'Ik heb weer een schone lei'

Na zes jaar verscheen er weer een roman van Bret Easton Ellis, Lunar Park. 'Met deze roman heb ik alle schepen achter me verbrand.'

De schrijver ligt onderuitgezakt in een fauteuil. Hij draagt sportkleding. Hij ziet er goed uit, jonger dan toen ik hem zes jaar geleden in Nederland ontmoette ('mijn haar heeft een andere kleur, daar komt het door').

Toch verklaart Bret Easton Ellis zichzelf tijdens ons gesprek herhaaldelijk middelbaar, met de overtuiging van iemand die ferm een streep onder iets heeft gezet. We bevinden ons in een kamertje bij zijn uitgever, Knopf, op de 21ste verdieping van een kantoorgebouw in hartje New York. Zijn roman Lunar Park is verschenen en hij heeft net een gesprek met de redacteuren van een Frans jongerenblad achter de rug. 'Ze maakten steeds maar van die coole gebaartjes. Ze noemden namen die ik niet kende, vroegen wat ik de beste hip-hop single van dit moment vond. Ik wist totaal niet wat ik ermee aan moest.' Hij zucht en giechelt tegelijk. Dan, defensief:

'Ik ben niet jong meer! Ik ben 41. Jeugdcultuur interesseert me niet! Ik ben geïnteresseerd in mensen van mijn eigen leeftijd!'

Het is het misverstand van de roem: de naam Bret

Easton Ellis lijkt sinds zijn debuut Less than Zero voor altijd verbonden met de wanhopige excessen van een verloren generatie jongeren halverwege de jaren tachtig, waarin iedere volgende lichting jongeren zich opnieuw wil herkennen. In Lunar Park, zijn eerste roman sinds zes jaar, speelt hij een brutaal spel met zijn publieke reputatie door van de hoofdpersoon een onverbeterlijk aan drugs en medicijnen verslaafd menselijk wrak te maken, dat naar de naam Bret Easton Ellis luistert. Zijn alter ego is een omstreden schrijver van almaar heftiger romans die zijn geest verdrinkt in drugs en niettemin wanhopig probeert een regelmatig leven in suburbia te leiden, met een gelukkig gezin. Ondertussen wordt hij gestalkt door demonen: de geest van zijn verschrikkelijke vader, Robert Ellis, achtervolgt hem, net als die van zijn beroemdste personage, Patrick Bateman, de ijzingwekkend gladde yuppie seriemoordenaar uit Ellis' beroemdste roman, American Psycho.

De feiten over zijn eigen leven in Lunar Park kloppen soms wel en soms niet - Ellis is niet getrouwd met een populaire filmactrice, hij heeft geen zoon en zijn echte leven heeft hij gedeeld met een man die vorig jaar op dertigjarige leeftijd is overleden. Hij had een zoon kunnen hebben - daar gaat het om. Lunar Park is meer dan een narcistisch spel met roem en reputatie, het is een gepijnigd zelfonderzoek naar angst en onvermogen. 'Ik liep al zo lang met het idee rond een boek te maken over een schrijver die geplaagd wordt door demonen die een tastbare vorm aannemen en gaan rondspoken in zijn huis en zijn gezin uiteendrijven. Al vanaf 1989. Ik zag het als een soort hommage aan Stephen King. Toen ik jong was verslond ik zijn boeken. Alleen was ik toen te jong om over gezinsleven te schrijven, ik wist meer over de modellenwereld, die ik in Glamorama heb beschreven. Maar toen gebeurden er allerlei dingen in mijn eigen leven, er was het schandaal rond American Psycho, en Patrick Bateman groeide uit tot een fenomeen dat mijn eigen leven begon te bepalen. Bovendien stierf mijn vader onverwachts, in een periode dat we niet met elkaar spraken. Er bleven zoveel vragen onbeantwoord, er was zoveel tussen ons dat nu voor altijd onuitgesproken zou blijven. Tegelijk begon ik me af te vragen waarom ik eigenlijk schreef, wie was die man die de hele godganse dag in zijn eentje een fictieve wereld zat te scheppen? Al die dingen belandden als vanzelf in de roman. Alleen heette de hoofdpersoon nog altijd niet Bret Easton Ellis. Ik had duizenden vellen met aantekeningen, de hele structuur lag klaar, maar ik kon maar niet beginnen met schrijven. Toen zei de schrijver in me: maak er toch gewoon Bret Ellis van, het gaat toch helemaal over jou. Ik luister altijd naar de schrijver. Hij heeft namelijk altijd gelijk.'

Pijnlijke tragiek

Lunar Park is hilarisch in zijn zelfspot, naar het einde toe vermoeiend door opzichtige griezeleffecten, maar het geheel is doortrokken van een pijnlijke tragiek, die een verontrustende resonans heeft. De grote algemene thema's van Ellis' eerdere boeken, de pathologische ontsporingen van mensen in een moderne wereld die volledig gladgestreken is, de onderliggende waanzin van een cultuur die enkel nog uit oppervlakte bestaat, krijgen in zijn nieuwe roman een emotionele dimensie. De koele, gespeelde afstandelijkheid uit de eerdere boeken heeft plaatsgemaakt voor naakte wanhoop. Het is een wanhoop die niet verwordt tot sentimenteel zelfbeklag en toch in alle opzichten persoonlijk is. Kostte het schrijven hem veel moeite?

'Het was geen opwekkende bezigheid, maar ik wilde het zo graag. Ik wilde de confrontatie aangaan met de man die ik was geworden, ik wilde de figuur van mijn vader onder ogen zien. Net als in de roman had ik werkelijk verzuimd zijn as uit te strooien, ik bewaarde die ook echt in een kluis in een bank. Veel vrienden van mij hebben ook een moeilijke relatie met hun vader gehad, maar met de jaren worden mensen vergevingsgezind en de meeste van hen hebben iets goed kunnen maken. Ik niet, ik kon dat alleen via dit boek doen. Dit is ook mijn eerste boek dat nu eens niet een mannelijk fotomodel als hoofdpersoon heeft, of een psychopathische seriemoordenaar of een groep drugsverslaafde tieners, maar iemand die heel dicht bij mijzelf staat. Tot dusver had ik altijd conceptuele romans geschreven. Wanneer je een figuur als Patrick Bateman bedenkt, betekent dat dat je je verhaal vol moet stoppen met lijsten van merken, dat je hevig geweld met pornografie moet vermengen en pagina na pagina moet vullen met dialogen over het reserveren van restaurants - en klaar was het boek. Alles speelde in het hier en nu, alles was in de tegenwoordige tijd geschreven. Er lag zoveel buiten mijn bereik.'

Je kunt Lunar Park zien als een poging om aan American Psycho te ontsnappen. Alles in die roman is buitenkant, Patrick Bateman is van binnen volkomen hol. 'Omdat ik er vanuit ging dat alles alleen nog maar oppervlakte was. Maar het mea culpa dat de romanfiguur Bret Easton Ellis over American Psycho uitspreekt - ik weet niet of ik het daar mee eens ben, hoor. Ik heb geen spijt van dat boek. Ik had er wel moeite mee te accepteren dat mijn naam er voor altijd en eeuwig enkel aan verbonden zou worden, dat alles wat ik nu nog zou doen altijd aan die roman zou worden afgemeten. Dat op mijn grafsteen zou staan: Patrick Bateman haunted me. En dat er niets was dat ik eraan kon doen. Niets wat ik nog zal schrijven zou nog eens zo'n impact hebben. Dat irriteerde me eerlijk gezegd meer dan de woede die het boek heeft opgeroepen. Ik bedoel, Patrick Bateman is een karakterloze nietsnut, hij is een bedachte seriemoordenaar die in het echt helemaal niet bestaat. Ik had met hem iets geschapen waar ik nooit meer van af leek te komen.

'Omdat er in Lunar Park iemand rondloopt die zijn moorden nog eens overdoet, voelde ik me gedwongen American Psycho te herlezen, iets wat ik sinds de publicatie in 1991 niet meer had gedaan. Eerlijk gezegd was ik bang dat het een afschuwelijk slecht boek zou zijn, dat alles wat critici erover beweerd hadden ook waar zou blijken te zijn. In de jaren dat ik het boek schreef was ik zo pretentieus, ik was begin twintig en ik wilde er allerlei modieuze ideetjes in verwerken die ik toentertijd ontzettend slim vond, maar tot mijn verrassing bleek daar in de roman zelf maar weinig van terug te vinden. De stem van Bateman neemt het helemaal over. Toen begreep ik ook waarom het boek nog steeds populair is. Bovendien is de maatschappijkritiek van Bateman juist, zijn gevoel van misère slaat wel degelijk ergens op. Ik was zo kwaad toen ik dat boek schreef, ik was net uit college en ik was geschokt door de wereld waarin ik terechtkwam, door wat er door de maatschappij van mij als man werd verwacht. Alles was zo benepen en oppervlakkig, alles draaide om geld, om consumeren, om seks.'

Symptoom

Toch wordt Ellis door sommige afkeurende critici én door verblinde fans, vooral in de Verenigde Staten, juist als een symptoom gezien van die cultuur van permanente uitzinnigheid, als een schrijver die zwelgt in wat hij lijkt aan te klagen. Zijn vijanden beschouwen hem als verderfelijk modeverschijnsel, de fans die met hem dwepen bewonderen hem om zijn vermeende verdorvenheid.

'Dat is waar. Sommige lezers ontgaat de boodschap volledig. Dat komt omdat ik mijn kaarten niet laat zien, omdat ik de wereld die ik beschrijf niet van commentaar voorzie. Misschien had ik dat kunnen voorkomen door minder conceptueel te werk te gaan, door duidelijk te zijn over de positie die ik als schrijver inneem. Maar eerlijk gezegd vind ik dat ik het als schrijver tegen het einde van mijn romans vaak verknal door in een paar alinea's wel degelijk afstand te nemen. Dan begin ik me ineens zorgen te maken en ga ik de dummies onder mijn lezers uitleggen wat ik eigenlijk bedoel. Wat me bij het herlezen van American Psycho wel tegen de borst stuitte was het uitzinnige geweld, daar bleek ik helemaal niet meer tegen te kunnen. Ik zou zulke scènes nooit meer kunnen schrijven, ze gaan veel te ver. Toen ik ze schreef was ik drie-, vierentwintig. Ik was onsterfelijk, wist niet wat pijn was. Nu word ik er misselijk van.'

Zijn neiging tot satire komt voort uit woede, zegt hij. 'Lunar Park is het eerste boek dat niet uit boosheid voortkomt. Daarvóór was ik alleen maar kwaad. Ik haatte college, ik haatte Los Angeles, ik haatte de jongerencultuur, New York tijdens de jaren tachtig, de cultuur van het sterrendom. Ik wilde met mijn romans vooral aantonen hoe verschrikkelijk ik de maatschappij vond. Lunar Park gaat veel meer over de verhoudingen tussen mensen, over vaders en zonen. Het heeft ongetwijfeld met ouder worden te maken.'

Maar hoe ambivalent was hij zelf? In hoeverre was hij verslaafd aan de cultuur die hij in zijn romans aan de kaak stelde? Als je jong bent heeft het leven aan de oppervlakte een onweerstaanbare glans. Een van Ellis' voorgangers, F. Scott Fitzgerald, heeft als geen ander die aantrekkingskracht van zuivere wezenloosheid beschreven - en ook de verschrikkingen waar je mee te maken krijgt als psychische krachten je van binnenuit onverhoeds toch te grazen nemen. Hij noemde dat zijn crack-up. 'Natuurlijk is het verleidelijk om aan de oppervlakte te leven en natuurlijk blijkt dat onmogelijk te zijn. Maar ik was begin twintig en ik ging in Manhattan wonen en ik deed wat iedereen van mijn leeftijd deed - ik ging naar elk feest en naar elke club waarvoor ik uitnodigingen te pakken kreeg, ik werd gefotografeerd en was bekend en ik kreeg ervan langs, want zoiets deed een serieuze schrijver niet. Ik wilde niets bewijzen, ik wilde niet bepaald ergens bijhoren, het had gewoon met mijn leeftijd te maken. Ambivalent? Natuurlijk stond ik ambivalent tegenover die wereld. Ik sta overal ambivalent tegenover.

'Maar wat die crack-up betreft, ik dacht dat ik die door het schrijven van Lunar Park achter me had gelaten, maar het bleek niets vergeleken bij wat erop volgde. Ik ga er niet over uitweiden, daar is het te persoonlijk voor. En eerlijk gezegd is het allemaal ook te chaotisch om er iets over te zeggen. Als schrijver voel ik me onzeker. Met deze roman heb ik al mijn schepen achter mij verbrand. Ik heb weer een schone lei. Soms is dat een prettig gevoel, ik kan weer alle kanten op, maar ik word er ook heel erg bang van. Wat moet ik nu gaan doen?'

Een roman is als een droom, schrijft hij in Lunar Park. 'Ja, omdat een roman gaat over wat zich in ons onderbewustzijn afspeelt. Schrijven is voor mij niets anders dan je onderbewustzijn verkennen. Je wordt gegrepen door een onderwerp, iets dat je niet meer loslaat. Daarom kan ik nooit zo eerlijk zijn in een autobiografie als in een roman. Na Glamorama vertelde ik overal dat ik nu mijn jeugdherinneringen ging opschrijven, en ik moet bekennen dat ik dat ook even heb geprobeerd. Het sloeg helemaal nergens op! Het was belachelijk, ik zat de hele tijd te liegen! In het eerste hoofdstuk van Lunar Park zet ik mezelf volledig te kijk. Ik zou dat nooit gekund hebben als er geen verzonnen elementen aan waren toegevoegd. En eerlijk gezegd waren mijn gedenkschriften ook gewoon heel saai.'

Maar in Lunar Park schrijft hij ook over het isolement van de schrijver, de man die niet in staat is volledig deel te nemen aan het leven en voortdurend tekortschiet ten opzichte van anderen.

'Ja, dat gevoel is er altijd. Dat is het moeilijkste aan het schrijverschap, vind ik. Het maakt niet uit te midden van hoeveel mensen je je op een feest bevindt, het maakt niet uit met hoeveel mensen je neukt, hoe druk je sociale leven is of hoeveel je reist, wanneer je aan een boek bezig bent, valt al het andere weg. Je praat met mensen, stelt ze vragen over hun leven en tegelijk ben je eigenlijk ergens anders. Als schrijver werk je alleen. Zelfs schilders die ik ken hebben nog een assistent, ze werken in ruime ateliers en draaien muziek.'

Ellis heeft in twintig jaar vier romans geschreven. Is de prijs die je daarvoor moet betalen te hoog? 'Je moet optimist zijn. Als je boeken wilt schrijven, lever je daar een groot deel van je leven voor in. Maar dan heb je wel iets gemaakt dat hopelijk de moeite waard is. Tegen alle verwachtingen in zie ik het leven nu minder somber in dan vroeger, terwijl ik het wel degelijk moeilijker vind worden. Ik besef nu dat je ongeveer voor drie procent krijgt wat je wilt hebben - de overige zevenennegentig procent bestaat uit compromissen, teleurstellingen en spijt. Vroeger kon ik daar verschrikkelijk kwaad over worden. Nu kan ik met die drie procent heel behoorlijk uit de voeten.'

Onzindebuten

En dat terwijl de betekenis die aan literatuur als kunstvorm wordt gehecht, steeds kleiner lijkt te worden. 'Maar ik mag helemaal niet klagen, ik word gelezen. Het is waar dat de literatuur niet meer zo'n belangrijke rol speelt in onze cultuur, maar dat geldt niet voor mijn eigen leven. Boeken zijn voor mij nog net zo belangrijk als vroeger. Alhoewel, ik moet bekennen dat het me steeds meer moeite kost een roman te vinden die ik niet als verloren tijd beschouw. Een tijdje geleden heb ik mezelf opgesloten met wel dertig manuscripten en proeven van nieuw te verschijnen boeken en elke keer hield ik het na dertig bladzijden voor gezien. Maar net toen ik na al die niksige proeven en onzindebuten begon te twijfelen of de literatuur en ik elkaar nog iets te zeggen hadden, pakte ik The Names van Don DeLillo uit de kast. Dat heb ik weer in één ruk uitgelezen, dat blijft fantastisch, adembenemend proza. Ik denk dat de verdienste van de generatie schrijvers waar ik toe behoor eruit bestaat dat wij de stijl en het temperament van DeLillo als voorbeeld hebben genomen, maar daar gevoel aan hebben toegevoegd. DeLillo is een groot schrijver, maar hij ontroert niet. Een boek als The Corrections van Jonathan Franzen doet dat wel. Dat vond ik een baanbrekende roman.'

Net zoals hij een aantal jaren geleden overal zijn memoires aankondigde, vertelt Ellis nu graag dat hij denkt over een vervolg op zijn debuut, Less than Zero, de roman die hij schreef toen hij negentien was. Hij wil terug naar de verloren generatie waar hij zelf deel van uitmaakte. 'Ik wil zien hoe ze er nu aan toe zijn, Clay op zijn éénenveertigste, en Blair. Voelen ze nog altijd iets voor elkaar? Hebben ze kinderen die nu het soort leven leiden als zij toen ze jong waren?' Hij schiet spontaan in de lach. 'Volgens mij is het eigenlijk een heel slecht idee, maar ik krijg het maar niet uit mijn hoofd. Als het boek niet goed wordt, verknalt het de reputatie van Less than Zero. Ik krijg nog bijna wekelijks schoolopstellen over mijn debuut opgestuurd en ik begrijp ook wel waarom, het is een simpele, moralistische en opwindende roman, en het is ook geen slecht boek. Maar naar het eind toe wordt het verschrikkelijk melodramatisch.' Hij zucht. 'De gedachte om Clay en Blair weer op te zoeken achtervolgt me - en toch verzet ik me er heftig tegen. Ik wil niet. Misschien moet ik eens een liefdesverhaal schrijven. Ik heb nog nooit een liefdesverhaal geschreven.'

Bret Easton Ellis: Lunar Park. Uitgeverij Anthos, 381 blz.

Prijs: € 19,95.

BRET EASTON ELLIS OVER de spoken van American Psycho en de geest van zijn vader

'Ik bewaarde de as van mijn vader in een kluis in een bank'

'Literatuur speelt niet meer zo'n belangrijke rol in onze cultuur'

Bas Heijne is redacteur van NRC Handelsblad.

Orjan F. Ellingvag (Dagbladet / Corbis) is fotograaf.