Dagboek van een cultuurconsument

Ellen de Bruin probeert maandelijks wanhopig het cultuuraanbod een beetje bij te houden. Wat heeft ze in september gelezen en bekeken, en: wat niet?

Hoe dat precies werkt weet ik ook niet, maar soms wil je naar een film, en dat komt er niet van, maar je wilt nog steeds, en voor je het weet wordt het een item op een to do-lijst. Ineens moet je naar die film, of je nou wilt of niet. En waarom? Omdat je nou eenmaal wilde!

Zo stond er vier maanden geleden een mooi artikel van Arnon Grunberg in het Cultureel Supplement, over Le consequenze dell'amore. Een film over een man, Titta, die al jaren voor de maffia werkt, ineens verliefd wordt, in opstand komt tegen zijn werkgevers en tenslotte wordt vermoord. Het artikel juichte, over de film dan, niet over de liefde, die zou vooral levensgevaarlijk zijn, als ik het goed onthouden heb. In elk geval wilde ik meteen naar die film, want mooi dramatisch en lekker somber.

Maar `lekker somber'; als je lekker naar de bioscoop wilt, denk je daar vaak ineens heel anders over. Al snel bleek ik vooral in abstracte zin naar Le consequenze dell'amore te willen. Abstract naar een film willen, ik wist ook niet dat het kon, maar concreet had ik steeds geen zin om mijn goede humeur te laten bederven door de gedachte dat de ellende pas echt begint als je van iemand gaat houden. Dus kwam strandde mijn eerste poging, maanden geleden, bij War of the Worlds – ook deprimerend, maar op een net iets meer verbroederendende manier, ondanks of dankzij het feit dat je elkaar steeds moest knijpen van de schrik.

Een volgende poging leidde tot Howl's Moving Castle, een mooie, sprookjesachtige Japanse goedvoeltekenfilm met een betoverd bewegend kasteel erin. De meegegane vriend, die net had ontdekt dat ik nog nooit iets van Bret Easton Ellis heb gelezen, betaalde namelijk en hij had zin in visueel spektakel, niet in Italiaanse liefdessomberte. (En nee, ik ook niet.)

Daarna had ik het min of meer opgegeven. Maar mijn hersens niet. Die hadden Le consequenze dell'amore op hun to do-lijst gezet en begonnen mijn cultureel schuldgevoel dringend te bespelen toen er in de filmladder ineens `laatste week!' naast stond. Laatste kans om te zien, kookte het in mijn hoofd, alsof het om een bedreigde diersoort ging. Ik had allang geen zin meer in die film, want willen was moeten geworden en Grunberg heeft vaker stukken geschreven die mooier waren dan de film waar ze over gingen. Maar ja, laatste kans en ik wilde nu eenmaal, want ik hád gewild.

Dit keer belandde ik om ontraceerbare redenen in mijn eentje bij Guernsey, een wel heel stil Nederlands drama over slechte relaties, zelfmoord en overspel. Een negatiever beeld van de liefde of het leven in het algemeen kon Le consequenze dell'amore niet geven – nu kon het alleen nog maar meevallen. ,,We moeten het gewoon goed voorbereiden'', zei de vriendin die ook wel-en-niet meewilde naar wat we `die enge liefdesfilm' waren gaan noemen, ,,zodat we dit keer ook echt gáán.'' Dus spraken we meer dan een week van tevoren af voor een voorstelling van tien uur 's avonds terwijl we allebei de volgende ochtend heel vroeg op moesten. Het nazomerde prachtig die avond, maar de film bleek helaas nog te draaien, dus moesten we wel even de verplichte `ben wel moe, jij ook?'-conversatie voeren voordat we op een terras aan het water roseetjes konden gaan drinken. Het is nog erg laat geworden.

Bij onze volgende poging belandden de vriendin en ik bij Het schnitzelparadijs, maar dat kwam doordat Het Parool per ongeluk de filmladder van de week ervoor had afgedrukt. Ook een enge liefdesfilm trouwens, dit propvol humor gestouwde relaas over de liefdes- en machtsverhoudingen in de restaurantkeuken van een Van der Valk-achtig hotel, al was het maar omdat de hoofdpersonen de hele tijd stiekem staan te zoenen in een koelcel, tussen de kadavers. ,,Ik geloof niet dat wij de doelgroep zijn'', had de vriendin al bij de hitsige voorfilmpjes (over voetbal en puberseks) gezegd, en bij de cola light na afloop bleek ze voorlopig niet meer naar de bioscoop te kunnen. Te druk. Liefde mag levensgevaarlijk zijn; werk kan het leven ook onbehoorlijk in de weg staan.

Maar is liefde wel `levensgevaarlijk'? Niet volgens Le consequenze dell'amore, bleek toen ik er op de voorlaatstmogelijke dag alleen terechtkwam. De film was minder versomberend dan gevreesd (,,mooie beelden'', zei zelfs iemand na afloop opgewekt in de foyer, wat wel altijd zal blijven klinken als `prettige bladspiegel' of `fijn lettertype'). Liefde is vrijheid, nieuwe kansen, daar ging het over, en hoofdpersoon Titta kan die vrijheid niet aan, maar dat ligt aan hem, niet aan de liefde. Kijk maar naar Jaap uit Sterrenschot (de nieuwe roman van Joyce Roodnat), die zich dankzij zijn kennismaking met de liefde weet te bevrijden uit alle strakke regeltjes die zijn moeder, zijn eigen dwingende hersens, het leven en God tot dan toe hadden gehanteerd om hem in het gareel te houden. Voor Jaap is de liefde uiteindelijk een reddingsboot.

Evengoed zou een cultuurconsumerende antropoloog van Mars alsnog met een deprimerende boodschap kunnen terugvliegen: `liefde is niet met elkaar kunnen praten'. Opvallend hoe algemeen die gedachte ineens weer is: in Sterrenschot houdt wetenschapper Jaap het met eskimovrouw Keettí, zijn gedroomd studie-object; in Turkse vlinders begrijpt Stine Jensen zelf niet wat ze ziet in de knappe Turkse kapper Ozan; in Guernsey praat Anna vrijwel alleen met haar man over opwarmbaar magnetron-eten, nog nét over zijn vreemdgaan, maar zeker niet over de dode collega die zij onlangs vond. Liefde is levensbedreigend, liefde is wederzijds onbegrip – wat is dat voor vervelend cultuurpessimisme? Kan het wat vrolijker?

Dan het liefst de liefde uit Howl's Moving Castle. Daarin is het hart van een man door zwarte magie een smeulend haardvuur in een kasteel geworden, en hij moet er dus elke nacht op uit om in het buurland oorlog te voeren. Maar de vrouw die van hem houdt, plant het vuur uiteindelijk terug in zijn borst. Net niet helemaal te begrijpen, maar ja, het is dan ook liefde, en net als in Sterrenschot moeten de hersens in dat geval – in élk geval – hun plaats weten.