschappen heeft gekregen als een overwinning van de zuurkool op de filosofie. Het succes van zijn reizen was namelijk in hoge mate te danken geweest aan het feit dat zijn bemanningen overleefden. Dankzij goede voeding. Zoals zuurkool. Cook gaf over de ontdekkingsreizen een lezing voor de Academie, waarin het belang van voeding centraal stond. Dat hij als pragmatische scheepskapitein erkend werd door een door filosofen overheerste Academie, was ook een erkenning van het belang van techniek voor de wetenschap, in dit geval voedingstechniek. De ontdekkingsreizen waren al eerder bepalend voor politieke, economische en culturele ontwikkelingen. We danken er bijvoorbeeld het inzicht aan dat de aarde rond is. Is die platte-wereld-techniek goed of slecht? Ook op vakantie las ik in een tijdschrift over ogenschijnlijk goed geïntegreerde islamitische jongelui uit Engeland, uit Nederland, uit Frankrijk, die mede dankzij het platte wereldwijde web zijn geïnfecteerd met internetvirussen. Dat zijn bijvoorbeeld haatpreken van internet-imams, instructies voor kneedbommen en video's van executies. Zonder internet misschien nog wel de goed geregisseerde terreur van Al-Qaeda, maar toch niet het moderne, uitgezaaide decentrale terrorisme-van-de-buurjongen.

Techniek heeft altijd die twee kanten, de stuwmeren van ontwikkeling kunnen zoet en bitter smaken. Ook Cook had al zijn bedenkingen bij de verspreiding van de Europese beschaving waaraan hij zelf bijdroeg.

Rond of plat, de kromming van de aarde, als metafoor voor het gemak waarmee individuen elkaar wereldwijd bereiken, zegt nog niets over de wenselijkheid van wat al die contacten teweegbrengen. Dus je moet de ontwikkelingen, de virtuele en de reële, goed in de gaten blijven houden. Potlood in de aanslag, en met goede verlichting.

Maarten Pieters

Natuurkundige, werkt als onderwijsontwikkelaar bij het AMSTEL Instituut, expertisecentrum voor bèta-onderwijs, Universiteit van Amsterdam