`Des garçons, oui - mais gentils'

Deze week maakt het Franse publiek voor het eerst kennis met Nescio. Uitgeverij Gallimard lanceert Le pique-assiette ofwel: De uitvreter.

Hoe vertaal je De uitvreter in het Frans? L'écornifleur ligt voor de hand, maar zo heet een roman van Jules Renard uit 1892 al. Vertaalster en uitgever kozen voor Le pique-assiette, iemand die `van je bord pikt'. Japi doet dat letterlijk; boterhammen zijn voor hem niet veilig.

,,Het is een goede term'', zegt vertaalster Danielle Losman. Jarenlang heeft het werk van Nescio (pseudoniem van J.H.F. Grönloh) in haar hoofd rondgespookt. De in Gent geboren, Franstalige Losman, ooit gepromoveerd als natuurkundige, volgde in Brussel een vertaalopleiding. Als oefening kreeg ze een stuk uit Titaantjes op. ,,Ik werd gegrepen. Zo eenvoudig en toch vol emotie. Geen woord is tragisch, en toch is alles tragisch. Nescio is sarcastisch, al voel je dat niet direct. Troost vind je in de natuur, niet in de mensen: dat is zijn visie. En toch is er hoop. Want al zijn ze nog zo wanhopig, het blijven aardige jongens.''

Van verder vertalen zag Losman af toen ze hoorde dat de erven-Nescio terughoudend waren in het verlenen van toestemming. Ze had ander vertaalwerk, veel poëzie, en zette zich pas in 2000 weer aan De uitvreter. Op goed geluk stuurde ze een deel van haar vertaling aan Nijgh & Van Ditmar, die het doorstuurde aan de erven, en aan Lieneke Frerichs en Enno Endt, specialisten en schatbewaarders van Nescio. De Franse tekst viel bij hen in goede aarde; Losman kon een Franse uitgever gaan zoeken.

Omstreeks diezelfde tijd werd het fenomeen-Nescio ontdekt door Jean Mattern, uitgever van `Du Monde entier', het buitenlandfonds van uitgeverij Gallimard. In Hart van glas van H.M. van den Brink las hij over een boek van Nescio dat op een bureau ligt. Mattern: ,,Ik lees Nederlands, maar Nescio kende ik niet. Toen ik ernaar vroeg, stuurde Van den Brink me prompt de vier verhalen. Geweldig vond ik ze. Het gevoel is van alle tijden. Het deed me ook sterk denken aan de absurditeit van het bestaan, zoals veel later beschreven door de Franse existentialisten.''

Van Rudi Wester, toen directeur van het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingen Fonds, hoorde Mattern dat er toevallig al een goede vertaling van De uitvreter bestond. Hetzelfde fonds stelde zich garant voor de vertaalkosten. Danielle Losman kon verder.

Ogenschijnlijk eenvoudige passages waren vaak het moeilijkst, vertelt ze. Neem de beroemde openingszin van Titaantjes, met de aardige jongens. `Garçons' heeft een homoseksuele bijklank, `jeunes gens' zou te formeel zijn. Equivalenten van zoiets als `gozers' vielen af, toen Lieneke Frerichs opmerkte dat het juist om de allergewoonste term voor jongens gaat. Zo werd het toch `garçons', alleen zonder de bekende herhaling. Lastiger nog waren woordjes als `weer', `nog', `pas'. Losman liet de herhalingen intact, al vergden ze in het Frans meer woorden, net als termen voor bewegingen. ,,In het Nederlands kun je zo mooi zeggen: `Hij ging verzitten', of `hij liet zich zakken'. Het Frans vergt meer beschrijving, maar ik wilde ook het compacte van het origineel behouden.''

De taal van vroeger hoort onlosmakelijk bij Nescio. Wat doe je daarmee in een vertaling in 2005? Losman vertaalde de verhalende passages in modern Frans, de dialogen in spreektaal. ,,Daarin heb ik bijvoorbeeld het `ne' weggelaten, zoals in `c'est pas la peine'. En ik heb uitdrukkingen genomen uit de vroegere kunstenaars-scene van Brussel. Het vriendschappelijke `ouwe kerel' was daar `vieux frère'. Gallimard zag liever `camarade', maar in de laatste scène met Japi werd het toch `vieux frère'.''

Hoe zal het Franse publiek reageren? Grönloh (Nescio) verzuchtte zelf in een brief: ,,Voor de Franschen ben ik, vrees ik, te Nordique.'' Maar Lieneke Frerichs, die de moeilijkheden van Nescio-vertalingen kent, heeft goede hoop. ,,In Engeland is het nog niet gelukt, in Duitsland bleek de gewone spreektaal niet aan te slaan. Maar met deze mooie Franse vertaling kan Nescio een succes worden, ook omdat Gallimard zo'n gerenommeerde uitgever is. Dan komt de rest van de wereld vanzelf.''

Ook uitgever Mattern gelooft dat er publiek voor is. ,,Ik weet niet of het een verkoopsucces wordt, maar de boekhandel kent ons fonds. We houden Le pique-assiette tientallen jaren leverbaar. Daar gaat het om: dat het er is.''