Ik ben nog lang niet af

Er gaan wel eens mensen gillen als ik voorbijloop en er raakt weleens een caissière van slag. Toen ik met vakantie was in Turkije, trokken winkeliers me hun zaak in om me aan hun familie te laten zien. Dat was vrij lastig, maar verder vind ik die aandacht wel leuk. Of het nou positief of negatief is, maakt me niet uit. Ik ben altijd anders geweest, ik ben die belangstelling gewend.

Ik heb piercings door mijn tepels en het kraakbeen van mijn oor. Mijn oorlellen zijn zo ver opgerekt dat ik er plugs in kan dragen van vier centimeter doorsnee. Onder de huid van mijn rechterhand is een groot kruis aangebracht en onder de huid van mijn borst een sieraad in de vorm van een zaadcel. Over mijn hele rechterarm heb ik een tattoo van een draak, op mijn linkerarm staan dertien boeddha's, op mijn buik het woord pervert, in mijn hals twee Tibetaanse schedels en op mijn rug een afbeelding van Tara, de bodhisatva die genezing brengt. Ik heb een gespleten tong, net als een slang. En tijdens mijn optredens zet mijn vrouw haken in de huid van mijn rug, waaraan ik me laat ophangen.

Ik heb een bijzondere relatie met mijn lichaam. Er is altijd wat met mijn lijf aan de hand geweest. Toen ik drie maanden oud was, ging ik al onder het mes omdat ik ben geboren met een hazenlip. Als zesjarige kreeg ik de ziekte van Perthes, een aandoening aan mijn heup waardoor ik een aantal jaren in een rolstoel heb gezeten. Omdat ik anders was, werd ik heel erg gepest op school. Dat pesten maakte me onverzettelijk: ik ging het anderszijn koesteren. Ik was heel erg eigenwijs. Toen de artsen zeiden dat ik nooit meer goed zou kunnen lopen en geen zware sporten meer kon doen, ben ik meteen op ijshockey gegaan. Dat heb ik vier jaar volgehouden.

Vanaf mijn veertiende ging het fout met mij. Ik werd van school getrapt en hield me bezig met alles wat God verboden had. Thuis deed ik waar ik zin in had. Ik was enig kind en mijn ouders waren heel lief voor me, maar ik was niet te houden. Ze hadden me weleens opgesloten in mijn kamer om me 's avonds thuis te houden, maar ik sprong gewoon van tweehoog uit het raam. Bij een vriend leende ik een paar schoenen. Vier maten te groot, maar ik ging er drie dagen mee stappen.

In die tijd liet ik ook mijn eerste tatoeage zetten, een smile op mijn rechterschouder. Daardoor voelde ik me heel erg mans. Kijk eens wat ik heb! Ik kwam regelmatig in tattooshops, want die wereld fascineerde me. Door al mijn ervaringen in ziekenhuizen was ik helemaal niet bang voor naalden of pijn. Ik was nergens bang voor. Ik liep overal voorop.

Mijn tweede tattoo was een duiveltje. Die kreeg ik van een mijn toenmalige vriendin. Daarna werd het een gewoonte dat ik van mijn vriendinnetjes tattoos kreeg. Van elke vriendin heb ik wel een tattoo op mijn lichaam. Ik heb ook her en der dingen op mijn lijf staan die ik er nu nooit meer zou op zetten. Als ik een schoon lijf zou hebben, zou ik het beslist anders inrichten.

Als puber onderging ik achter elkaar twee hersteloperaties voor die hazenlip en twee operaties omdat er twee goedaardige gezwellen in mijn rechteroor zaten. Alles wat in mijn rechteroor zat, is weggehaald. Omdat ik vanwege mijn onaangepaste gedrag op geen enkele middelbare school meer terecht kon, volgde ik een vakopleiding tot kok. Ik werkte een tijdje in restaurants en ging daarna op de markt staan met videobanden. Dat liep zo goed, dat ik mij m'n dure hobby kon blijven veroorloven: tattoos. Daar ging al mijn geld naar toe. Want met je lichaam bezig zijn is een verslaving. Mensen zoals ik sparen tattoos, zoals anderen misschien een kunstverzameling hebben of een bibliotheek aanleggen.

Via de tattooshops kwam ik in aanraking met de fetisj-wereld, waar mensen rondlopen die zich bezighouden met s.m. of andere vormen van kinky uitspattingen. Er ging een wereld voor me open. Voor het eerst in mijn leven was ik niet anders dan anderen. In de fetisj-wereld staan mensen heel erg voor elkaar open. Ze nemen je zoals je bent, ze hebben respect voor elkaar en wijzen niemand af. Voor het eerst vonden mensen me gewoon aardig.

In die tijd had de Amerikaanse body artist Esther Saldaña een winkel in Amsterdam waar ze extreme vormen van lichaamsversiering introduceerde, zoals piercen, wat toen nog heel nieuw was. Ik was meteen onder de indruk en liet een piercing zetten. Het deed pijn, maar ik was er zó blij mee. Het voelde als een bevrijding. Anders dan in het ziekenhuis kon ik zelf bepalen waar de naald terechtkwam. En pijn kan lekker zijn.

Bij Esther kwam ik ook in aanraking met scarification – een vorm van lichaamsversiering waarbij met een scalpel patronen in het lichaam worden gesneden die zich ontwikkelen tot littekens – en implants, sieraden van kunststof die onder de huid worden aangebracht. Ook zag ik hoe mensen hun oorlellen oprekten door middel van plugs. Ik vond dat heel cool, ik wilde dat ook.

Kijk, in het ziekenhuis zijn zoveel dingen weggehaald en toegevoegd aan mijn lichaam, dat ik van jongs af aan heb gezien dat je heel ver kunt gaan met wat je aan het lichaam verandert. Omdat ik nieuwsgierig was hoe dat piercen in elkaar stak, werd ik proefmodel. Esthers leerlingen mochten hun piercings op mij uitproberen. Zo leerde ik piercen, en al snel had ik een praktijk als piercer. Maar navels en wenkbrauwen, dat vond ik niet interessant genoeg. Ik wilde veel verder gaan. Ik was een van de eersten in Nederland die ook geslachtspiercings deed. Ik voelde me daar niet geremd in, want ik heb altijd andere dingen gedaan dan de normale. Ik heb altijd willen laten zien dat ik verder kan gaan dan voor mogelijk wordt gehouden.

Het mooie van mijn werk als piercer was dat ik ook als een soort maatschappelijk werker fungeerde. Omdat piercen iets heel intiems is, gaan mensen je van alles vertellen. Een piercing kan een heel belangrijke beslissing in iemands leven zijn. Zo was er bijvoorbeeld een vrouw die een geslachtspiercing liet zetten om daarmee het einde van haar relatie te bezegelen. Als piercer ben je aanspreekpunt, relatietherapeut en psycholoog ineen. Soms vallen mensen je jankend in de armen.

Intussen bleef ik zoeken naar manieren om steeds verder te gaan in de body art. Op internet had ik gezien dat er zoiets bestond als suspensions, waarbij mensen zich ophingen aan haken die in hun huid waren gezet. Dat is een oeroud ritueel dat al door de indianen werd gedaan als een vorm van krachtmeting. Echt iets voor mij. Die krachtmeting wilde ik meteen aangaan. Maar suspensions waren in Nederland nog nauwelijks bekend, dus ik moest het wiel uitvinden. Ik probeerde het zelf met als resultaat veel pijn en uitgescheurde huid. Ik kwam er niet verder mee.

Toen leerde ik Susan kennen. Zij werkte als piercer en was net als ik bezeten van extreme body art. Het klikte op alle fronten en met haar samen kon ik verder experimenteren met suspensions. Zij kon de haken in mijn huid zetten zonder met haar ogen te knipperen en ik vertrouwde haar volkomen. De eerste keer dat het lukte om mezelf aan mijn huid op te hangen, kreeg ik een kick die beter was dan drugs of wat dan ook. Het leek wel alsof ik in acht achtbanen tegelijk zat. Je krijgt een geweldige stoot adrenaline en endorfine door je lijf. Ik was bang en wilde snel naar beneden. Maar na een half uur wilde ik weer omhoog.

Nee, echt pijn doet het niet. Als ik iets op mijn teen laat vallen ben ik net zo pietluttig als ieder ander. Maar als je lichaam gewend is aan die haken en aan het gevoel dat ze geven, kun je het aan, echt. Je huid houdt het, het is vooral een kwestie van geestelijke kracht. Doordat ik het geestelijk aankan, haal ik er juist veel energie uit.

Vier jaar geleden ging Susan als piercer werken bij een schoonheidssalon in Alkmaar. Een jaar later werd die schoonheidssalon opgedoekt en konden we de zaak kopen. Daar hadden wij al een tijd van gedroomd, een eigen zaak. Het betekende echt een ommekeer in mijn leven. Ik zei het uitgaansleven en de drugs vaarwel en zette alles op alles om de zaak op te bouwen.

Susan heeft het piercen voor haar rekening genomen en zet ook brandmerken. Ik richt me voornamelijk op het aanbrengen van implants en scarifications en ik begeleid mensen die geïnteresseerd zijn in suspensions. Inmiddels heb ik met Susan verschillende shows in elkaar gezet rond suspensions. Een daarvan is een soort trapeze-act, waarbij ik aan zestien haken hang en een meisje optil om te laten zien wat er allemaal kan.

Die show geeft me een onwijze kick. Ik bewijs elke keer dat mijn lichaam veel meer kan dan mensen denken en dat ik er de baas over ben. En ik vind het heerlijk om al die aandacht te krijgen. Ik voel me steeds meer op mijn gemak aan mijn haken. En ik heb het geluk dat ik het met Susan doe. Zij let goed op dat er niets scheurt en dat er geen haak verbuigt. Ik heb Susan ook hangend aan mijn haken ten huwelijk gevraagd.

Twee jaar geleden bleek Susan zwanger, geweldig nieuws. Maar een week later hoorde ik dat ik schildklierkanker had met uitzaaiingen in de lymfklieren. Alsof ik niet genoeg ziekenhuizen van binnen had gezien. Dat betekende weer operaties en verschillende chemokuren. Maar ondanks dat ben ik doorgegaan met mijn shows. Het is elke keer weer een overwinning voor mij en maakt mij elke keer weer sterker.

Ik ben nu vader van een prachtige zoon en daar geniet ik van, maar het leven blijft een gevecht. Het afgelopen jaar ben ik drie keer geopereerd. Ze hebben spierweefsel weggehaald uit de rechterkant van mijn hals, de volledige schildklier en een hele rits lymfklieren. De laatste operatie was spannend: zouden ze alleen lymfklieren verwijderen of zouden ze ook de linkerhalsspier weghalen waardoor ik belemmerd zou worden in het bewegen? Ik was optimistisch en kreeg gelijk. En paar dagen na de operatie stond ik alweer in de winkel. Hoe het nu verder zal gaan, moet ik nog afwachten, maar ik heb vertrouwen in de goede afloop. Ik heb op medisch gebied zoveel doorstaan dat ik me niet meer gek laat maken.

Wat betreft de body art ben ik nog lang niet af. Ik wil mijn linkerhand ook voorzien van een implant en ik wil nog twee implants aanbrengen in mijn borst. Ik wil scarifications in mijn gezicht en buik. En binnenkort laat ik 31 transdermals in mijn hoofd zetten. Dat zijn metalen plaatjes die onder je hoofdhuid worden aangebracht waar je dingen kunt aanschroeven, zoals spikes. Bevestigingspunten op mijn hoofd, zeg maar. Ik blijf het zoeken in dingen waarin niet jan en alleman kan meegaan. Want ik heb mijn grenzen nog lang niet bereikt.

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam