Ziener

Dinsdagavond kreeg ik het gevoel dat er inderdaad meer is tussen hemel en aarde. Ik zat in de Arena te kijken naar Ajax-Arsenal en ik vond al snel dat Ajax slecht speelde. Links van mij zat mijn vriend M. te hoofdschudden. Ik was duidelijk niet de enige die er zo over dacht. De wedstrijd in één zin: Ajacieden trapten de bal oeverloos breed en terug en als hij dan eindelijk een keer voorwaarts werd verplaatst nam een Arsenalspeler hem lachend in ontvangst.

Maar gelukkig volgde nog een persconferentie. In afwachting daarvan hoorden we verdediger Nigel de Jong op tv zeggen dat er tussen de linies uitstekend was gespeeld. M. en ik keken elkaar aan. Stom van ons: hele wedstrijd naar de linies zitten kijken terwijl zich daartussen zoveel fraais had afgespeeld. Toen kwam Danny Blind. Arsenal was favoriet in deze poule, zei de Ajax-coach, zijn team mikte op de tweede plaats. Die geeft immers net zo goed recht op de volgende ronde van de Champions League als de eerste. De punten moesten op de andere twee concurrenten worden behaald.

Duidelijk verhaal. Hier was helemaal geen sprake geweest van verlies, concludeerde ik al een beetje verheugd. De sufferd in mij had zich laten misleiden door de 1-2 eindstand op het scorebord. En dat eindeloze geschuif, gevolgd door misverstanden, lag niet aan de spelers of de tactiek, maar aan de vroege achterstand. Die maakte dat Ajax de rest van de wedstrijd achter de feiten had aangelopen. De flauwe opmerking dat Ajax beter achter Arsenal had kunnen aanlopen in plaats van achter die rotfeiten kon ik nog net binnenhouden – dit was een serieuze bijeenkomst. ,,De 1-0 achterstand zat ons dwars'', noteerde De Telegraaf uit Blinds mond, en van die kant hadden we het nog niet bekeken. Een achterstand is in het moderne voetbal geen reden meer om de mouwen op te stropen maar een geldig excuus om de bal als een beginneling over de zijlijn te trappen. Zo leer je nog eens wat.

Bovendien was de oorzaak van de snelle 0-1 niet te wijten aan Urby Emanuelson die de bal knullig verspeelde waardoor Arsenal kon scoren. Deze jonge verdediger was een rasvoetballer, doceerde Blind, en dan gebeuren zulke dingen wel eens. Hier had ik niet van terug. Ik was nu zover te erkennen dat ook Steven Pienaar verdienstelijk had gespeeld. De coach zei het zelf. Het beeld van een wanhopig met de armen zwaaiende Pienaar verdampte waar ik bij stond.

Ik was om. Het Ajax-spel in één zin: een gezelschap rasvoetballers had als beloning voor een voortreffelijke wedstrijd tussen de linies niet verloren. M. vond dat Blind eloquent had gesproken. Ik was het met hem eens.

    • Auke Kok