Hoe Theo bijna mijn eerste roman verfilmde

Joost Zwagerman vertelt hoe zijn eerste roman Gimmick! niet, en zijn tweede roman Vals Licht wel door Theo van Gogh verfilmd werd. Alle Van Gogh-films worden maandag vertoond op het Nederlands Filmfestival in Utrecht

Een half jaar na verschijning in 1989 van mijn roman Gimmick! meldde zich bij mijn uitgever een filmproducent, Gijs Versluys van Riverside Productions, later opgekocht en opgeslokt door Joop van den Ende. Of hij een optie kon nemen op de roman. Ik opperde bij Versluys dat Van Gogh misschien een geschikte regisseur was voor een speelfilmversie van Gimmick!. Ik kende Van Goghs boekverfilmingen van Jan Wolkers Terug naar Oegstgeest en Heere Heeresma's Een dagje naar het strand. Bovendien was Theo van Gogh tamelijk bekend met de drug die het bindmiddel vormt in Gimmick!: cocaïne. Een lekkere zwarte, cynische en paranoïde verfilming ik zag het wel voor me, en Versluys ook, na mijn toelichting.

Een paar weken nadat de contracten waren getekend liet Van Gogh weten dat hij het scenario wilde laten schrijven door Theodor Holman. Voor zover ik wist had Holman nog nooit een filmscenario geschreven. Maar het was niet aan mij om Van Goghs plannen inhoudelijk te becommentariëren. Ik was, nu de contracten getekend waren, met mijn roman de bezorger van de grondstof voor de speelfilm. Van Gogh moest maar zien wat hij er mee wilde.

Niet lang nadat Holman had toegezegd, rees er een obstakel, begreep ik destijds van Theo. Holman hield zich ineens onbereikbaar. Hij nam de telefoon niet meer op, deed niet open, schichtte weg op de burelen van Het Parool zodra Van Gogh zich daar meldde om hem te vragen of hij al opschoot met het scenario. Op een gegeven moment was hij tegenover Van Gogh verpulverd tot een fantoom. Als hij bij Holman aanbelde, gebeurde er van alles achter de vitrage, behalve dat er werd opengedaan. Via de telefoon gaf Holman uiteindelijk uitleg van zaken. Hij kwam er niet toe het scenario te schrijven, omdat hij was getroffen door kanker op zijn rug.

Ik wist dat kanker zich op allerlei plekken op en in het lichaam kan openbaren, maar dat het ook nondescript kon blijven en zomaar op je rug kon gaan zitten, was nieuw. Holman gaf Van Gogh verder geen toelichting, daarvoor was de toestand naar zijn zeggen te precair en ingrijpend.

Intussen deed Theo van Gogh navraag bij Het Parool, op de burelen waarvan Holman gewoon rondliep. Men had weinig ziekelijks aan hem bespeurd, en al helemaal niet aan zijn rug. Toch besloot Van Gogh om de patiënt van een afstand loyaal te steunen. Met rust laten zou vast genezend werken.

Niet lang daarna kregen Versluys en Van Gogh ruzie waarover werd me niet goed duidelijk. De ruzie escaleerde zodanig dat de verfilming werd afgeblazen. De gestaakte filmplannen hadden één wonderbaarlijk bij-effect. Twee dagen na het conflict tussen regisseur en producent was Theodor Holman op spectaculaire wijze genezen van de kanker op zijn rug. Hij nam als vanouds de telefoon weer op als Van Gogh hem belde.

Ik heb er Theo van Gogh later nog wel eens naar gevraagd: hoe of dat nou met die ziekte van Holman was afgelopen. Ach ja, bij Theodor komen en gaan de gezwellen als scheepjes in de nacht, antwoordde Van Gogh toen. Hij zei het met een vertedering die ik later ben gaan begrijpen. Na de fase van de ergernis over Holmans theatrale vorm van schoolziek-zijn, had Van Gogh er wel waardering voor gekregen. Wie bereid was zulke groteske smoezen te bedenken om maar niet te hoeven erkennen dat je in de greep bent van een kennelijke faalangst, was blijkbaar de schaamte voorbij. Die schaamteloosheid moet Theo van Gogh hebben herkend – de personages in zijn beste films gedragen zich immers precies zo. Leugen en (zelf)bedrog vormen immers de kern van Van Goghs speelfilms, van 06 tot Interview – met een scenario van.... Theodor Holman!

In de regel liegen Van Goghs filmpersonages niet uitsluitend uit cynisme, maar ook uit wanhoop en zelfhaat. Vaak ook weten ze zelf niet meer waar precies hun waarheid eindigt en de leugen begint. De leugen regeert, maar dan toch vooral over de psyche van de leugenaar zélf. Van Gogh had een zwak voor dit soort personages en ik denk dat hij destijds de kenmerken van zo'n personage had herkend in het eertijdse gedrag van zijn vriend Holman.

Toen ik in 1991 Vals licht publiceerde, meldde Theo van Gogh zich opnieuw bij mijn uitgever. In Vals licht blijkt een van de hoofdfiguren, de hoer Lizzie, te lijden aan pseudologia fantastica, de dwangmatige neiging te liegen. Voer voor Van Gogh! Hij had producent Matthijs van Heyningen benaderd met de suggestie een optie op Vals licht te nemen. En opnieuw was Theo's keuze voor de scenarioschrijver opmerkelijk: dit keer zou het Henri de By worden, reporter bij de Haagse Post. Net als Holman indertijd had De By nooit eerder een scenario geschreven.

Ik bezocht in 1992 een paar keer de set. Dat was een vrolijke boel. Wel hoorde ik de acteurs tijdens de opnamen dingen zeggen waarvan ik niet begreep wat ze met mijn roman te maken hadden, maar ik dacht: laat maar, dat komt wel goed.

Het kwam níét goed. Een jaar later werden mijn uitgever en ik uitgenodigd voor een preview. Aan wat ik toen zag heb ik jarenlang zelden in het openbaar één woord vuilgemaakt. Een schrijver moet, vind ik, niet piepen als een verfilming anders uitpakt dan hij had gehoopt, verwacht of vermoed.

Evenzogoed was ik perplex.

Laat ik eerst iets zonnigs melden. Hoofdrolspelers Tom Jansen, Amanda Ooms en Thom Hoffman valt niets te verwijten. Maar ook drie goeie acteurs kunnen een miserabel script niet redden.

Dan de schaduwkant: hoe voelt de schrijver die een verfilming van zijn roman heeft gezien waarin alles wat hij in die roman van waarde vond, verpulpt ziet worden tot intens onnozele dialogen, ongeloofwaardige scènes, platte scheldpartijen en een plot waarvoor je zelfs op de amateurfilmcademie in een buitenwijk van Kuala Lumpur nog op je falie krijgt? Als een vader die zijn kind naar school heeft gebracht en lijdzaam moet toezien hoe dat kind door een paar types van een andere school wordt ondergebraakt.

Dit dacht ik maar zei ik niet hardop. Pas toen Theo van Gogh een paar jaar later zelf in interviews toegaf dat Vals licht bepaald niet geslaagd kon worden genoemd, voelde ik me vrij om ook míjn mening erover te geven.

Na het zien van 06 en Blind date, wist ik waar het bij zijn verfilming van Vals licht fout was gegaan. Bij Van Gogh moest het script deugen. Is dat niet zo, dan is hij direct reddeloos verloren.

Zelf hield Van Gogh het er op dat hij nu eenmaal het beste was in kleine films over de peilloze eenzaamheid van het individu. En producent Van Heyningen had hem in dat verband juist niet goed aangevoeld door hem met klem op te dragen dat zijn verfilming van Vals licht spectaculair moest worden, een Spetters van de jaren negentig, zoals Van Heyningen het Van Gogh had voorgespiegeld. Geen wonder, aldus Van Gogh zelf, dat Vals licht niet goed was uitgevallen. Een producent moet me de vrije hand geven, en me zeker niet opdragen iets te maken dat ver van me af staat, zei hij er later over in een interview. Mede door het commercieel getoonzette eisenpakket van Van Heijningen werd Vals licht een patat-met-mayonaise-film waar je met het schaamrood op de kaken naar keek.

EEN WONDER

Dan nu het wonder. De film bleek rampzalig, maar de hartelijke betrekkingen tussen Theo en mij hadden er niet onder te lijden. Stilzwijgend hadden we besloten het er nooit meer over te hebben. Als we elkaar nu en dan eens tegenkwamen, praatten we over van alles, maar niet over de verfilming. Ik waardeerde het dat hij tegenover mij niet iets begon goed te praten wat niet viél goed te praten. Andersom zal Theo het misschien op prijs hebben gesteld dat ik bij de release van de film niet aan een klaagverhaal was begonnen over de versjtering van de roman.

Pas in de zomer van 2004 kwam hij indirect terug op het debacle van Vals licht. ,,Schrijf nou eens wat voor me!'' riep hij ineens uit. ,,Want je weet: I owe you one.''

Het was Theo's manier om, zoveel jaar later, half en half zijn excuses te maken voor de verfilming. Dat was in juli 2004. Een maand later sprak ik hem paar keer telefonisch vanwege Submission dat hij voor Ayaan Hirsi Ali had had geregisseerd en dat uitgezonden zou worden in het tv-programma Zomergasten dat ik toen presenteerde.

Toen ik hem in oktober opnieuw tegenkwam, fietste hij op de Ceintuurbaan in Amsterdam op weg naar het kantoor van Column TV. Ik dacht dat hij zou beginnen over Submission maar hij wilde het opnieuw hebben over een script dat ik voor hem zou gaan schrijven. Hij had over het onderwerp nagedacht: ,,Büch'', zei Theo, ,,Fenomenaal, dat kasteel van leugens dat Boudewijn Büch heeft gebouwd! Jij moet daarover schrijven, juist jij, want jij kent die mensen kennelijk van binnen en buiten, toch?'' Hij verwees natuurlijk naar Vals licht, en in het bijzonder naar mijn personage Lizzie.

Die dag spraken we af dat we er eens een wat langer over zouden delibereren. ,,En bel me nou op,'' gebood Van Gogh me ter plekke, ,,dan máken we ook echt die afspraak!'' Maar eerst zou Theo nog met zijn ex-vrouw en zoon Lieuwe naar New York toe gaan, omdat hij zijn zoon de skyline van Manhattan wilde laten zien. Dat was half oktober 2004.

Een paar dagen na de moord op zijn boezemvriend verscheen Theodor Holman op televisie bij Barend & Van Dorp. Daar onthulde Holman dat Theo van Gogh's rechterbeen was geamputeerd door de patholoog-anatoom omdat kogelwonden dit noodzakelijk hadden gemaakt. Holman vertelde ook hoe hij in het mortuarium Theo's onder een laken opgebaarde lichaam had bevoeld. Op de plek waar het been moest zitten had hij een ademafstokkende leegte gevoeld. Holman memoreerde het geamputeerde been ook in zijn column in Het Parool.

Vrij snel na die uitzending van Barend & Van Dorp werd duidelijk dat er bij Van Gogh helemaal geen been was geamputeerd. Later heb ik Theodor Holman gevraagd wat hem had bezield dat verhaal te vertellen. Holman antwoordde dat hij het gerucht over die amputatie hier en daar had opgevangen. En hij had ter controle ook écht gevoeld, daar in het mortuarium en ook écht verondersteld dat die amputatie een feit was, ondanks dat in een hoek van zijn hoofd het besef overheerste dat het niet zo was.

Hier vermengt zich op tamelijk bizarre manier de kern van een film-oeuvre met de nog steeds – onthutsende werkelijkheid. De boezemvriend van de vermoorde filmer onthult een morbide bijzonderheid waarvan hij ergens wel doorheeft dat het niet waar is. Maar op het moment dat het hem van de lippen rolt, gelooft hij tegen beter weten in dat het wél waar is. Het is helemaal Vals licht en ook helemaal Baby blue en 06, om maar twee andere Van Goghfilms te noemen waarin de leugen regeert. Vermoedelijk door een combinatie van shock en rouw gedroeg Theodor Holman zich zijns ondanks gedurende een paar dagen als een personage uit willekeurig welke speelfilm van zijn betreurde vriend. De uit verwarring, misantropie en withete wanhoop liegende mannen en vrouwen het waren Van Goghs spannendste personages.

Dit is een aangepaste versie van een tekst die maandag tijdens het Filmfestival in Utrecht verschijnt in een boekje bij de dvd-box met films van Van Gogh. Ook verfilmde auteurs als Heere Heeresma en Jan Wolkers schreven voor die box.

Info: www.columntv.nl

Rectificatie / Gerectificeerd

Door een fout van de redactie werden in de kop en het intro bij het artikel van Joost Zwagerman vorige week in Leven &cetera, de boeken Gimmick! en Vals licht zijn eerste en tweede roman genoemd. Dat is onjuist. Zwagerman debuteerde in 1986 met de roman De houdgreep; de twee genoemde boeken waren zijn tweede en derde roman.