`Ik geef graag het voordeel van de twijfel'

Na 2,5 jaar en 250 filmplannen treedt Mart Dominicus terug als artistiek adviseur van het Filmfonds. ,,Ik heb vertrouwen in de Nederlandse artistieke film.''

De afgelopen jaren richtte de Nederlandse filmwereld alle aandacht op de publieksfilm. Discussies, voorlichting en lobby-acties moesten de productie van nieuwe kassuccessen waarborgen. Je zou bijna vergeten dat de Nederlandse film nog altijd drijft op subsidies van de staatssecretaris van Cultuur. Maar nu de lobby voor de publieksfilm heeft geresulteerd in een nieuwe fiscale regeling voor investeringen, zijn alle ogen tijdens de jubileumeditie van het Nederlands Filmfestival ineens gericht op de artistieke film, of de kwaliteits,- of `arthouse', of `kwetsbare' film – er is geen eenduidige term die films van Het mysterie van de sardine tot en met Simon omvat.

Die aandacht doet voormalig filmjournalist en filmmaker Mart Dominicus (47) genoegen. Hij heeft de afgelopen tweeënhalf jaar in de betrekkelijke luwte gewerkt als artistiek adviseur van het Filmfonds. Daar heeft hij filmideeën beoordeeld en begeleid die ver, soms heel ver buiten het bereik van het grote publiek lagen. ,,Ik heb plannen gekregen waarvan ik dacht: ik heb geen idee of dit ooit een film kan worden. Meestal heb ik dan geld gegeven: schrijf het eerst maar eens goed op. Ik geef graag het voordeel van de twijfel.''

Voelde u zich niet eenzaam in een omgeving met zoveel aandacht voor de publieksfilm?

,,De gevoeligheid voor films die buiten het klassieke stramien vallen is bij het fonds toegenomen. In de commissie die subsidie toekent voor de realisering van de films zitten nu Ido Abram en Patrick Minks. Dat zijn mensen met een geoefend oog voor de artistieke film. Neem Guernsey van Nanouk Leopold. Prachtig, maar compleet eigenzinnig. Of Nadine van Erik de Bruyn. Die projecten zijn hier door alle geledingen heengevlógen. Nergens een belemmering.''

Toch hebben functionarissen van het Filmfonds hoofdschuddend naar Guernsey zitten kijken, toen ze hem voor het eerst zagen.

,,De ophef daarover berust op een misverstand. Wij dachten dat het om een werkkopie ging. Dan kun je nog vrijuit kritiek leveren, omdat daar dan nog iets mee gedaan kan worden. Maar dit was al een definitieve versie. Ik had er ook aanmerkingen op. In de montage zijn een paar beslissingen genomen die de film soms iets te formalistisch maken naar mijn smaak. Toch zal ik Guernsey altijd blijven verdedigen. Dit is een auteursfilm die zich kan meten met zijn buitenlandse soortgenoten.''

Is dat een maatstaf voor succes van uw beleid? Of moet er ook zoiets als een artistieke-filmklimaat ontstaan?

,,Publiek moet je veroveren. In Nederland is de band tussen publiek en artistieke films nooit groot geweest. Aan de meeste mensen zijn filmers als Frans Zwartjes of Johan van de Keuken ongemerkt voorbijgegaan. We hebben ook geen grote speelfilmmakers uit het verleden die in ons collectieve geheugen zitten. Denemarken heeft ook maar één Lars von Trier, maar ergens in de herinnering van de Denen ligt wel Dreyer opgeslagen. Daar kan Von Trier zich nestelen. Maar als er hier een stroom van Guernsey-achtige films ontstaat, komt het goed. Uit alle plannen die ik heb beoordeeld zijn vier films op komst en daar heb ik hoge verwachtingen van. Ober van Alex van Warmerdam, een echte Nederlandse filmauteur, Nadine van Erik de Bruyn, Kroniek van Algerije van Karim Traïdia, De vliegenierster van Kazbek van Ineke Smits. En dan zijn er nog Simone van Dusseldorp, Michiel van Jaarsveld, David Lammers. Nee, ik heb wel vertrouwen in de Nederlandse artistieke film.''

Gaat u dan niet weg voor de oogst binnen is?

,,Ik vertrouw erop dat ik een goede opvolger krijg. En ik ben niet helemaal weg. De projecten die ik heb gesteund en die nog uitstaan, blijf ik begeleiden. Maar ik vind dat je deze machtspositie niet te lang moet bekleden. En bovendien, ik heb nu meer dan 250 projecten beoordeeld, ik ben echt op. Ik kan geen nieuwe meer zien.''