Terug naar Theo van Gogh

Maandag wordt op het Nederlands Film Festival het filmisch oeuvre van Theo van Gogh op dvd gepresenteerd. Jan Wolkers schreef er een voorwoord bij, waarin hij zich herinnert hoe hij Van Gogh op Texel voor het eerst ontmoette.

De eerste keer dat ik met Theo van Gogh in contact kwam, was door de telefoon. Een hoge stem uit een gezicht waarbij je de neiging tot blozen vooronderstelde. Hij vroeg mij of ik hem toestemming wilde geven om Terug naar Oegstgeest te verfilmen. Ik zei hem dat ik nog nooit iets van hem had gezien, alleen iets had vernomen over het schandaal dat hij verwekt had door in een van zijn films een poesje in een wasmachine een flinke schoonmaakbeurt te geven, waarvan ik vond dat poezen zulke zindelijke wezens zijn, dat ze niet nog eens extra afgesopt behoeven te worden.

Ik wist wel dat hij pas Een dagje naar het strand van Heere Heeresma succesvol verfilmd had, maar die film was nog niet tot Texel doorgedrongen. Hij zei dat hij meteen naar het eiland zou komen om hem mij te laten zien. We spraken een tijd af dat ik hem van de boot zou komen halen.

Na dat telefoongesprek vroeg ik me wel af hoe dat nou moest. Had hij een projector bij zich, want het tijdperk van de dvd was nog niet aangebroken. Toen ik bij de aanlegsteiger kwam, leek dat wel de ingang van het ijspaleis. Overal hingen ijspegels als speerpunten van glas. Het vroor zo hard dat het zelfs niet meer kraakte. Als je uit je auto wilde stappen om te kijken of de boot al naderde, dook je meteen weer terug achter het stuur, want de messcherpe oostenwind benam je de adem. Het Marsdiep leek gecraqueleerd van de schotsen.

Toen de boot aanmeerde kwamen er alleen maar wat auto's af, geen enkele voetganger. Ik wilde al terugrijden omdat ik dacht dat hij de boot gemist had. Maar toen verscheen er ineens een gedrongen gestalte die ik me mijn leven lang zal blijven herinneren. Onder iedere arm droeg hij drie grote filmblikken. Het leek wel of hij op die wielen van blik over de schotsen hiernaartoe geblazen was door de ijzige wind. Hij had een kort truitje aan en een spijkerbroek waartussen het roze spekkige vlees van zijn heupen onvervroren naar buiten puilde. Toen hij de blikken op de achterbank gelegd had en naast me kwam zitten, keken we elkaar aan. Een vlezig gezicht waaruit bezetenheid, humor en spot sprak. Van zijn beijzelde lokken stroomde het dooiwater over zijn gezicht alsof hij huilde en lachte tegelijk. En ook zijn schamele truitje ging er besuikerd uitzien. Toen ik hem voorstelde om mijn trui, die ik onder een gewatteerd jack aan had, over zijn schouders te leggen, weigerde hij dit pertinent en zei: ,,Als ik werk, heb ik het niet koud.'' En dat liet hij blijken ook. Hij wilde niet eerst naar mijn huis om zich op te warmen, maar meteen naar Den Burg, waar hij de bioscoop al had besproken, waar buiten het seizoen alleen maar zo nu en dan 's avonds films draaiden voor de filmfanaten van het eiland.

Toen we de film gezien hadden, waarin vooral Cas Enklaar een fenomenale rol speelt, zei ik hem dat hij Terug naar Oegstgeest mocht verfilmen en dat ik er niet aan twijfelde dat hij er een meesterwerk van zou maken. Dat ik me er op geen enkele manier mee wilde bemoeien en dat ik op de première wel zou zien wat hij ervan gebrouwen had. Maar dat bleek al snel een illusie. Want toen hij eenmaal met draaien begonnen was, belde hij mij bijna wekelijks in grote woede op om te zeggen dat hij het bijltje erbij neergooide omdat de producenten hem beknotten in zijn artistieke opvattingen door de geldkraan dicht te draaien. Vaak moest ik dan wel een uur op hem inpraten om de stoom van de ketel te halen. Toch is uiteindelijk de première er gekomen.

De film is een boeiende verstrengeling van zijn eigen obsessies met de mijne. Ik ga geen afzonderlijke acteerprestaties noemen. Ze zijn allemaal uitzonderlijk goed. Theo kon als geen ander mensen regisseren. Zelfs zo'n klein rolletje van Max Pam als abjecte NSB'er is zo intens dat als ik Max ergens zie verschijnen ik onwillekeurig naar zijn revers kijk of het driehoekig speldje erop zit.

Wat ik een diep ontroerende scène vind, is ook meteen de laatste van de film. Een geniale greep van Theo. De hoofdpersoon staat met zijn moeder aan de rand van het pas gedolven graf van zijn vader als in de achtergrond de verschijningsvormen van zijn jonggestorven broer opdoemen. Een vaarwel voor altijd.

De laatste keer dat ik Theo ontmoette, bij een feestelijke gelegenheid waarbij ik aan de begenadigde cabaretier Hans Teeuwen een gouden plaat mocht uitreiken, hadden we het over die laatste scène. Ik zei dat hij daar weer naar terug moest gaan, naar die verweving van hallucinatie en werkelijkheid. Dat de politiek maar een eendagsvlieg is. Hij lachte maar wat en verder vervaagde ons gesprek in het feestgedruis.

Toen ik over de radio hoorde van de gruwelijke moord op Theo, voelde ik alle kou van die winterdag, toen ik hem voor het eerst ontmoette, mijn lichaam binnendringen. Ik zag hem weer van de boot afkomen met die filmblikken onder zijn armen als een verschijning en hoe hij weigerde mijn trui over zijn schouders te leggen, omdat hij, als hij werkte, het nooit koud had.

Vaak zie ik die straat waar hij ligt, verlaten als in een droom. Ik loop naar hem toe en zie zijn veminkte lichaam. Ik trek mijn trui uit en leg die over hem heen. Hij weigert niet, want hij is dood.

De dvd-box met alle films van Theo van Gogh verschijnt bij Column Producties en is vanaf maandag te koop. €77,49. Inl. www.columntv.nl

    • Jan Wolkers