De oorlog op een dorpsstation

Voor deel 12 van de serie Italiaanse klassieken op dvd bespreekt M deze maand Houd de trein in het oog van Jirfii Menzel. Een subtiele film over klein verzet in een land in oorlog.

Het is 1942. Tsjechoslowakije is bezet, maar in de glooiingen van zijn boerenland is de Tweede Wereldoorlog weinig concreet. Door brand en bombardement verwoeste huizen zijn niet meer dan korrelige foto's, verspreid tussen de openingstitels van de film Houd de trein in het oog. Een Duitse soldaat voert duiven, een tweede ligt onrustig te slapen, opgerold in zijn jas.

Een hypnotiseur heeft nog een poging gedaan om de binnenrollende tanks tot staan te brengen, horen we. Hij slaagde. Het Duitse leger hield halt voor de man met de hoge zije en de cape, die het de weg versperde. Toen trok de voorste tank op en reed hem plat.

De kleinzoon van de hypnotiseur heet Milos en Milos is klaar voor zijn toekomst. Hij staat in zijn hemd, zijn moeder helpt hem in zijn nieuwe uniform. Tussen haar handen wordt zijn pet een zwevende kroon. De pet landt op zijn kruin, eigenlijk zakt hij iets te diep door. Geeft niet. Met ogen vol onschuld en een ruggengraat vol verwachting loopt Milos door de lente naar het dorpsstation, waar hem zijn betrekking wacht: stationschef in opleiding. Het spoorwegpersoneel begroet elke binnenkomende trein met een militair saluut. Ziet er strak uit, maar ze ruiken nog naar boerderij.

En die oorlog? Ja, die bestaat. Er passeren wat soldaten, ze wandelen zo'n beetje. Er is een naar verhaal over verwaarloosd vee. Er stopt een wagon met Duitse verpleegsters, goed voor een liederlijk beeld. En er is een collabore- rende landheer, hij intimideert, hij dreigt met het Reich. Hij kan gevaarlijk zijn, maar hij is ook een lachertje, met die weke wangen in die bontkraag.

Pas in het laatste half uur van de film speelt de Duitse bezetting een concrete rol. Lijken op het achterbalkon van een trein.

SS'ers onder petten met glimmende doodskopjes. Een munitietrein. Een partizane. Een bom.

Maar Houd de trein in het oog (Ostrie sledované vlaky, ook wel betiteld als Zwaarbewaakte treinen, uit 1966) van de Tsjechoslowaakse cineast Jirfii Menzel zit eerst tjokvol andere dingen.

Gehakkepuf

In argeloze stijl en satijnzacht zwartwit roept hij het dorpsstation op, met zijn getingel, geratel, gehakkepuf. Er is filmgenieke machinerie van hendels en lampjes en klepjes, er zijn stroken telexpapier. Wolken stoom stijgen breeduit op boven de locomotief en vermengen zich met neerdwarrelende sneeuwvlokken. Menzel vangt onze aandacht met zorgvuldige composities waarin twee of drie mensen elkaar aanvullen tot een intieme puzzel, met de grafische schoonheid van de lijnen van sporen, wissels, het perron en de seinen.

Onder menige scène ligt een vrolijk muziekje, neigend naar fanfare, naar licht-klassiek, naar koper, triangel en violen. Alles oogt lieftallig, met licht perverse observaties als tegen de al te grote schattigheid. En telkens als er iets gebeurd is, iets kleins of iets groots, slaat in het seinhuis de klok. 'Die klok heeft zo'n mooie klank', merkt de oude stationsknecht op. Hij is net gevallen, hij ligt op zijn kont in het stof, maar hij heeft oor voor die klok. Dat is essentieel.

Milos' directe collega is een stationschef met de lichaamstaal van Casanova. Met stout spiegelende brillenglazen verleidt hij alle vrouwen die over de drempel stappen. Besmuikt aanschouwt zijn leerling zijn succes.

O, die vrouwen. Menzel toont ze ons zoals Milos ze ziet: met heerlijke zware benen en een lome blik die altijd net iets langer op je blijft rusten dan je verwachtte, net iets korter dan je hoopte.

Menzels film, die teruggaat op een roman van de absurdistische schrijver Bohumil Hrabal, vertelt om te beginnen het verhaal van de jongvolwassen man en zijn problemen. Milos is verlegen en serieus. Hij hunkert naar een meisje, maar als zij in zijn armen is gekropen en aan zijn ondergoed plukt, dan lukt het vrijen niet. Hij houdt zijn pet op, hij draait zich op zijn buik. Hij schaamt zich dood, bijna letterlijk. Er is bloed. Er is gestileerd geweld met Milos als een lijdende Christus bij wijze van horror-effect. Er is alleen maar treurigheid. Dat Milos diezelfde nacht ook een bombardement heeft meegemaakt, viel hem zo te zien niet op.

Het ziet er losjes uit, maar pas op: Houd de trein in het oog herbergt een uitgekiend treurspel. Met een tragische held. Met een lach. Met nog een lach. Met een traan, want Milos snijdt zijn polsen door, en dan gauw met weer wat lachjes. Met victorie. En dan komt er een dikke snik. Eentje.

Jirfii Menzel stoomt ons klaar voor die snik. Hij laat ons houden van zijn personages, van hun klein-menselijkheid, van een geeuw met een geluidje, van een ongepaste slappe lach. Hij vermurwt ons met lome kaders waarin een uitgestrekte hand naar binnen glijdt, waaruit een kusklare meisjesmond wegrijdt. En hij baadt ons in de kleine gekte van de personages en als we eerlijk zijn herkennen we veel van onszelf.

Kijk nog een keer naar Houd de trein in het oog, en nog een keer - dat is helemaal geen zware opdracht. Weinig films zitten zo vol dartele details. Ontdek steeds iets nieuws. Vind uit dat al die charme tederheid onthult, dat deze lichtheid nooit lichtzinnig is: weinig films dobberen zo consequent rond op een poel van vrolijke wanhoop.

In oorlog

Eindelijk moet Milos onder ogen zien wat zijn omgeving allang beseft. Zijn land is in oorlog. En nog verzuimt hij weg te rennen. Hij wordt opgepakt, ontsnapt ternauwernood aan de grillen van de SS - een officier met het residu van een duel over zijn wang is onder de indruk van de littekens op zijn smalle polsen, en gebiedt zijn vrijlating. Dat idiote toeval is alles, maar Milos beseft nu dat zijn landgenoten alleen maar doen of hun neus bloedt. Ze buigen voor de bezetter.

Behalve de Casanova-stationschef. Die pleegt verzet, dreinend, op zijn eigen manier. Hij conformeert zich niet, hij is subversief. Autoriteit moet getart worden en dus ademt hij op een officieel nazi-stempel en drukt het op de ronde billen van een liefje. Heerlijk vindt ze dat, helemaal als haar moeder, zware jas en sjaaltje om haar hoofd, er een punt van maakt om dat bestempelde achterwerk bij allerlei autoriteiten te gaan laten zien. Schande, vindt u niet? De mannen knikken ernstig vanachter hun bureaus. Ze kijken nog eens. Ja, het is een schande. Nee, daar kunnen wij geen zaak van maken. Het meisje giechelt van genot. Menzel ook, getuige zijn geamuseerde shots van de blikken van de diverse ambtenaren die niet weten waar ze moeten kijken, en dus juist weer wel.

Onder druk van zijn Casanova-collega - wat kan die acteur veelzeggend met zijn schouder naar een ander neigen, beschermend, leep, subversief, sympathiek - laat de jonge Milos zich verleiden. Hij durft, hij vrijt met een vrouw. Hij is helemaal niet impotent en zij is een echte verzetsstrijdster. Onmacht speelt nu op ander gebied ook geen rol meer: hij doet wat hij moet doen. Voor zijn land, tegen de vijand. Hij pakt de draad op waar zijn grootvader, de hypnotiseur die in zijn eentje het Duitse leger even tot staan bracht, hem noodgedwongen liet vallen. Milos pleegt een aanslag en die kost hem het leven. Wee!

Maar zijn opzet is geslaagd, de bom trof doel. Milos is dood, maar hij is ook een winnaar. Zijn pet komt aanwaaien, zijn lief raapt hem op. Dat is triest maar gek genoeg ook troostrijk. En als het stof is neergedaald op het perron, slaat de klok.

O, die klok heeft zo'n mooie klank.

Dit is de laatste aflevering in de serie Europese filmklassieken. Begin volgend jaar start een nieuwe serie: de Franse cinema.

Abonnees kunnen deze film bestellen à €18,75, of de volledige reeks à € 16,75 per film (12 delen). Zie de advertentie op pagina 63 en de advertentie die regelmatig in de krant verschijnt, www.nrc.nl/dvd of bel met 010 406 6928