Nederland ontdekt `olifant'

India trekt Nederlandse bedrijven, vooral in de kennisindustrie en dienstverlening. Maar er zijn valkuilen. ,,Begin nooit over armoede. Praat het liefst over cricket of Bollywood.''

Het land haalt het wat goedkope massaproductie betreft niet bij China, maar India vormt voor Nederlandse bedrijven wel een uitstekende locatie om kennisintensieve productie en dienstverlening aan uit te besteden. Bovendien is India – net als zijn Aziatische buurman – een veelbelovende afzetmarkt. Dat stelt Eric Niehe, Nederlands ambassadeur in India.

Niehe trad deze week in Amsterdam op als voorzitter bij een seminar over ondernemen in India. De ambassadeur staafde zijn betoog met cijfers. De Indiase economie groeide de afgelopen vijfentwintig jaar met gemiddeld 6 procent per jaar. Twee jaar geleden de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs dat India in 2030 de derde economie zal zijn, na de Verenigde Staten en China. ,,De olifant is ontwaakt'', zei Niehe.

Nederlandse bedrijven beginnen India te ontdekken: vorig jaar werd voor 777 miljoen euro naar het land geëxporteerd, ruim 40 procent meer dan in 2003. Wat betreft buitenlandse investeringen is Nederland zelfs de derde partner van India. Multinationals als Philips, Unilever, KLM en ABN Amro zijn in India aanwezig, onder meer voor het verzorgen van hun internettechnologie.

Ook kleinere bedrijven ontdekken India. Projectleider Peter Ruigrok van isolatiebedrijf Metaflex uit Aalten vertelt dat zijn bedrijf hoopt een graantje van de economische ontwikkelingen mee te kunnen pikken. Metaflex, dat hermetisch sluitende deuren voor ziekenhuizen en laboratoria fabriceert, staat op het punt om een deel van de productie naar India te verplaatsen. Niet alleen om te besparen op de productiekosten, maar ook om de Indiase markt te betreden. ,,Qua gezondheidszorg kun je als producent in India nog zóveel doen.''

Behalve kansen herbergt India echter ook valkuilen. Afgezien van de veelgeuite klachten over corruptie, bureaucratie en beroerde infrastructuur gaat het daarbij vooral om cultuurverschillen. De deelnemers aan de discussiemiddag werden enkele tips aan de hand gedaan door de Nederlands-Indiase consultant Vipin Moharir, die al jarenlang adviseert over ondernemen in India. ,,Durf de autoriteit uit te stralen die je wordt toegedacht'', zei hij. Volgens Moharir moeten Nederlandse werkgevers hun neiging om met werkgevers over werkomstandigheden te onderhandelen in India laten varen. Omdat Indiërs hiërarchische verhoudingen gewend zijn, zul je als baas aan gezag verliezen wanneer je niet aan deze verwachting voldoet, aldus de adviseur. ,,Als je als baas de toko binnenkomt, moet je dat ook uitstralen.''

Verder drukte Moharir het publiek op het hart om geduld te hebben bij het maken van afspraken. ,,De tijdzone in India, `India Central Time' wordt ook wel als `India Stretched Time' uitgelegd.'' Ook gevoelige onderwerpen als de enorme armoede of het grensconflict tussen India en Pakistan moeten te allen tijde worden vermeden, aldus Moharir. ,,Begin liever een gesprek over cricket of Bollywood.''

Op de vraag, of het eten van rundvlees zakenrelaties niet zal afschrikken – de koe is heilig voor hindoes, de grote meerderheid van de Indiërs – antwoordde Moharir gerustellend dat dit in de verwesterde Indiase zakenwereld geen problemen oplevert. ,,In Bombay kun je een geweldige steak eten.'' Het feit dat Engels de voertaal is, geldt bij veel ondernemers als pluspunt. ,,Het vergemakkelijkt de communicatie'', aldus Peter Ruigrok van Metaflex.

Het vertrouwen van de Nederlanders in het land ten spijt, legt India het af tegen China wanneer het aankomt op de verplaatsing van productie van Nederland naar Azië. Terwijl de Nederlandse ambassade in New Delhi iets meer dan honderd Nederlandse bedrijven in India registreert, schat EZ het aantal ondernemingen in China op meer dan vijftienhonderd. Ook qua export blijft India ruim achter bij China: laatstgenoemde trok vorig jaar 2,2 miljard euro aan uit Nederland, drie keer zoveel als India. Consultant Jurriaan Ruijs van McKinsey verklaart dit verschil door een internationale taakverdeling. Beide landen zijn weliswaar aantrekkelijk als afzetmarkt, maar wat productie betreft wordt China vooral opgezocht wanneer goedkope massagoederen geboden zijn, en India wanneer kennisintensieve productie wordt verlangd. Terwijl China in buitenlandse ogen garant staat voor een schier onuitputtelijk, goedkoop en hardwerkend arbeidsreservoir, staat India bekend vanwege zijn hoogopgeleide bevolking, aldus Ruijs. ,,China levert hardware, India levert software'', vat hij het verschil samen. Zijn visie wordt gedeeld door Peter Ruigrok: ,,Als ik een meer arbeidsintensief product had gehad dan zoiets technisch als hermetische deuren, was ik naar China gegaan.''

    • Mark Schenkel