Religie zal Europa en Amerika uiteendrijven

De 16de-eeuwse Europese Reformatie werkt nog altijd door in het heden, niet in de laatste plaats omdat ze van groot belang was bij de stichting van de Verenigde Staten, meent Diarmaid MacCulloch.

Wanneer we het verleden vergeten of verkeerd interpreteren, kan het ons soms op de meest onverwachte momenten overvallen. Het Europa van de Reformatie doet in schrikbarend veel opzichten denken aan de moderne wereld. Dat is vooral het geval omdat in het 16de-eeuwse Europa een groot deel van de verder evenwichtige katholieken en protestanten meende dat het Einde der Tijden aanstaande was. God had immers al verschillende tekens gezonden: de macht van de paus wankelde, kloosters werden geplunderd en kerken verwoest.

Bovendien rukten de legers van het islamitische Ottomaanse Rijk onstuitbaar op in westelijke richting en vernietigden ze christelijke mogendheden zoals Hongarije. De Reformatie werd een gehaaste en bloedige aangelegenheid, omdat de Europeanen hun zaken op orde wilden hebben voordat God zijn laatste inspectieronde zou houden bij het Einde der Tijden.

Het Einde der Tijden zou uiteindelijk niet komen, ondanks de voortdurend aangepaste berekeningen van de juiste datum op grond van de bijbel. Door de problemen in de moderne wereld zijn echter ook nu weer talloze christenen overtuigd dat het Einde der Tijden nabij is. Hoewel deze opvatting vrij algemeen is in Afrika en Azië, speelt zij vooral een belangrijke rol in de Verenigde Staten.

In haar huidige Amerikaanse verschijningsvorm heeft ze een nieuw aspect waarvan tijdens de Reformatie nog geen sprake was: een 19de-eeuwse Amerikaanse protestantse predikant verzon een subthema, de zogenaamde Rapture (wegvoering) van de verlosten vóórdat God zijn laatste beproeving op de wereld loslaat. Daarvoor maakte hij gebruik van een tamelijk vergezochte interpretatie van Paulus' Eerste Brief aan de Tessalonicenzen. Het succes van het idee van de Rapture is af te meten aan twaalf romans van Tim LaHaye and Jerry B. Jenkins, die spelen met het idee van `achtergelaten te zijn' (Left Behind). Deze boeken verkopen even goed als Paulus' Eerste Brief aan de Tessalonicenzen en de Openbaring van Johannes die er de inspiratie voor vormden.

Waarom is dit zo belangrijk? Het thema van het Einde der Tijden, dat een centrale rol speelt in een deel van de populaire cultuur van Amerika, is ook een belangrijke drijfveer geworden van het moderne beleid van de Verenigde Staten, zowel in binnen- als buitenland. Waarom zou men thuis nog stappen ondernemen om een milieuramp te voorkomen? Orkanen en vloedgolven zijn tekenen dat het Einde der Tijden aanstaande is, dus we zouden tegen de wil van God handelen (en de Amerikaanse industrie op kosten jagen) wanneer we de uitstoot van kooldioxide probeerden terug te brengen of de dijken van New Orleans probeerden te herstellen.

In de buitenlandse politiek is het Einde der Tijden juist een reden om wel tot actie over te gaan. Net als in het Europa van de Reformatie in de 16de en de 17de eeuw geloven rechtse Amerikaanse christenen ook nu weer dat ze de wereld op orde moeten brengen voordat het Einde der Tijden aanbreekt. Dat sluit uitstekend aan op het ethos van de Amerikaanse regering die al sinds president Woodrow Wilson (1913-1921) veel energie steekt in haar pogingen de rest van de wereld op orde te brengen.

Het heeft echter ook een verontrustende consequentie: het Einde der Tijden kan pas aanbreken wanneer het oude volk Gods, de joden, bekeerd is tot het ware geloof, het christendom. Dat verklaart waarom er een sterke band is tussen rechts Amerika en de staat Israël: het conservatieve Amerikaanse protestantisme laat zijn traditionele antisemitisme varen en streeft naar nauwe betrekkingen met het joodse volk. Dat uit zich in een standvastige steun voor Israël.

Door deze ideologie wordt het voor veel Amerikanen vrijwel onmogelijk begrip op te brengen voor de zaak van de Palestijnen, van wie overigens ironisch genoeg een groot aantal christen is. Sommigen in het Witte Huis zien tekenen van het Einde der Tijden, of gebruiken dit toch in elk geval als handig middel om de verkiezingen te winnen.

Dat is zeker niet de enige reden dat de Verenigde Staten zo standvastig steun verlenen aan een land dat volgens veel anderen op zijn eigen ondergang lijkt af te stevenen. Het is echter wel een factor die in de Europese politiek geen rol kan spelen. Afgezien van Noord-Ierland, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan, kost het thema religie juist stemmen in Europa. Veel mensen vertrokken destijds naar Noord-Amerika om te ontsnappen aan de ellende en de intolerantie van het Europa van de Reformatie, en hun Amerikaanse afstammelingen gaan nog altijd naar de kerk, in tegenstelling tot hun Europese neven en nichten.

Deze culturele tweespalt is in de afgelopen dertig jaar groter geworden. Het is een van de grootste raadsels in de moderne geschiedenis van de godsdienst. Hij vormt de belangrijkste reden waarom Europa en Amerika nu zo veel moeite hebben om elkaar te begrijpen en waarom zo veel Europeanen verbaasd en boos zijn over de zaken waarmee hun traditionele bondgenoot en vriend aan de overzijde van de Atlantische Oceaan bezig is.

Voor mij als Europeaan die doceert aan een van de belangrijkste universiteiten van Europa, is het van groot belang dat ik begrijp hoe verschillend de Verenigde Staten nu zijn van de wereld waarin ik leef in het Verenigd Koninkrijk, of waarin Fransen, Duitsers en Scandinaviërs leven. Tijdens de aanloop naar de invasie van Irak sprak de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld onheilspellend over het `oude Europa'. Als hij echter het echte oude Europa wil vinden, moet hij eens kijken naar de Mid-West van de Verenigde Staten. Het Engelse, Schotse en Ulsterse protestantisme vormde de bron van de Amerikaanse cultuur en identiteit en misschien kan juist het Verenigd Koninkrijk een belangrijke bemiddelende rol spelen tussen deze twee werelden. Een dergelijke bemiddelaar is hard nodig, voordat het wederzijdse onbegrip en de toenemende onwil er toe leiden dat we onze eigen versie van het Einde der Tijden ontketenen.

Diarmaid MacCulloch is hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Universiteit van Oxford en auteur van `Reformatie: Het Europese huis gedeeld 1490-1700'. Op 3 oktober bezoekt hij een seminar van het Heyendaal Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen; op 4 oktober houdt hij in Utrecht in het Academiegebouw een publiekslezing getiteld `Het Europese huis gedeeld: de Reformatie toen en nu';

(info: s.vanerp@hin.ru.nl)