Alleen een diploma is niet voldoende

Met je diploma wapperen is niet altijd meer voldoende om toegelaten te worden tot het hoger onderwijs.

Vroeger, toen alles beter was, was het simpel: met je havo-diploma kon je naar het hbo en met dat van het vwo naar de universiteit. Oké, voor bijvoorbeeld geneeskunde en journalistiek moest je loten en voor de toneelschool moest je toen ook al audities doen. Maar toch, je kon met zesjes door de middelbare school zeilen en de wereld van het hoger onderwijs lag grotendeels voor je open.

Of was het toen eigenlijk helemaal niet beter?

Want een groot deel van de collegezaal zat vol met studenten die zonder er écht over na te denken maar rechten gingen studeren. Of psychologie. Van het eerste werd je rijk, van het tweede eindelijk gelukkig. En wie wél op realistische gronden bedacht dat hij bijvoorbeeld arts wilde worden, liep kans uitgeloot te worden terwijl een minder gemotiveerde klasgenoot wel de witte jas ten deel viel. De kwaliteit van het onderwijs werd er hierdoor niet beter op.

Om die te verbeteren werd eerst de gewogen loting ingevoerd: hoe hoger je gemiddelde eindexamencijfer, hoe meer kans je maakt ingeloot te worden. En vanaf dit jaar mogen dertien universiteiten en hogescholen bij twintig opleidingen experimenteren met `selecteren aan de poort'. Met je diploma wapperen is dan niet langer voldoende; voor een aantal opleidingen moet je een test doen, in een gesprek je motivatie tonen of een `sollicitatiebrief' sturen. Een klein aantal instellingen vraagt bovendien meer collegegeld voor een opleiding.

Staatssecretaris Rutte van Onderwijs, een groot voorstander van de nieuwe aanpak, hoopt dat er nu meer topstudies komen en meer studenten hun studie afmaken doordat ze van te voren hun geschiktheid al hebben aangetoond.

Het uitgangspunt `er is meer dan een diploma alleen', werkt ook de andere kant op: Fontys Hogescholen in Eindhoven gaat met ingang van komend studiejaar ook studenten zónder vwo-, havo- of mbo-diploma toelaten. Het experiment staat open voor jongeren van 16 tot 21 jaar. Komend studiejaar worden maximaal vijftig kandidaten na een strenge selectietoets toegelaten. De komende jaren loopt dat op tot respectievelijk 100 en 150. Voor alle kandidaten moet gelden dat zij op het níppertje hun middelbareschooldiploma niet hebben gehaald. Het is dus nog steeds geen optie de schoolboeken na de vierde maar in de kliko te gooien en niets meer te doen.

Bovengenoemde experimenten maken de toelatingsregels voor het hoger onderwijs niet overzichtelijker. Kort gezegd kun je aanlopen tegen:Een loting vanwege een numerus fixus: het aantal aanmeldingen is groter dan het aantal beschikbare plaatsen. Hier draait de beperkte toelating louter om capaciteit. Het kan een bepaalde opleiding betreffen maar ook een instelling. Het eerste heet opleidingsfixus, bijvoorbeeld geneeskunde, diergeneeskunde en tandheelkunde. Als je bent uitgeloot kun je datzelfde jaar nergens in Nederland aan deze opleidingen beginnen. Het tweede heet instellingsfixus. Je kunt na uitloting de opleiding vaak nog wel aan een andere hogeschool of universiteit doen. Bij lotingen geldt in het algemeen dat je meer kans maakt, naarmate je gemiddelde eindexamencijfer hoger is. Als je een eindexamengemiddelde van minimaal een 8 hebt, mag je zonder loten naar de opleiding en instelling van je keuze.

Decentrale selectie: de instelling mag naast loten, ook een deel van het beperkte aantal plaatsen vullen door middel van bijvoorbeeld een toets.

Selectie aan de poort: hierbij speelt het lot geen enkele rol meer, de opleiding selecteert puur op kwaliteit en vult al haar plaatsen na een selectieprocedure. Een voorbeeld is International Business Administration aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Als je precies wilt weten welke onderwijsinstellingen welke selectiecriteria toepassen, kijk dan even op www.ib-groep.nl