Elektronica dringt nauwelijks door tot ziekenzorg

Meer techniek kan de zorg verbeteren en efficiënter maken. Technisch is van alles mogelijk, maar de conservatieve cultuur en het financieringsmodel van de zorgsector zitten vooruitgang in de weg. ,,Ict zit niet in de beddenprijs.''

Met een paar muisklikken kan chirurg Peter Go op zijn computerscherm zien dat zijn patiënte, die een heup heeft gebroken, het laatste halfjaar bijna elke week bij de huisarts is geweest. Ook ziet hij met wat voor klachten ze daar kwam, wat voor medicijnen ze slikt en of ze ergens allergisch voor is. In een andere map op de computer staat haar opnamegeschiedenis, Go's verslag van de operatie en de foto's die van de heup zijn gemaakt. De huisarts kan op zijn beurt die gegevens opvragen.

Het lijkt niets bijzonders. Maar een jaar geleden had Go de oude dame zelf moeten vragen of ze misschien allergieën had en wat voor medicijnen ze gebruikte. Dat was met de hand opgeschreven in een bruin schriftje. En het operatieverslag had Go ingesproken op een cassettebandje, dat een week later moest worden uitgetikt door de secretaresse. In de tussentijd had alleen Go geweten hoe de operatie was verlopen.

Zo gaat het in de meeste Nederlandse ziekenhuizen. Het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein is een van de weinige medische centra dat al gebruik maakt van een elektronisch patiëntendossier dat in verbinding staat met alle specialisten in het ziekenhuis en met huisartsen in de omgeving. Hiermee leren artsen ook de medische geschiedenis kennen van patiënten die vergeetachtig of zwaar gewond zijn en daar zelf niet over kunnen vertellen. ,,Een kwart van de medische fouten is te wijten aan gebrek aan informatie'', zegt Frans Spijkers, bestuurder van de AntoniusMesosGroep, waarvan het ziekenhuis deel uitmaakt. Het is een van de redenen waarom het ministerie van Volksgezondheid het elektronisch patiëntendossier (EPD) invoert. Deze week kondigde het Nationaal ICT Instituut in de Zorg (Nictiz) aan dat de bouw van een 'landelijk schakelpunt voor de zorg' begint, die de inzage in dat dossier moet regelen. Begin 2006 zijn de eerste zorgverleners aangesloten.

Minister Hoogervorst (Volksgezondheid) hoorde tijdens een presentatie kort na zijn aantreden dat het elektronisch dossier er nog niet is, en viel van zijn stoel, vertelt Spijkers. In het internettijdperk is zoiets toch geen probleem? Aan de technische mogelijkheden ligt het niet, menen experts.

Paul Smits, manager innovatie voor de zakelijke markt bij telecombedrijf KPN, zegt dat het voor zijn bedrijf geen probleem is alle ziekenhuizen, apotheken en huisartsen in Nederland met elkaar via breedbandinternet te verbinden. Als zo'n netwerk er eenmaal ligt, kunnen artsen gegevens, zoals röntgenfoto's en MRI-scans, digitaal uitwisselen en opslaan. Die zijn nu vaak alleen nog op papier beschikbaar. Ook kunnen medici onderling en met patiënten contact hebben via een webcam. Smits zegt ook dat het geen probleem moet zijn kastjes bij mensen thuis te plaatsen die hartslag, bloeddruk of bloedsuiker in de gaten houden. Als er iets mis is, gaat bij een centrale in het ziekenhuis het alarm af. Zo hoeft er niet steeds iemand langs te komen. Smits: ,,Je bespaart 10 tot 15 procent van de kosten van zo'n aandoening.''

Anna Flinznler en Desiree Hoving van het Nederlands Instituut voor Telemedicine (Nitel) denken dat patiënten dat willen. Nitel stimuleert het gebruik van ict in het bestaande zorgaanbod. Hoving vertelt over Camcare, een systeem waarmee ouderen die thuiszorg nodig hebben, via een webcam contact hebben met een verpleegkundige. Die zien ze op hun televisiescherm, en de verpleegkundige ziet hèn. Uit een recent onderzoek van Nitel blijkt dat niemand hierop zit te wachten. Toch zijn degenen die het via Camcare echt al gebruiken zeer tevreden. Flinznler: ,,Ze hebben het gevoel dat ze sneller hulp kunnen krijgen en persoonlijk contact hebben met de verpleegkundige.''

Het elektronisch patiëntendossier van het St.Antonius Ziekenhuis valt goed bij patiënten. Van de bijna 40.000 patiënten van de deelnemende huisartsen wilden slechts enkele tientallen, vaak drugsverslaafden, niet dat hun gegevens werden verspreid. Ze vreesden daardoor minder goed te worden geholpen. Go: ,,Patiënten vinden het heel logisch dat dit er is.''

De toepassingen zijn er dus, de patiënten willen het. Hoe komt het dan dat de zorgsector met ict-gebruik zo ver achterloopt bij het bedrijfsleven? Smits: ,,De bottleneck is dat ziekenhuizen en artsen er iets in moeten zien.''

En dat is vaak niet zo, vertellen ook Hoving en Flinznler van Nitel. ,,De cultuur in de zorg is redelijk conservatief'', zegt Hoving. ,,Veel huisartsen zijn best oud. Bij de opleidingen wordt nauwelijks aandacht gegeven aan ict. Artsen zijn primair met zorgverlening bezig en zien daar geen plaats in voor techniek.'' Wat volgens de vrouwen ook meespeelt, is dat patiënten met ict meer voor zichzelf kunnen zorgen. Flinznler: ,,Artsen kunnen daardoor het gevoel krijgen dat het ten koste gaat van hun status. Arts is een gesloten beroep en met ict gaat er een deel van open. Ze raken een stukje koninkrijk kwijt.'' Chirurg Go. ,,In het begin zeiden artsen uit andere ziekenhuizen: `Vind je het niet eng dat de internist met jou kan meekijken?' Wij vinden dat transparant.''

Een grotere belemmering voor meer gebruik van ict is de manier waarop de zorg is georganiseerd. Zo zijn er de tarieven van medische handelingen. Die worden vastgesteld door het College Tarieven Gezondheidszorg. Maar voor bijvoorbeeld een diagnose via de webcam bestaat nog geen tarief, dus artsen die dat doen krijgen daar niet voor betaald. Flinznler: ,,Als er ergens geen tariefstructuur voor is, gebeurt het niet.''

Ict kost ziekenhuizen en artsen vaak meer dan het oplevert. Zo ook in het Antonius. De elektronische uitwisseling met huisartsen heeft het ziekenhuis een miljoen euro gekost. Door het elektronisch dossier zijn de artsen vaak alleen maar meer tijd kwijt aan hun patiënten, want ze gaan nu bij wijze van spreken eerst tien minuten de historie van de patiënt uitpluizen. Daarvoor begonnen ze gewoon met de behandeling. Als een behandeling daardoor kwalitatief beter is, krijgt het ziekenhuis niet meer betaald van de zorgverzekeraar. Go: ,,Ict zit niet in de beddenprijs.'' Ook een initiatief om via teleconferenties contact te hebben met artsen in andere ziekenhuizen of landen kost geld. Go: ,,Het frustrerende is dat het vooral kwaliteitsverbeteringen zijn. Ze leveren niet direct iets op.'' Voor huisartsen geldt hetzelfde. Ook voor hen kost het EPD meer tijd, zegt Go. ,,Die mogen 1 euro per patiënt per jaar besteden aan ict. Daar koop je net een computer voor.''

Wat niet helpt is dat de gezondheidszorg bestaat uit aparte bedrijfjes: huisartspraktijken, maatschappen van specialisten, ziekenhuizen, apotheken. Bij ict-toepassingen die gaan over het uitwisselen van informatie, is het belangrijk die bedrijven op één lijn te krijgen, zodat er zoveel mogelijk aan meedoen. Van de huisartsen in de buurt van het St. Antonius Ziekenhuis wilde 80 procent deelnemen aan het elektronisch dossier. In het ziekenhuis zelf doen alle 170 specialisten mee, maar sommigen moeten nog wel worden overgehaald, zegt Go. Want nu moeten ze bijvoorbeeld zelf hun operatieverslag intypen, terwijl eerst de secretaresse dat deed vanaf het bandje. ,,Je moet het zo inkleden dat de voordelen ook duidelijk zijn'', zegt Go. Zo komt de ontslagbrief (die de patiënt krijgt als hij uit het ziekenhuis mag) als het dossier goed is ingevuld nu zo uit de printer rollen, is er nooit meer een diagnose zoek en zijn artsen niet meer afhankelijk van het onleesbare handschrift van collega's.

Om informatie te kunnen uitwisselen, moeten alle computerprogramma's op elkaar worden aangesloten. Dus moeten alle aparte bedrijfjes van zorgverleners het eens worden op welke software dat moet draaien. De ict'ers die zo'n programma maken, moeten goed begrijpen wat de medische wereld nodig heeft. Dat gaat vaak niet goed, zegt Hoving van Nitel. ,,Ict'ers beginnen vaak met zeggen dat ze alles kunnen, en vervolgens kunnen ze niks. Zij vinden ons weer dom.''

Een drempel voor de introductie van het EPD is privacy. Wie moet er in een medisch dossier kunnen kijken, en van wie is dat dossier eigenlijk? ,,Dat laatste is nog niet vastgesteld en dat zou wel moeten'', zegt Hoving van het Nitel. Bij het EPD kunnen medici inloggen met een zogeheten UZI-pas, een soort e-dentifier die wordt gebruikt bij internetbankieren. Er wordt bijgehouden welke arts welk dossier opvraagt.

Ook de rest van de beveiliging moet goed zijn. Ten eerste ligt een ziekenhuis plat als het netwerk eruit ligt. Daarnaast moet het EPD immuun zijn voor hackers. Niemand wil dat zijn medische gegevens op straat komen te liggen, en helemaal niet bij zijn zorgverzekeraar of werkgever. Publiciste Karin Spaink liet vorige maand een aantal hackers de beveiliging van twee ziekenhuizen testen. Bij een ervan kreeg ze toegang tot 1,2 miljoen patiëntgegevens, die ze ook nog zelf kon veranderen. Het Nictiz, dat het EPD ontwikkelt, onderkent het gevaar, maar zegt alle beveiligingsmaatregelen te nemen. Nictiz acht het gevaarlijker geen EPD in te voeren, omdat hiermee een groot aantal medische fouten kan worden voorkomen.

Paul Smits denkt dat KPN kan investeren in verbindingen tussen de zorgverleners. Die investering zou het bedrijf terug kunnen verdienen door diensten, zoals het sturen van röntenfoto's, aan te bieden tegen een abonnementsprijs. Voor de zorgverleners is het voordeel dat ze minder risico lopen, aangezien ze niet in een keer een gigantische som geld op tafel hoeven te leggen voor een systeem dat ze misschien na een tijdje niet meer gebruiken.

Bestuurder Spijkers van het Antoniusziekenhuis ziet een paar gebieden waarop er iets moet gebeuren. Ten eerste zou volgens hem de overheid meer de regie moeten nemen bij het bepalen van standaarden van de computerprogramma's, zodat alle systemen met elkaar kunnen communiceren. Ten tweede zou de samenwerking tussen artsen, ict-afdelingen en raden van bestuur in de ziekenhuizen moeten verbeteren, maar ook de samenwerking met huisartsen en apothekers. Wat verder moet veranderen, is de financiering. Spijkers: ,,Het ministerie zou ruimte moeten bieden aan de ontwikkeling van ict. Je zou kunnen zeggen, bij elke prijs voor een behandeling doe je een beetje erbovenop voor de ict.''