Het trieste leven van de `vliegende berber'

De voor Frankrijk uitkomende Algerijn Ahmed Boughéra el Ouafi won in 1928 de marathon bij de Olympische Spelen van Amsterdam. Zijn leven kreeg een tragisch vervolg: als clochard vond hij boven een café in Parijs de dood door een kogel.

In zijn eentje draaft de atleet door de marathonpoort. Onder klaroengeschal betreedt hij het Olympisch Stadion van Amsterdam, op weg naar zijn eerste marathonzege. Het is een onbekende, donkerhuidige loper.

De verrassende koploper is een Arabier. De meeste mensen hebben nooit van hem gehoord. Ze hebben er geen idee van hoe zijn naam wordt uitgesproken, maar hij is een held en bij de finish wacht hem een gouden olympische medaille.

Het is zondag 5 augustus 1928. Amsterdam organiseert de Olympische Spelen en beleeft zijn eerste marathon. Kenners hebben hun geld gezet op een Engelsman, maar een Algerijn rent als eerste over de finish. Het is de 29-jarige Ahmed Boughéra el Ouafi. Een enkeling weet hoe je die naam uitspreekt: El Waffie.

Het is vrijdag 8 juli 2005. Met een foto van zijn marathonzege arriveer ik in Parijs. In de Franse hoofdstad ligt hij begraven, gestorven in de armen van zijn nicht Zoulara Zeroug. Zij leeft nog.

De vrouw wacht me op bij het station van Pierrefitte Stains, een buitenwijk van Parijs. Ze vertelt zijn geschiedenis. Haar oom vertrok als eerste van de familie uit Algerije. Dat gebeurde niet vrijwillig: hij was ingelijfd in het Franse koloniale leger en moest in de Eerste Wereldoorlog vechten tegen de Duitsers. Na de overwinning mocht hij niet naar huis. Zijn eenheid werd gelegerd in het overwonnen Duitsland.

,,Mijn oom deed veel aan sport in het leger'', zegt Zouzou. ,,Hij blonk uit in hardlopen. Hij had een enorm uithoudingsvermogen, dankzij veel en fanatiek trainen in de woestijn.''

Erkenning heeft hij in Frankrijk nauwelijks gehad. De treurigheid van het graf van El Ouafi is symbolisch: een sobere steen met een verkeerd geboortejaar, bedreigd door woekerend onkruid.

De Algerijnen zagen El Ouafi als verrader. Hij liep immers onder Franse vlag en in het tenue van de overheerser. Maar voor de Fransen was hij weinig meer dan een inheemse uit de Sahara.

Erkenning kreeg de `Vliegende berber' hooguit aan de andere kant van de oceaan:in de Verenigde Staten. Na zijn olympische goud in Amsterdam werd hem een profcontract aangeboden door de eigenaar van een circus. In Madison Square Garden in New York liep hij tegen mensen en dieren.

Na een half jaar keerde hij terug naar Parijs, een klein vermogen rijker. Maar hij mocht geen wedstrijden meer lopen in Frankrijk want hij was prof geworden en had daarmee zijn amateurstatus verspeeld.

El Ouafi kocht met een compagnon een café bij station Austerlitz in Parijs. De argeloze Algerijn werd door zijn zakenpartner bedrogen. Hij was op slag straatarm. El Ouafi kon geen werk vinden. Hij raakte aan de drank en verdween in de anonimiteit tussen de clochards van Parijs. Zouzou wil niets kwijt over de zwarte periode die volgde. Vragen erover ontwijkt ze: ze begint over iets anders of loopt weg om iets te halen.

Haar oom leefde voort in de vergetelheid, totdat Frankrijk 28 jaar later een nieuwe olympische marathonwinnaar had, eveneens een Algerijn: Alain Mimoun. Na zijn zege bij de Olympische Spelen van 1956 in Melbourne, herinnerde men zich in Frankrijk dat er ooit een andere Algerijnse olympisch kampioen op de marathon was geweest.

Een televisiepresentator wilde beide atleten in zijn programma. Hij spoorde El Ouafi op, maar de 57-jarige Algerijn was alcoholist en kon zich zijn triomf in Amsterdam nauwelijks herinneren. Er werd geld ingezameld om hem een nieuwe start in het leven te geven. En er was zelfs een receptie voor hem bij de president op het Elysée.

Maar het eerherstel kwam te laat. El Ouafi was een menselijk wrak en zou drie jaar later sterven. Geen natuurlijke dood, hij stierf door kogels.

Zijn naam leeft voort op een troosteloos kerkhof. En er is een straat naar hem vernoemd. Bij het Stade de France, het grote stadion van Parijs. Daar is de Rue Ahmed Boughéra el Ouafi. Daar wél met het correcte geboortejaar. Net als op het kerkhof is ook hier geen prominente plaats voor de Vliegende Berber. De straat met zijn naam is de op- en afrit van een ringweg. Je bent er zo voorbij. Het naambordje valt pas op als je moet wachten voor het stoplicht.

Niet ver ervandaan is de Algerijn aan zijn eind gekomen, in het café van zijn zus. Het gebeurde laat op een avond in 1959, niet in het café zelf, maar in de woning erboven.

Er gaan veel verhalen over wat zich daar heeft voorgedaan. Een politieke afrekening, schreven kranten, de zus zou hebben geweigerd te betalen aan de Algerijnse onafhankelijkheidsbeweging FLN.

Het waren geruchten, speculaties, niet gestaafd door feiten. Ik hoop op een getuigenis van Zouzou. Zij was erbij die avond. Ze was zestien jaar toen kogels een einde maakten aan het leven van haar lievelingsoom. Ik vraag het haar: wat is er gebeurd die avond?

Het wordt stil. Zouzou kijkt voor zich uit. Ze zoekt in het verleden naar de herinnering. Met zachte stem zegt ze: ,,Hij is in mijn armen gestorven. Samen met mijn moeder. Het was geen politieke moord. Het had niets te maken met de onafhankelijkheidsstrijd van de Algerijnen. Mijn oom stond ver van de politiek. Het was een familieruzie.''

Zouzou vertelt het werkelijke verhaal: een neef wilde trouwen met haar zus, die weduwe was over geld beschikte. Maar haar zus zag een huwelijk met deze neef helemaal niet zitten, wat ze hem vaak duidelijk had gemaakt. Toch bleef hij aandringen.

,,Op de avond van de 18de oktober kwam hij terug'', zegt Zouzou. ,,Hij had iemand meegenomen met een wapen, iemand die wij niet kenden. Het begon met een woordenwisseling. Mijn moeder en mijn oom namen het voor mijn zus op.'' Ze houdt even stil en schudt haar hoofd alsof ze nog niet kan geloven dat het zo is gebeurd. ,,Meteen daarna begon het schieten. De onbekende richtte zijn wapen eerst op mijn moeder. Mijn oom wilde haar afschermen. Hij wierp zich op haar. Zowel mijn oom als mijn moeder werd geraakt. Ze stierven in mijn armen.''

Zelf werd ze verwond door een afgeketste kogel. Acht dagen daarna werden haar moeder en oom begraven. Ze kon erbij zijn, al was ze niet geheel hersteld. Haar zus was aan het drama ontsnapt. Zij vluchtte ongedeerd naar Amerika. Daar woont ze in de buurt van Los Angeles.

Het café van de schietpartij aan de Rue du Landy 10 bestaat niet meer. De plek is een rustplaats voor autowrakken. En niemand weet dat daar Ahmed Boughéra el Ouafi is doodgeschoten, de olympische held van Amsterdam, een antiheld van het leven.

Voorpublicatie uit de eerstvolgende uitgave van het literaire hardlooptijdschrift `42'.