Buitenpromovendi

Het beeld dat Marita Mathijsen schetst van buitenpromovendi is misplaatst (W&O 18 sept.). Want precies zoals aio's en oio's soms middelmatig onderzoek af leveren, zo komt dat voor bij buitenpromovendi. En net zoals zo af en toe een `reguliere' promovendus meer oog heeft voor het te winnen prestige dan voor de wetenschap, zo is dat ook wel eens bij een buitenpromovendus het geval. Hetzelfde geldt voor de kwaliteit van het onderzoek: soms briljant, soms middelmatig, zowel bij jonge promovendi als bij buitenpromovendi. Het beeld is echter niet alleen misplaatst, het is ook denigrerend. Dat buitenpromovendi de kosten, de moeite, de veel geringere mogelijkheden om contacten te leggen en de risico's van het isolement op de koop toenemen, heeft vooral te maken met het gegeven, dat `deze mensen' hun onderwerp en hun eigen nieuwsgierigheid serieus nemen en nu eenmaal van oudsher gewend zijn, de consequenties van hun beslissingen voor eigen rekening te nemen. Niet altijd van harte.

Maar ook voor de buitenpromovendus zal aan het eind, zoals voor iedere hedendaagse `jonge' doctor en zoals voor Marita Mathijsen indertijd, dat zelfde overwinningsgevoel tellen. Het is het genoegen van de overwinning op jezelf, op je onderwerp en op al die lastige keuzes die je moest maken tijdens je onderzoek. Maar het is ook het genoegen van de hoop die iedere onderzoeker heeft, een bijdrage aan `de wetenschap' te hebben geleverd, hoe relatief dat belang van de meeste wetenschappelijke arbeid dan ook mag zijn.