Ook China droomt de American Dream

Het groots opgezette Amsterdam China Festival dat vanavond van start gaat, besteedt de komende maand aandacht aan vele Chinese kunstvormen, van de traditionele Peking Opera tot Chinese dj's. China is een grote economische macht, maar hoe zit het met de kunst, en met de film in dit geval?

De Chinese cinema brak twintig jaar geleden internationaal door toen de `vijfde generatie' van de filmacademie kwam. Menigeen zal toen Chen Kaige's Gele Aarde (1984) of Zhang Yimou's Het Rode Korenveld (1987), Ju Dou en Raise the Red Lantern hebben gezien. De films van de vijfde generatie dramatiseerden het Chinese verleden in een gestileerde stijl vol kleurensymboliek. Dat was hun antwoord op het socialistisch realisme van de Culturele Revolutie (1966-1976), waarmee arbeiders werden verheerlijkt die de `Grote Sprong Voorwaarts' moesten maken.

De `zesde generatie' van halverwege de jaren negentig keerde zich tegen wat zij als over-esthetisering en regressie naar het verleden zien. Zij streefden bewust naar een minder gelikte vorm, en laten hun spelen films sspelen in het heden; de voor China zo verwarrende tijd van politieke dooi en economische liberalisering. In hun grotestadsfilms zíe je het land en de stad veranderen – van socialistische heilstaat naar een kapitalistisch land, met de bijbehorende mentaliteit.

Een aantal recente Chinese speelfilms weerspiegelt ook de gemengde gevoelens over die immense verandering. In het docudrama Go for Broke volgen we zes personages die hard bezig zijn de Chinese variant van de Amerikaanse droom na te jagen. Ze willen koste wat kost rijk worden – al heffen ze intussen een lied aan over de zegeningen van Mao. Zelfs als ze opgelicht worden, blijven ze optimistisch over hun kans van slagen.

De stad Peking speelt de hoofdrol in de documentaire I love Beijing (Ning Ying) en Beijing Bicycle (Wang Xiaoshuia), een variant op Vittorio de Sica's neorealistische Fietsendieven (1948). In beide voel je eenzelfde soort verwarring en pessimisme over de verwesterlijking van China. Vooruitgang is goed, maar ten koste waarvan?

Een van de meest interessante Chinese regisseurs van de afgelopen vijf jaar is Jia Zhangke (1970), voor wie een bijprogramma is ingericht. In de vier films die hij tot nog toe maakte, zitten zijn personages klem tussen het Maoïstische verleden en de onbekende toekomst, vol Unknown Pleasures (2001), om de titel van een van zijn beste films aan te halen.

Een ander bijprogramma is gewijd aan componist Tan Dun, die ook filmmuziek schrijft, onder andere voor Zhang Yimou's martial arts-spektakel Hero en Ang Lee's Crouching Tiger, Hidden Dragon. De in New York wonende Tan Dun mengt graag typisch Chinese melodieën en traditionele instrumenten, zoals de erhu en de pipa, met een Westerse stijl. Hij is aanwezig om een aantal films waarvoor hij de soundtrack schreef in te leiden.

Drie van de films die het Filmmuseum vertoont, waren in 2002 al te zien in Cinema de Balie; een wat luie vorm van programmering. Zijn er geen interessante Chinese films meer bij gekomen?

Amsterdam China Festival (filmprogramma): 30/9 t/m 25/10 in Filmmuseum, Cinema de Balie en Tuschinski. Inl: www.amsterdamchina festival.com en www.filmmuseum.nl

    • André Waardenburg