Naturalisatie Kalou wordt niet versneld

Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) blijft bij haar besluit om de Ivooriaanse voetballer Salomon Kalou niet versneld te naturaliseren.

Dat bleek uit een spoeddebat gistermiddag dat het onafhankelijke Kamerlid Nawijn had aangevraagd. Nawijn wilde van de minster weten waarom zij geen gebruik maakt van haar recht om in individuele gevallen zelf een beslissing te nemen. (discretionaire bevoegdheid).

Kalou, die op dit moment speelt bij Feyenoord, wil op het WK in 2006 uitkomen voor het Nederlands elftal. De voetballer hoorde na afloop van de wedstrijd die hij gisteravond met Feyenoord tegen Rapid Boekarest speelde, dat hij volgende zomer niet met het Nederlands elftal naar het WK in Duitsland kan. ,,Ik ben nu teleurgesteld in wat hier is gebeurd'', zei Kalou.

Onder artikel 10 van de Rijkswet op het Nederlanderschap mag de minister in ,,bijzondere gevallen'' besluiten tot versnelde naturalisatie. Er moet sprake zijn van een ,,gewichtig cultureel, economisch of staatsbelang'', wat door de vakminister met een positief advies bekrachtigd wordt. Daarnaast moet de kandidaat de naturalisatietoets hebben gehaald en vijf jaar legaal in Nederland verblijven. Aan beide laatste punten voldoet Kalou niet.

VVD en SP boycotten het debat omdat zij vonden dat dit te zeer één individueel geval tot onderwerp had. Volgens Nawijn en Kamerlid Dijsselbloem (PvdA) zijn de criteria om te besluiten tot versnelde naturalisatie helder en moet de minister zich daar aan houden. Bovendien was er een positief advies van staatssecretaris Ross (Sportzaken, CDA) dat de voetballer Kalou een cultureel belang dient.

Kamerlid Vos (GroenLinks) begreep de opstelling van Verdonk niet. ,,U kunt een uitzondering maken. Waarom doet u dat dan niet? Ik kan maar geen inzicht krijgen in de afweging die u maakt.'' Het gaat om het woord `kunnen', zei Verdonk. ,,Ik kán een uitzondering maken, maar ik kan het ook niet doen.'' Ze had het advies van Ross meegenomen, maar ook de inburgeringscriteria waren van belang. Op basis van al die criteria had ze haar eigen afweging gemaakt. Nawijn en Vos dienden een motie in waarin Verdonk werd verzocht om adviezen van de vakminister in soortgelijke zaken voortaan te respecteren. Dijsselbloem wilde hetzelfde, maar vond dat ook aan alle voorwaarden moest zijn voldaan. ,,Ik respecteer het advies van de vakminister altijd,'' repliceerde Verdonk. ,,Maar ik maak de uiteindelijke afweging.''