Puzzeltocht in Den Haag

Medewerkers van internationale instellingen hebben de publiciteit gezocht met klachten over Den Haag, dat zich graag afficheert als `juridische hoofdstad van de wereld'. Dat komt slecht uit, net nu de gemeente Den Haag zich sterk maakt voor nieuwe activiteiten, zoals de vestiging van UN Judicial Archives Service. Klachten over Den Haag als vestigingsplaats zijn niet nieuw. In 1964 zette de president van het Internationaal Gerechtshof zijn rechterlijke waardigheid even opzij om publiekelijk de noodklok te luiden over het Vredespaleis dat huisvesting biedt aan dit hoge Hof: lekkende daken, gebroken ruiten, rottend houtwerk, ratten in de kelders en muizen op zolder. Daar is inmiddels wel iets aan gedaan, al is het Vredespaleis nog steeds niet uit de geldzorgen, getuige de kaartverkoop voor bezoekers aan de entree.

`De Efteling', was de weinig vleiende typering van de in maart overleden oud-minister van Buitenlandse Zaken Van der Klaauw vorig jaar. Dat gebeurde tijdens een persgesprek ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Carnegie-stichting die zich bekommert om het Vredespaleis en de bijbehorende Academie voor internationaal recht. Deze academie alleen al heeft een enorme toegevoegde waarde voor Den Haag. De bibliotheek van het Vredespaleis is een oase waar Google niet tegen op kan. De academie heeft zich ontwikkeld tot een studiecentrum voor generaties diplomaten van over de hele wereld. Een goede zet was volgens Van der Klaauw om de buitenlandse studenten niet onder te brengen op een afgesloten campus, maar bij particulieren. Dat levert banden met Nederland op voor het leven.

Den Haag is niet alleen vanwege het Internationaal Gerechtshof de `juridische hoofdstad van de wereld', in de stad is ook een internationaal arbitragehof, het tribunaal voor het voormalig Joegoslavië en recentelijk het Internationaal Strafhof gevestigd. Behalve voor conflictbeslechting is Den Haag ook een plaats voor internationale regelgeving, met name door de Haagse conferentie voor internationaal privaatrecht. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft deze 35 verdragen tot stand gebracht.

Waarom uitgerekend Den Haag? Dat is voor een groot deel de verdienste van Tobias Maria Carel Asser (1838-1913), winnaar van de Nobelprijs voor de vrede 1911. Als hoogleraar, diplomaat en onderhandelaar werkte hij mee aan een aantal internationale overeenkomsten die Den Haag zoals dat heet op de kaart hielpen zetten. Hij vestigde ook een naar hem genoemd instituut met de uitgeverij waar nu ook de Haagse bundel is verschenen.

Schiet de wereld veel op met Den Haag als juridische hoofdstad? Het is makkelijk smalen dat het Joegoslavië-tribunaal wel erg ver verwijderd is van de Balkan. Maar dit is wel de eerste keer na vijftig jaar patstelling van de Koude Oorlog dat verdachten van oorlogsmisdaden voor een internationale strafrechter verschijnen. Het tribunaal heeft een paar belangrijke uitspraken gedaan, bijvoorbeeld over de ultieme internationale misdaad van genocide en over de toepasselijkheid van oorlogsrecht op binnenlandse conflicten.

Zo wordt het recht toch een beetje meer onderdeel van conflictbeslechting en kan het bijdragen tot wat is genoemd een `kruisbestuiving' naar andere oorlogen. Zonder veel illusies, dat wel. Internationaal recht blijft een `juridisch cryptogram', zoals de Nederlandse volkenrechtsgeleerde P.H. Kooijmans eens opmerkte. Puzzelen vergt veel geduld.

Peter van Krieken en David McKay (red.): The Hague. Legal Capital of the World. T.M.C. Asser Press, 570 blz, €90,–