Op zoek naar de puurheid van een kinderhut

Ontwerper Maarten Baas (27) maakte naam als pyromaan. Naast zijn verkoolde meubels maakt hij nu ook meubels van afvalhout en van afgedankte huisraad.

Op het plaatsje voor het atelier van Maarten Baas in het Brabantse Waalre staat de beroemde lounge chair met voetenbank van het Amerikaanse ontwerpersechtpaar Charles en Ray Eames. ,,Mijn tuinmeubilair'', zegt Baas met een grijns. De gloednieuwe designklassieker – kostprijs ruim 5.000 euro – is die ochtend afgeleverd, legt hij uit. Voor zijn Amerikaanse galeriehouder maakt hij van de clubfauteuil een `smoke chair'.

Hoe dat in zijn werk gaat? Baas zal de leren kussens verwijderen. Daarna zal hij het kersenhouten frame met benzine overgieten en in brand steken. Met een gasbrander zal hij sommige onderdelen van de stoel extra bewerken. Als de aftakeling naar zijn zin is, blust Baas de brand. Om de halfverkoolde stoel weer functioneel te krijgen, brengt hij daarna een transparante expoxiehars aan. Als de zittingen dan ook nog een bekleding hebben gekregen met stof van ontwerpster Claudy Jongstra, is de `custom burned'-versie van de lounge chair klaar.

Maarten Baas maakte naam als pyromaan. Voor een tentoonstelling bij de New Yorkse design gallery Moss stak hij vorig jaar vijfentwintig meubels in brand. Van een rommelmarktstoeltje tot stijliconen als de rood-blauwe houten stoel van Gerrit Rietveld, een Memphis-kast van Ettore Sottsass en de befaamde salontafel van Isamu Noguchi. De meubels, de duurste kostte ruim 23.000 dollar, werden bijna allemaal verkocht. ,,Verbranden relativeert en nivelleert'', zegt Baas. ,,Het maakt beroemde stoelen minder zwaarwichtig, en tegelijkertijd waardeert het een Ikea-stoel op.''

Op de Design Academy in Eindhoven stak Baas drie jaar geleden voor het eerst een stoel in de brand. Een experiment, zoals hij er als student wel meer uitvoerde. ,,De ideeën over perfectie zijn zo geijkt. Alles moet altijd symmetrisch, blinkend en mooi. Maar een halfverbrand meubel is ook mooi, een andere vorm van perfectie.'' Na een stel vingeroefeningen met houten stoelen van Ikea stak hij een barokke fauteuil in de hens die hij op de veilingsite Marktplaats.nl had gevonden. De geblakerde stoel, opnieuw bekleed met zwart, gecapitonneerd leer, was het pronkstuk op zijn eindexamententoonstelling in juni 2002. Hij had de lachers op zijn hand, maar maakte er nog allerminst de blitz mee.

Dat veranderde bijna een jaar later, toen de Nederlandse meubelfabrikant Moooi de barokke fauteuil samen met een halfverbrande kroonluchter in productie nam en toonde op de meubelbeurs in Milaan. The New York Times en tal van andere kranten en tijdschriften noemden Baas de ontdekking van de beurs. Daarna ging het hard de jonge Nederlandse ontwerper. In New York, Londen en Parijs heeft hij inmiddels vaste galeries. Diverse musea, waaronder het Victoria & Albert Museum in Londen, kochten Smoke chairs van hem aan. En van Miami tot Tokio wordt zijn werk tentoongesteld.

Met plezier blijft hij de rest van zijn leven de gasbrander hanteren, zegt Baas. Hij verheugt zich op de recente opdracht om de lobby van een hotel in New York met smoke-meubilair in te richten, compleet met verbrande vleugel. Maar hij treedt ook naar buiten met een aantal nieuwe ontwerpen, waar geen vuur aan te pas is gekomen. Deze ontwerpen zijn onder meer te zien in drie etalages van de Rotterdamse Bijenkorf, die Baas inrichtte in het kader van een tentoonstelling in het Nederlands Architectuur Instituut.

Een felblauwe stoel schreeuwt om de aandacht van voorbijgangers. De stoel is gemaakt van onregelmatig gevormde plankjes mdf, afkomstig uit de afvalcontainers van een meubelfabriek. Zoals kinderen een hut bouwen, zo wilde hij een stoel in elkaar zetten, legt Baas uit. ,,Hoe schots en scheef ook, een kinderhut is toch nooit lelijk. Naar die puurheid was ik op zoek. De stoel moest in een kwartier in elkaar gezet.''

Voor een serie boekenkasten liet Baas zich inspireren door een foto van een boom met een hek in zijn bast. ,,Het was zijn keuze niet, dat hekje. Maar die boom was er gewoon mee vergroeid.'' Met dezelfde vanzelfsprekendheid wilde hij met spullen van de rommelmarkt boekenkasten maken. De kast in de etalage van de Bijenkorf bestaat uit een stoel waarop een toren van huisraad is gemonteerd, onder meer een kolenkit, crusifix, openhaardtang en een trompet. Het collagemeubel is bespoten met een rubberachtige, zwarte coating. `Hey, chair, be a bookshelf!' is niet de meest functionele boekenkast, geeft de ontwerper onmiddellijk toe. ,,Dan moet je bij Ahrend een boekenkast bestellen'', lacht hij.

Of deze nieuwe meubels anti-design zijn? Baas haalt zijn schouders op, met trends en theorieën houdt hij zich niet bezig. ,,Ik heb al zoveel interpretaties van mijn meubels gehoord en gelezen. Die beschouw ik als een veredelde vorm van cryptogrammen. Ik maak dingen die ik zelf graag gebruik. En als iemand zegt `Hé, gaaf, lachen', dan ben ik blij.''

Dat zijn meubels ook begeerte kunnen opwekken, bleek in Rotterdam in de nacht nadat Baas zijn etalages had ingericht. Met een glassnijder was een cirkel getrokken op een van de ruiten, toen het inbraakalarm afging. De dieven hadden het volgens Baas gemunt op zijn geblakerde staande klok.

Maarten Baas: t/m 7 nov etalages Bijenkorf Rotterdam; t/m 3 okt. Pol's Potten KNSM-laan 39 Amsterdam. Vanaf 3 nov is er een overzichtstentoonstelling van Baas bij de Artotheek in Den Haag. Zie ook www.maartenbaas.com.

    • Arjen Ribbens