Het is ook nooit goed

Leerlingen van een vmbo-school in Nijmegen werken in een ontmoetingsruimte van een wooncomplex voor ouderen. Dat valt ze niet mee.

Middelbare scholieren die massaal vrijwilligerswerk doen. Minister van der Hoeven van onderwijs hoopt dat dat over een paar jaar de normaalste zaak van de wereld is. Vrijwilligerswerk zou het gevoel van verantwoordelijkheid onder jongeren vergroten. De minister spreekt overigens van maatschappelijke stages. Dit schooljaar zijn 131 middelbare scholen met overheidsgeld begonnen de maatschappelijke stages in te voeren. Vanaf 2007 kunnen alle scholen meedoen.

De vmbo-afdeling van het Kandinsky College in Nijmegen trekt zich van die planning niets aan. De school heeft vorig jaar op eigen houtje maatschappelijke stages ingevoerd. De stages blijven ook niet beperkt tot een hockeytraining of een dagje uit met gehandicapten. In de derde en vierde klas werken alle leerlingen van de beroepsgerichte leerweg zorg en welzijn zes dagen per jaar in een wooncomplex voor ouderen. Adjunct-directeur Twan van den Hazelkamp vindt dat het onderwijs op zijn school er beter van wordt. ``We willen de stof zo praktijkgericht mogelijk aanbieden. En dan bedoelen we niet: de praktijk simuleren, maar echt in de praktijk je kennis en vaardigheden kunnen toepassen.''

Het Rentmeestercomplex, waar ruim driehonderd ouderen zelfstandig wonen, ligt op loopafstand van het Kandinsky College. Tijdens een stagebezoek hoorde de school dat de woningbouwvereniging en de stichting voor ouderenzorg in de regio een ontmoetingsruimte wilden creëren. ``We zijn om tafel gaan zitten om te kijken of wij een bijdrage konden leveren. Samen met de bewoners beheren we nu een ontmoetingsruimte, een soort grand café met een biljart en faciliteiten zoals een bingo en computers'', zegt Van den Hazelkamp. Drie dagen per week werken leerlingen van het Kandinsky College in de ontmoetingsruimte.

``Het is een heel moeilijk proces, onderwijs combineren met het echte leven'', weet Van den Hazelkamp inmiddels. De scholieren dringen binnen in de leefwereld van de ouderen. En dat geeft soms wrijvingen. ``Onze jongeren rijden op scootertjes en die maken lawaai 's ochtends als ze bij het wooncomplex worden geparkeerd. En piercings, naveltruitjes en dergelijke zijn prima als je het uitgaansleven in duikt, maar wij moeten de jongeren duidelijk maken dat dat in deze setting niet kan.''

Aan een donkerbruine tafel drinken zestien oudere dames koffie. Dat doen ze elke donderdag in de ontmoetingsruimte van het Rentmeestercomplex. Svenja Koks (15) van het Kandinsky College, vandaag floormanager, zet kopjes en schotels op een dienblad. Klasgenoot Javiera Latumahina (16) lapt de ramen met een rood-wit geruite theedoek. Haar werk wordt gadegeslagen door Cor Teunissen, die haar grijze hoofd schudt. ``Als ik dat gestuntel zie met dat ramenwassen. Ik zou er het liefst heen lopen en zelf die doek ter hand nemen.''

Sientje Cillessen, ook aan de donkerbruine tafel, begrijpt wat ze bedoelt. Ze knikt in de richting van twee leerlingen in lichtblauwe Kandinsky-shirts. ``Ik zeg net tegen dat meisje: je moet die bordjes op elkaar stapelen, dan gaan er veel meer op een dienblad.'' Cillessen, vaste bezoeker van de ontmoetingsruimte, noemt de leerlingen van het Kandinsky College consequent `kinderen'. ``Als de kinderen hier stofzuigen, zeg ik altijd even dat ze ook onder de poten moeten zuigen, want daar blijft veel stof aan zitten. Dat zien ze niet hè. Maar ik zeg het altijd aardig hoor. De kinderen moeten nog veel leren. Ze krijgen dat thuis niet meer mee: poetsen, aardappels schillen, groente schoonmaken.''

Aan de bar schrijft Svenja een aanplakbiljet, om de lunch aan te kondigen. ``Nee, nee, schrijf maar geen sambal op. Dan willen ze het niet'', zegt docent en begeleider Annette Gostomczyk. ``Schrijf maar: pittige boontjes.''

Svenja wil later ``iets met baby's of gehandicapten'' doen. In elk geval niet met ouderen. ``Ze hebben zoveel commentaar. Dan heb je het eten opgeschept en dan zeggen ze dat het eigenlijk te veel is. Of te zout. Of ze zeggen zoiets als: krijgen we nu alweer buitenlands eten?''

In de keuken doppen Meggie Kessler (16) en Bouchra Boulehoual (16) boontjes. Meggie helpt thuis al van jongs af aan mee in de keuken. Vanochtend heeft ze met Bouchra inkopen gedaan voor de lunch in het ouderencomplex. Ze maken een Indonesisch gerecht dat bij Meggie thuis wel vaker op tafel staat. Meggie heeft minder moeite met de bewoners dan klasgenoot Svenja. ``Deze mensen laten je tenminste weten wat ze ervan vinden. Als het eten te warm is of te koud dan zeggen ze dat meteen. Daar leren wij meer van dan als we helemaal niets horen.'' Maar makkelijk is het niet, vindt ze. ``Je moet de hele tijd vriendelijk blijven, geduldig zijn. Ik heb daar niet altijd zin in.''

Elf vrouwen en twee mannen schuiven aan voor de lunch. Als de leerlingen tomatensoep hebben opgediend, beent een dame in een bruine ruitjesrok naar de bar. ``Kan er een klein beetje room bij de soep? Een beetje koffiemelk dan?'' Maar de rijst met saté en bonen vallen in goede aarde. ``Complimenten voor de kok, het is heerlijk!'' Achter een pan met roerbakgroenten haalt Meggie opgelucht adem.