Autopsiefout

Wie in het tijdschrift The Lancet constateert dat terdoodveroordeelden bij `humane', met injecties uitgevoerde executies ondraaglijke pijn lijden, kan kritiek verwachten. Of meespeelde dat er een advocaat aan de studie meewerkte die terdoodveroordeelden verdedigt, blijft onduidelijk – maar de ingezonden brieven kwamen er.

Het betreffende artikel verscheen in april, drie tegenreacties vorige week. In de brieven – een ervan geschreven door gerechtelijk deskundigen uit doodstrafstaat Oklahoma – gaat het over `fouten bij het rapporteren van cruciale metingen' en `verkeerde conclusies'. De oorspronkelijke auteurs slaan direct terug met het verwijt dat de critici `niet alleen ongepubliceerde data verkeerd begrijpen, maar ook de bestaande literatuur'.

De `cruciale meting' waar het hier om gaat, is de bepaling van de hoeveelheid verdovingsmiddel die een terdoodveroordeelde krijgt toegediend. De concentratie bleek bij autopsie zo laag dat bijna de helft van de veroordeelden de executie bewust meemaken. Dat was overigens niet de enige aanwijzing voor de problemen: er bleken ook geen goede protocollen en de beulen letten niet goed op.

Maar de concentraties, die zijn te lang na de dood gemeten, zeggen de critici nu, en dan verdwijnt het verdovend middel uit het bloed. En de precieze tijdstippen van autopsie zijn nog verzwegen ook.

De onderzoekers melden uit hùn wetenschappelijke bronnen dat de concentraties na de dood juist toenemen. En die tijdstippen, die wisten ze destijds niet. Maar nu de gegevens er wel zijn, kloppen ze wel ongeveer. Een beetje bijval krijgen ze wel van de briefschrijvers: het zou kunnen dat er wel eens een terdoodveroordeelde onnodig lijdt, stellen ze.