`Wow, die zien er goed uit'

De negende biënnale van Istanbul heeft Istanbul als hoofdrolspeler. Het echte leven en de kunst die erover verhaalt, lopen er naadloos in elkaar over.

n het gebied rondom de Blauwe Moskee in Istanbul ontkomt geen buitenlander aan het vragenvuur van de ontelbare straatverkopers, restauranthouders en zelfbenoemde gidsen.

,,Nice lady, how are you?''

,,From Sweden? America? Australia?''

,,Do you want breakfast?'' Of, wijzend naar de indrukwekkende rode façade van de Aya Sofia: ,,Is open, you want to see?''

Een paar kilometer noordelijker, in de veel minder toeristische wijk Beyoglu, verbaast een Amerikaanse vrouw zich over de volhardendheid van de Turkse verkopers. ,,Waar halen die mannen toch de energie vandaan om van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat iedere voorbijganger aan te spreken?'' Haar stem klinkt als voice-over bij videobeelden van drukke verkeerspleinen vol haastige taxi's en buitenwijken waar geen einde aan lijkt te komen. ,,De mensen kunnen hier zo intens naar je staren'', merkt een andere, Brits klinkende stem op. ,,Het is bijna eng hoe ze door je heenkijken.''

Voor wie net voor het eerst in Istanbul is gearriveerd, waar deze maand voor de negende keer een kunstbiënnale wordt gehouden, is het videowerk Strange Intimacies van Hatice Güleryüz een feest der herkenning. De Turkse kunstenaar vroeg nieuwkomers in de stad naar hun ervaringen en observaties, om zo, door de ogen van buitenlanders, een portret te schetsen van de magische metropool. Natuurlijk zitten daar clichés bij. Een Duitse vrouw verwondert zich over het alom aanwezige portret van Ataturk – zo'n heldenverering van een politieke figuur is in haar eigen land sinds Hitler ondenkbaar – terwijl iemand anders het maar vreemd vindt dat veel islamieten hier alcohol drinken.

Maar het is hoe dan ook prettig om te merken dat je niet de enige bent met een milde cultuurschok. Want Istanbul mag dan in een razend tempo verwestersen, het blijft een plek vol bizarre tegenstrijdigheden tussen eeuwenoude tradities en moderne invloeden. Een stad waar de tram ineens leegstroomt omdat de mobieltjes van de mannelijke passagiers gelijktijdig hun gebeds-ringtone laten horen. Een stad waar je het ene moment op straat omringd wordt door Turkse zakenvrouwen op naaldhakken, om even later in een café tevergeefs te zoeken naar de damestoiletten. Een stad waar de ene brug dag en nacht vólstaat met hengelaars – zwervers én mannen in pak – die hun maal voor de volgende dag bij elkaar scharrelen, terwijl onder de andere brug privé-jachten bij nachtclubs met hagelwitte interieurs aanmeren. ,,Knowing Istanbul is impossible'', zegt een van de ondervraagden in de documentaire van Hatice Güleryüz, ,,but that's half the fun.''

De Finse kunstenares Pilvi Takala verbaasde zich bij aankomst in Istanbul vooral over de Turkse koffiehuizen, de zogeheten kahves, waar groepjes mannen urenlang de tijd kunnen verdrijven met het spelen van Turkse spelletjes als okey of 51. Hoewel openbare gelegenheden, wordt het gezelschap van vrouwen er niet op prijs gesteld, zo blijkt uit de video Women in Kahves, die Takala met een verborgen camera opnam. Samen met drie Turkse vrouwen, allemaal kortharig en gekleed in lange broek, stapte de Finse diverse koffiehuizen binnen. Op meerdere monitoren is te zien hoe de ogen van de vaste klanten haast uit hun kassen rollen als de vrouwen beginnen met een spelletje okey. Een enkeling staat demonstratief op en beent de zaak uit. Anderen fluisteren, achter de ruggen van de vrouwen om, verbaasde woorden die wij als toeschouwer in de ondertiteling mee kunnen lezen. ,,Wow, die zien er goed uit.'' Of: ,,Dat zijn vast Engelsen.'' Maar ook: ,,Laten we de dames met respect behandelen.''

In een video die in een naastgelegen zaal vertoond wordt, leggen twee doorgewinterde okey-spelers uit waarom ze zo huiverig zijn voor nieuwkomers. Ze vertellen dat veel spelers al generaties lang in hetzelfde koffiehuis komen, met dezelfde vrienden, en dat zo'n koffiehuis voor hen als een soort tweede huiskamer dient. Dat ze er iedereen kennen en niet van verandering houden.

Daarom dus staart de eigenaar van een van de kahves zo verbouwereerd naar de deur waardoor de vier vrouwen zijn etablissement zojuist verlaten hebben. Het lijkt seconden te duren voordat hij kan bevatten wat hij daarnet heeft gezien. Dan slaakt hij een zucht en begint met het afruimen van hun tafel.

Verhalen

Het gebeurt niet vaak dat een tentoonstelling zo op maat gesneden is voor de stad waar hij plaatsvindt. De negende Istanbul Biënnale heeft geen opgelegd thema, maar gaat over Istanbul zelf. Van de ruim vijftig kunstenaars die werden uitgenodigd door de Turkse curator Vasif Kortun en de Brit Charles Esche (tevens directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven), verbleef ongeveer de helft de afgelopen maanden als artist-in-residence in de stad. Zij lieten zich ter plekke voeden door de verhalen, de mensen, de gebouwen, de geschiedenis.

De Istanbul Biënnale is daardoor een mooie coherente tentoonstelling geworden, die zich op natuurlijke wijze voegt in haar omgeving. Je hoeft in de expositiezalen maar door een van de ramen naar buiten te kijken en je begrijpt waar de Duitse kunstenaar Erik Göngrich het over heeft in zijn installatie New Istanbul, een reeks zwart-witfoto's van lukraak op elkaar gestapelde gebouwtjes, levensgevaarlijke steile trappen, uniforme betonflats en andere stedenbouwkundige missers. Buiten en binnen, het echte leven en de kunst die erover verhaalt, lopen op deze expositie naadloos in elkaar over.

De Italiaan Mario Rizzi verdiepte zich tijdens zijn werkperiode in het leven van een plaatselijke schoenmaker, die maar ternauwernood het hoofd boven water kan houden. Zijn tachtig minuten durende film Murat and Ismael oogt als reality-tv, maar omvat zoveel drama dat je haast niet kunt voorstellen dat alles echt gebeurd is. Ismael, de hardwerkende vader, wordt structureel van zijn geld beroofd door zijn alcoholische en gokverslaafde zoon Murat. Hoewel deze uitvreter de veertig inmiddels ruim gepasseerd is, blijft de oude man zijn volwassen kind de hand boven het hoofd houden, in de hoop dat hij ooit nog eens in staat zal zijn het familiebedrijf over te nemen.

Wekenlang volgde Rizzi de schoenmaker tijdens zijn dagelijkse gang naar de winkel. De kunstenaar filmde van dichtbij hoe Ismael met zijn kromme handen het leer bewerkte. Hij was getuige van knetterende ruzies tussen de zachtaardige vader en zijn onhebbelijke zoon. En hij legde de louche types vast die de schoenmaker met regelmaat schimmige voorstellen kwamen doen omdat ze het zelf op het winkelpand voorzien hadden.

Het zijn ongelofelijk openhartige beelden. Echte beelden, geschoten op een steenworp afstand van de expositiezaal waar ze nu op groot scherm vertoond worden. Voor wie dat niet gelooft, hangt er naast het filmzaaltje een monitor waarop via een webcam direct gegluurd kan worden in Ismaels winkel. Hij zit er, zoals altijd, te ploeteren op zijn schoenen. Murat is in geen velden of wegen te bekennen.

Anders dan op de veel grootschaligere Biënnale van Venetië, waar de stad louter als decor mag dienen voor de kunstwerken die uit heel de wereld worden ingevlogen, is Istanbul hier zelf hoofdrolspeler. De meeste werken zijn ter plekke gemaakt en nog kersvers, want net gerealiseerd. Voor samenstellers Kortun en Esche moet het spannend geweest zijn om tot vlak voor de opening niet te weten waar de kunstenaars mee zouden komen. Maar hun risicovolle aanpak heeft gewerkt. De Biënnale van Istanbul oogt dynamischer, urgenter en actueler dan die in Venetië in tijden geweest is.

Een andere goede zet van Kortun en Esche was het om de Biënnale dit jaar te verplaatsen van de historische wijk Sultanahmet, het toeristische hart van Istanbul, naar de uitgaanswijk Beyoglu. Werden de kunstwerken de afgelopen jaargangen nog getoond tegen de sprookjesachtige achtergrond van de Aya Sofia of het onderaardse waterreservoir van de Cisterne, nu zijn ze te vinden in de buurt waar de inwoners van Istanbul zelf ook uit eten, drinken en winkelen gaan. Met als gevolg dat de tentoonstelling niet alleen door de internationale kunstkenners, maar ook door de Turken zelf goed bezocht wordt.

Door de biënnale uit het domein van de toeristen te halen, geven de samenstellers nadrukkelijk te kennen niet mee te willen doen aan de pr-campagne die de Turkse overheid voert binnen Europa. Nog niet zo lang geleden werd bijvoorbeeld Istanbul Modern uit de grond gestampt, Turkijes eerste museum voor moderne en hedendaagse kunst. Daar hangen de openingstoespraken van de Turkse, de Duitse, de Franse en de Engelse president pontificaal op billboards in de tentoonstellingszaal. Esche en Kortun hebben aan dat soort strategieën geen boodschap. ,,We wilden de biënnale buiten de evenementencultuur plaatsen'', schrijft het tweetal in de catalogus. ,,Deze biënnale is niet bedoeld om de stad te verkopen aan het wereldwijde kapitalisme.''

Het zoeken naar nieuwe locaties bleek evenwel niet gemakkelijk. De leegstaande fabrieken waar de curatoren hun ogen op hadden laten vallen, werden in rap tempo opgekocht. ,,We verloren ze sneller dan we ze vonden'', aldus Kortun en Esche in hun inleiding. ,,Op een gegeven moment realiseerden we ons dat de stad sneller privatiseerde dan het proces van onze tentoonstelling, en dat dit geen ontwikkeling was waar we aan wilden bijdragen. Daarop besloten we om de tentoonstelling op te laten gaan in de stad, door het kiezen van relatief anonieme, alledaagse gebouwen.''

Oud herenhuis

Zeven locaties telt de biënnale dit jaar, waaronder een oud herenhuis, een winkel, een voormalig tabakspakhuis en een havenloods. Ze zijn door het Italiaanse collectief Gruppo A12 van felroze accenten voorzien zodat ze in het chaotische straatbeeld van Beyoglu toch nog een beetje opvallen. Er is niet veel moeite gedaan om de leegstaande panden op te knappen. Maar in de meeste gevallen draagt de vervallen staat alleen maar bij aan het kijkplezier. En soms liet een kunstenaar zich erdoor inspireren, zoals de Bulgaar Nedko Solakov, die in het appartementengebouw Deniz Palas kleine zinnetjes krabbelde bij het afgebladderde behang (,,Almost a Kiefer'') en de verschillende lagen als de jaarringen van een boom nummerde: ,,1, 2, 3, 4, 5 (the grandson of 1).'' Een lief soort voetnoten zijn het, die je helpen bij het `lezen' van de sporen die bewoners in het huis hebben achtergelaten.

Zoals de laatste jaren gebruikelijk is op grote internationale tentoonstellingen, werken ook in Istanbul verreweg de meeste kunstenaars met fotografie, film of video. Er zijn veel opnames van korte performances of spontane eenmansacties, zoals de grappige video Somebody Else's Car waarin de Turkse kunstenaar Ahmet Ögüt in korte tijd twee willekeurige auto's met behulp van papier transformeert tot respectievelijk een typisch Turkse gele `taksi' en een politiewagen. Het is een onschuldig staaltje vandalisme – de papieren panelen brengen de auto's geen schade toe – met als enige doel de nietsvermoedende autobezitters de stuipen op het lijf te jagen. Maar dat moment heeft Ögüt helaas niet meer afgewacht.

Veel van de bijdragen – met name de kunstwerken die niet in Istanbul zelf tot stand gekomen zijn – hebben een documentair karakter. Er is een fotoserie over Arab al-Naim, een Palestijns dorp dat volgens Israël niet bestaat en daarom op geen kaart te vinden is. Er is een reportage over het ruige leven in het zuiden van Kazachstan, dat ook wel Texas genoemd wordt vanwege de vele olievelden. Er is een uiterst precieze analyse van de berichtgeving over de gevangenneming van Saddam Hussein, inclusief een lijst met alle voorwerpen die in zijn schuilplaats werden aangetroffen. En er is een installatie over taxibusjes in Israël, waarbij de kunstenaar aan de hand van diagrammen, foto's en maquettes het fenomeen zo gedetailleerd mogelijk in kaart heeft proberen te brengen.

De Biënnale van Istanbul is daarmee ook een leerzame exercitie. Het lijkt wel of de kunstenaars zichzelf de taak gesteld hebben de kloof tussen oost en west persoonlijk te dichten. Door neutrale informatie te verstrekken. Door de andere kant van het verhaal te belichten. Door begrip te kweken voor elkaars achtergronden. Of door actief als een soort hulpverleners aan de slag te gaan, zoals de Zweedse Johanna Billing, die in Zagreb Kroatische kinderen een Engelstalig liedje over vrede leerde.

De Engelse kunstenaar Phil Collins organiseerde in Istanbul een bijeenkomst voor een ander soort slachtoffers: de deelnemers aan Turkse reality-televisieprogramma's. In Turkije is dit genre de afgelopen jaren opgeschrikt door onder meer twee moorden en een zelfmoord – het gevolg van het klakkeloos toepassen van Europese en Amerikaanse formats in een cultuur met heel andere gebruiken en tradities. Collins nodigde enkele tientallen ex-televisiesterren, die elkaar nog nooit eerder hadden ontmoet, uit voor een reünie. Ook belegde hij een persconferentie, waar de mannen en vrouwen openhartig vertelden over de vergaande effecten die de reality-shows op hun levens hadden gehad. En hij gaf alle deelnemers de kans zich te laten fotograferen in een bekende glamourstudio, zodat de voormalige sterren zich nog één keer beroemd konden wanen.

Het groepsportret dat bij deze gelegenheid gemaakt is en dat uitvergroot aan een van de muren van het Deniz Palas-appartement hangt, zegt de westerse biënnalebezoeker niets. Het lijkt een doorsnee familiefoto, met vader en moeder centraal in het midden en de jonge kinderen (wat zou hun rol in godsnaam geweest zijn?) vooraan. Op het eerste gezicht keurige mensen, afgezien dan van het showmannetje met de snor en het borsthaar rechts achteraan.

Maar de Turkse bezoekers van de tentoonstelling, onder wie opvallend veel vrouwen, blijven lang treuzelen bij de foto. Zij herkennen de gezichten, weten waarschijnlijk uit de roddelbladen welke verhalen erachter schuilen. Zij kunnen ook de bekentenissen verstaan die op de persconferentie werden geuit. Collins verzuimde namelijk, misschien zelfs wel bewust, de videoregistratie ervan te ondertitelen. Dit werk is er vooral voor de inwoners van Istanbul.

Oorlogsvloot

Vijftien miljoen mensen wonen er tegenwoordig naar schatting in Istanbul, en iedere dag komen er weer nieuwe bij. Daarmee is de stad veruit de grootste van Europa – twee keer Londen en minstens tien keer Amsterdam. Hoe onmetelijk groot dat is, ontdek je pas als je de stad verlaat. Als de taxi je via de kades langs de Marmara-zee naar het vliegveld rijdt, en zich steeds maar weer nieuwe wijken aandienen. Door de achterruit zie je rijen pastelkleurige woontorens voorbijschieten – een eindeloos lint van geel, roze, blauw dat nu en dan onderbroken wordt door een magere minaret. Links op het water ziet het zwart van de vrachtschepen die, als een oorlogsvloot, allemaal met hun neuzen dezelfde kant op liggen. Voor je strekt de bebouwing zich uit tot aan de horizon. En zelfs als je even later vanuit het vliegtuigraam de metropool overziet, duurt het nog tijden voordat het plakkaat van rode daken ophoudt en de eerste lap groen verschijnt.

Zou hier de vrouw wonen die in de video-installatie Perfectly Suited for You van de Iraanse kunstenaar Solmaz Shahbazi uitvoerig mocht vertellen over haar leven in een gated community? Sinds de economische vooruitgang in de jaren tachtig zijn er voor de nieuwe rijken aan de randen van Istanbul honderden van deze beschermde woonerven gebouwd naar Amerikaans voorbeeld. Plekken met namen als Kemer Country, Bahçesehir en Optimum. Wijken die steeds meer publieke grond afknabbelen en tot privé-territorium maken.

,,Het is praktisch om hier te wonen'', zegt de vrouwenstem terwijl de camera langs ovaalvormige zwembaden, perfect geschoren golfbanen en oogverblindende huizen glijdt. ,,De tennisbaan, de manege, alles is lekker dichtbij. De kinderen kunnen op straat spelen, en we hebben onze eigen beveiliging dus ik kan de tuindeur open laten staan.'' Toch kampt men ook in Kemer Country met problemen. ,,Vroeger was het hier rustig'', klaagt de vrouw, ,,maar de nieuwkomers zorgen voor overlast. Er zijn mensen die barbecuen op het terrein. En laatst hebben de buren een aap als huisdier genomen. Een aap!''

Wie zijn ogen van het videoscherm laat afdwalen en naar buiten kijkt, naar de schots en scheve dakpannen op de ongeordende daken, kan zich nauwelijks voorstellen dat ook dit nep-Hollywood Istanbul is. Voor het eerst lijkt de wereld in het kunstwerk mijlenver verwijderd van de realiteit.

Istanbul Biënnale. T/m 30 oktober op diverse locaties in Beyoglu, Istanbul. Di t/m zo 11-19u.

Inl.: 0090-212-3340763 of www.iksv.org/bienal

    • Sandra Smallenburg