De doorbraak van een taboe

Universiteiten mogen experimenteren met selectie aan de poort. Slimme studenten krijgen voorrang op de zesjescultuur. Staatssecretaris Mark Rutte is voorstander maar anderen vrezen het einde van de gelijkheid.

`De gelijkheidsdeken die nu nog grote delen van onze kennissamenleving bedekt, mag wat mij betreft flink worden opgeschud. Wie heel goed presteert, mag daar ook best de vruchten van plukken.''

Aldus premier Jan Peter Balkenende in de Leidse Pieterskerk op 1 september 2003, in een toespraak ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar. Twee jaar later kun je constateren dat die toespraak een omslag in het denken en een kentering in het Nederlandse onderwijsbeleid markeert.

Natuurlijk waren de twijfels er al eerder. Eind jaren negentig werd duidelijk dat het sociaal-democratische ideaal uit de jaren zeventig een keerzijde heeft. `Hoger onderwijs voor velen' was destijds de leus. De democratisering werd een succes, maar leidde ook tot overvolle collegezalen, gedemotiveerde docenten en afhakende studenten.

Duidelijk merkbaar was dit aan de Universiteit Leiden. De internationaal vermaarde rechtenfaculteit begon aan reputatie te verliezen. Niet verwonderlijk dus, dat juist Leiden begin vorig jaar als eerste universiteit aankondigde studenten bij binnenkomst te willen gaan selecteren. Komend jaar wordt er nog volop geƫxperimenteerd met verschillende selectiemethodes, die waarschijnlijk vanaf september 2007 zullen worden ingevoerd voor de studies rechten, psychologie en geschiedenis. Na je vwo-diploma moet je dan ook slagen voor een aanvullende toets om te mogen studeren.

`Selectie aan de poort' heet dat, en tijdens Balkenendes toespraak was het nog verboden. Universiteiten mochten alleen studenten weigeren op grond van een beperkt aantal plaatsen. Een paar maanden na de toespraak presenteerde staatssecretaris Annette Nijs haar nota `Ruim baan voor talent' waarin zij maatregelen voorstelde om de kwaliteit van het hoger onderwijs te stimuleren: selectie aan de poort en gedifferentieerd collegegeld. Met dat laatste kunnen universiteiten topopleidingen aanbieden tegen een hoger tarief dan het wettelijk vastgestelde collegegeld.

Selectie en differentiatie werden de toverwoorden. Talentvolle studenten moeten meer worden geprikkeld, opleidingen moeten zich meer van elkaar gaan onderscheiden. Weg met de gelijkheid.

Het is de doorbraak van een taboe. In Nederland gaat de aandacht juist vooral naar zwakke leerlingen. Goede leerlingen redden zichzelf wel, is de redenering. Belangrijker is de emancipatie van achtergestelde bevolkingsgroepen. Vroeger ging het om arbeiderskinderen, nu om allochtone kinderen.

Pleiten voor selectie en differentiatie is dus vloeken in de kerk. Maar we moeten wel, zeggen de voorstanders. Alleen door ons te richten op talent kan Nederland zich ontwikkelen tot een heuse concurrerende kenniseconomie.

De tegenstanders zien een essentieel kenmerk van het hoger onderwijs, toegankelijheid voor iedereen, in gevaar komen. Studenten wijten de hoge uitval onder niet aan gebrek aan motivatie, maar aan slechte begeleiding in het eerste jaar of slechte informatie over de studie vooraf. Een toets vooraf biedt geen enkele garantie voor succesvolle studenten, zeggen onderwijskundigen. Selectie aan de poort doet bovendien afbreuk aan de waarde van het voortgezet onderwijs-diploma, menen tegenstanders.

Ook andere ontwikkelingen in het hoger onderwijs wijzen op een einde van de gelijkheid. Het fenomeen university college rukt op. De pionier zit in Utrecht, vorig jaar begon in Middelburg de Roosevelt Academy. Zwolle, Tilburg en Deventer beginnen in 2007 ook. Studenten worden hier door middel van intake-gesprekken geselecteerd, wonen op een campus en volgen een breed studieprogramma.

Het bindend studieadvies (BSA), dat slecht presterende studenten aan het einde van het eerste jaar dwingt om een andere studie te kiezen, rukt op. Hetzelfde geldt voor honours programs, gericht op studenten die meer willen leren dan het reguliere curriculum biedt. Nog een voorbeeld: het Utrecht Law College, een topopleiding binnen de Utrechtse rechtenfaculteit die zich richt op extra gemotiveerde studenten.

Universiteiten voelen de druk om zich te onderscheiden, en dat doen ze liever door zich te richten op de slimmerds dan op de kneusjes. Naar verwachting zullen de onderlinge verschillen tussen de universiteiten toenemen, en net als in de VS zal het relevant worden aan welke universiteit iemand heeft gestudeerd. De ene instelling zal zich volledig toeleggen op onderzoek, een ander op onderwijs.

Het toverwoord van de opvolger van Nijs, Mark Rutte, is `Begeisterung'. Daar ontbreekt het volgens hem aan in het hoger onderwijs. Studenten die enthousiast aan een studie beginnen, zijn na een half jaar teleurgesteld omdat ze te weinig worden uitgedaagd. Net als premier Balkenende wil hij een einde maken aan de `zesjescultuur'. De manier om dat te doen is een einde maken aan de mythe van gelijkheid, aan het idee dat iedereen even slim is als je er maar genoeg tijd in steekt. Voor kneusjes of lanterfanters is geen plaats meer in het Nederlandse hoger onderwijs. Vanaf nu gaat het om slimmerds en ambitieuzen. Ontplooiing is uit, rendement is in.